Bijzondere (bij)namen: Zaanstreek en Waterland

Noord-Holland kent veel plaatsen met bijzondere namen. Van sommige is de oorsprong snel vast te stellen, bij andere is het nodig om wat dieper te graven in het verleden. In deze serie verhalen onderzoeken we elke maand een andere regio van onze provincie, om achter de herkomst van de lokale plaatsnamen én bijnamen van de inwoners te komen. Deze maand: de Zaanstreek en Waterland.

Book 8 min

Purmerend

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is Purmerend niet genoemd naar de droogmakerij Purmer, die uit 1622 dateert. De naam Purmerend is al veel ouder. Uit 1350 kennen we de vorm ‘Purmerende’. De uitgang -end(e) betekent natuurlijk ‘eind’. Zo duidt de plaatsnaam op de ligging aan het ‘einde van Purmer’, wat hier verwijst naar het oude rechtsgebied Purmer en dus niet naar de latere droogmakerij. Na de opkomst van de plaats Purmerend, kreeg een deel van het oude dorp Purmer ter onderscheiding de naam ‘Purmer-in-‘t-land’ (naar de meer landinwaartse ligging). Later is dat verbasterd tot Purmerland.

Waar de inwoners van de kleine buurtschap Purmerland bekend staan als ‘platpoten’, zijn er van grote broer Purmerend geen bijnamen bekend. Wel wordt van oudsher naar de stad verwezen als ‘Marktstad’, vanwege de vele markten die Purmerend sinds het verkrijgen van het marktprivilege in 1484 kende. Zoals de wekelijkse veemarkt, die Purmerend eeuwenlang een belangrijke verzamelplaats voor de hele regio maakte. Van de welvaart die de markt bracht, is ongetwijfeld dit oude versje afgeleid:

“Medemblik leit in een hoek,
Enkhuizen dicht bij Grootebroek,
Monnikendam leit aan een kant,
Edam aan den waterkant,
Purmerend is veel te rijk,
Alkmaar is neringrijk :
Zeven steden in getal,
Hoorn is het grootst van al.”

Kaart van Purmerend en omgeving, ca. 1550-1570. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Marken

Het voormalige eiland Marken is pas tijdens de Sint-Julianavloed in 1164 losgekomen van Waterland. De voorgeschiedenis als onderdeel van Waterland is nog terug te zien in oude vormen van de plaatsnaam: ‘Markaland’ en ‘Merkeraland’ uit omstreeks 1250. Dit zijn namelijk samenstellingen van ‘marke’, dat ‘grens’ betekent, en ‘land’. Marken was vroeger dus een stuk grensland aan het water. Een andere mogelijkheid is dat ‘marken’ de betekenis heeft van ‘gemeenschappelijke gronden’. Marken kent verschillende buurtschappen, die oorspronkelijk los van elkaar lagen maar in de loop der tijd aan elkaar zijn gegroeid. Het meest bekend zijn de Kerkbuurt en de Havenbuurt, maar het schiereiland kent ook nog de Minnebuurt, de Kets en vijftien werven, die waarschijnlijk ooit als één woning zijn begonnen. Deze buurtschappen konden ontstaan dankzij Friese monniken, afkomstig van Klooster Mariëngaarde bij Hallum, die in de veertiende eeuw de eerste dijkjes aanlegden rondom het eiland en de bewoners zo tegen het oprukkende water van de Zuiderzee beschermden.

Mannelijke en vrouwelijke inwoners van Marken hebben elk hun eigen bijnamen. Zo staan de mannen bekend als ‘beren’, wat wellicht met hun grote en sterke bouw te maken heeft, en de vrouwen als ‘lijsjes’. Als Volendammer kinderen vroeger een Marker visser zagen lopen, zongen ze dan ook het volgende liedje:

“Marker beer,
Wat waait het weer!
Wat vliegen de kraaien!
Wat zal het weer waaien!”
Daar staat dan weer tegenover dat op Marken de spottende uitdrukking “Zoo lui en zoo langzaam als een Volendammer” gebruikt werd.

