Eeuwenlang lag het Palmhoutwrak verborgen op de bodem van de Waddenzee. De bijzondere vondsten uit het wrak vertellen ons meer over het leven en de handel van honderden jaren geleden. Maar wat maakt dit scheepswrak zo bijzonder? Ontdek de geheimen die onder water verborgen lagen.
IJmuiden dankt zijn naam aan journalist en latere minister Simon Vissering. In 1848 schreef hij een artikel over een denkbeeldig uitstapje naar een plek die hij ‘Y-Muiden’ noemde. Dat was opvallend, want de plaats bestond toen nog niet. De Simon Visseringstraat, gelegen in het oudste deel van de stad, herinnert aan de man die de naam van de havenstad decennia voor de bouw al bedacht. De uiteindelijke aanleg van de stad was een direct gevolg van de bouw van het Noordzeekanaal. Omdat de bestaande vaarroutes richting Amsterdam onbruikbaar werden voor de steeds groter wordende schepen, werd vanaf 1865 de duinstrook doorgegraven. Dit zware werk werd grotendeels met de hand gedaan, met schoppen en kruiwagens. In 1876 opende koning Willem III het voltooide kanaal, waardoor de hoofdstad een directe verbinding met de zee kreeg. De vissershaven van IJmuiden stond oorspronkelijk niet in de plannen. Vissers uit nabijgelegen dorpen merkten dat de monding van het nieuwe kanaal een praktische plek was om aan te meren. Ze hoefden hun boten zo niet meer het strand op te slepen. Omdat ze de doorgang voor vrachtschepen blokkeerden, werd besloten een aparte haven aan te leggen. Na de opening van de eerste particuliere visafslag in 1880 en later de Rijksvisafslag, ontwikkelde IJmuiden zich tot de vissersplaats die we nu voor ons zien. Meer weten? Lees het verhaal ‘Simon Vissering: de ‘peetvader’ van IJmuiden’.
Aan de buitenkant lijkt het een gewone bakkerswinkel, maar achter de mooie gevel zit sinds 1982 museum ‘De Oude Bakkerij’. Bezoekers kunnen hier alles leren over de rijke geschiedenis van brood, koek, suiker, chocolade en banket. Niet alleen door te kijken, maar ook door te luisteren, voelen, ruiken en zelfs proeven