De buurtschappen op het eiland Marken, 1774. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Edam en Volendam

Wat de Waterlandse plaatsen Edam en Volendam bindt, is een vroege historie als dam in een rivier. Voor Edam was dit de E(e), vroeger Ye genoemd, die door samensmelting met het lidwoord ‘de’ ook wel de ‘Die’ heette. Dit water liep vanaf het Purmermeer via Edam naar de Zuiderzee. Een oude vorm van de plaatsnaam Edam is dan ook ‘Yedam’. Volendam is pas ontstaan nadat de Edammers in 1357 op deze plek een haven aan de Zuiderzee groeven. De oude dam werd ‘vol’ (dicht) gemaakt en zo ontstond ‘Vollendam’, dat later Volendam genoemd werd. Boeren en vissers uit de omgeving vestigden zich in het nieuwe dorpje aan zee en ontwikkelden er een geheel eigen, karakteristieke cultuur. Qua bekendheid heeft Volendam zijn oudere buur allang overschaduwd, maar veel toeristen en dagjesmensen vergeten dat Volendam er zonder Edam nooit was geweest.

De inwoners van beide dorpen kennen van oudsher vele bijnamen, die niet allemaal even vriendelijk zijn. Zo worden Edammers wel ‘mussen’, ‘domkoppen’, ‘dwarsen’ en ‘kaaskoppen’ genoemd. De bijnamen ‘mussen’ en ‘domkoppen’ kregen ze door een spottende anekdote, waarin de Edammers er niet in slaagden een grote balk door de stadspoort te krijgen en uiteindelijk van een musje leerden hoe het wel zou lukken. Ook zouden ze eens een mol levend hebben begraven om hem te straffen voor de door hem aangerichte schade. De bijnaam ‘kaaskoppen’ is een stuk logischer. De Edammer kaas en de Kaasmarkt op het Jan Nieuwenhuizenplein zijn immers wereldberoemd. Daarom wordt Edam ook wel de ‘Kaasstad’ genoemd.

Volendammers moeten het doen met ‘kwakzakken’, ‘platpoten’ en ‘wijdbroeken’, de laatste natuurlijk verwijzend naar de traditionele klederdracht van Volendammer mannen. Tot slot een oud liedje over Volendam, waarin de spot wordt gedreven met de welvaart van de vissersplaats:

“Op den hoogen dijk
Daar binne ze rijk,
Daar eten ze broeder met krenten.
En waarom zouden ze dat niet doen?
Ze leven van hun renten.”

Kaart van Edam en Volendam, ca. 1550-1570. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Zaandam, Zaandijk en Koog aan de Zaan

Het zal niemand verbazen dat veel plaatsen in de Zaanstreek genoemd zijn naar hun ligging aan de Zaan, de levensader van de regio. Maar achter de plaatsnamen zit toch meer dan je denkt. Zo wijzen oude vormen van Zaandam, waaronder Zaenderdam (1349), Zaneredam (1412) en Zaenredam (1415), op het vroegere bestaan van de uitgang ‘(e)re’ of ‘er(e)’ achter de naam van de rivier, wat herinnert aan het woord ‘wari’ (bewoners). Hierdoor is de oorspronkelijke betekenis van de plaatsnaam waarschijnlijk ‘dam van of gelegd door de aan de Zaen wonenden’. De plaatsnaam Zaandijk is eenvoudiger: een samenstelling van de riviernaam ‘Zaan’ en het woord ‘dijk’. Maar het gehucht dat hier in 1494 gebouwd werd op de Lagendijk aan de Zaan, heette eigenlijk Vijfbroers of d’Vijf Broers, naar de vijf zonen van Heynric Pietersz, die als eerste een vergunning kreeg om het gebied te bebouwen. Maar omdat de bewoners altijd werden aangeduid als woonachtig op de Zaandijk, is dit op termijn uitgegroeid tot de officiële plaatsnaam. Dan tot slot Koog aan de Zaan, waarvan de naam eveneens iets over de ligging vertelt. Het woord ‘koog’ duidt op een stuk ingepolderd buitendijks land, dat uiteraard gelegen is langs – je raadt het al – de Zaan.

Inwoners van Zaandam, de grootste plaats in de Zaanstreek, staan bekend als ‘galgezagers’, afkomstig van het omzagen van de galg waaraan de schuldigen van het Zaandammer turfoproer in 1678 hingen. Ook kennen ze de bijnaam ‘koeketers’ of ‘koekvreters’, die ze delen met de Kogenaars. De inwoners van Koog aan de Zaan worden daarnaast ook wel ‘zeuroren’ (zeurpieten) genoemd. Zaandijkers hebben het niet echt getroffen met hun bijnaam ‘krentekakkers’ (vrekken). Hun gierige aard komt ook in dit spotrijmpje naar voren:

“Op Zaandijk,
Daar benne ze rijk,
Daar dragen ze gouwe kappen;
Maar ’s avens as de vrijers komme,
Dan benne ‘et ouwe lappen.”

Detail van kaart van de Zaan met Zaandam, Koog aan de Zaan en Zaandijk, 1740. Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, Noord-Hollands Archief.

Krommenie

De plaatsnaam Krommenie duidt op de ligging in de buurt van het water met dezelfde naam, genoemd naar de kromming in de ‘ie’(Noord-Hollandse vorm van ‘ee’, een waterloop). Deze ‘kromme ie’ verbond oorspronkelijk het Wijkermeer (deel van het IJ) met de Langemeer (Uitgeestermeer). In oude vormen de plaatsnaam uit 1292 is de vroegere spelling nog terug te zien: ‘Crummene’ en ‘Crommenye’. Recent onderzoek heeft aangetoond dat rond het begin van onze jaartelling al Romeinse soldaten in het gebied gelegerd waren, die waarschijnlijk gebruik maakten van de ligging aan het water.

Net als hun Zaanse buren staan de inwoners van Krommenie bekend onder de bijnaam ‘koeketers’ of ‘koekvreters’, maar daarnaast kennen ze ook de bijnaam ‘guiten’ (deugnieten), zo blijkt het uit volgende spotrijm uit buurplaats Assendelft:

“Krommenieër guiten,
Die pissen in de ruiten.”

Detail van kaart van de Zaanstreek, met centraal Krommenie, 1573. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Assendelft

De herkomst van de plaatsnaam Assendelft ligt niet direct voor de hand. Het zou een samenstelling kunnen zijn van de woorden ‘Askman(ne)’ en ‘delf’ (gegraven waterloop). Askman is een familienaam, maar met de uitgang ‘-ne’ erachter is het een aanduiding voor de Vikingen, die vanaf de achtste eeuw plunderend door Europa trokken. Het is goed mogelijk dat ze ook in Noord-Holland zijn geweest. Hoewel het lastig terug te zien is in de huidige plaatsnaam, wordt deze herkomst duidelijker als we oude vormen uit de elfde en twaalfde eeuw erbij pakken: Asmedelf, Ascmanedelf, Ascmannedelf en Eksmadelf. De vroege geschiedenis van de Zaanse plaats blijft echter in nevelen gehuld.

Assendelvers hebben flink wat bijnamen. Een leuke is ‘gortbuiken’ of ‘gortzakken’, doelend op de vele grutterijen die in Assendelft stonden. Zo is ook ‘kiplanders’ afkomstig van het grote aantal kippen dat vroeger in Assendelft gehouden werd. Personen die wat kleiner waren, werden in de Zaanstreek soms vergeleken met de kippen uit Assendelft. Van hen werd gezegd: “Hij is een Assendelvertje.” De scheldnaam ‘Spanjaarden’ of ‘Spanjolen’ is een overblijfsel van de Tachtigjarige Oorlog, toen Assendelft lange tijd de zijde van de Spanjaarden koos, in tegenstelling tot de omliggende dorpen. Daarom wordt Assendelft ook wel eens spottend ‘Spanje’ genoemd. De laatste bijnaam is ‘ottakken’ of ‘ottakkers’, waarvan de oorsprong en betekenis onbekend zijn.

Kaart van Assendelft , 1718. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries
Omslagfoto: Detail van s oudste kaart van Noord-Holland,

Bronnen:

  • Plaatsnamen in Noord-Holland (Hoorn 2007). Een uitgave van het Noordhollands Dagblad, het Haarlems Dagblad, de IJmuider Courant en De Gooi- en Eemlander.
  • Jozef Cornelissen, Nederlandsche volkshumor op stad en dorp, land en volk. Spot- en bijnamen, spotrijmen, spotvertellingen, volksetymologische sagen, spreekwoorden en zegswijzen, enz., naar hun oorsprong en betekenis verklaard. Deel 1 t/m 4 (1929-1931). Via dbnl.
  • Lijst van locofaulismen.
  • Lijst van bijnamen van steden en dorpen.

Publicatiedatum: 07/02/2022

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

NL | EN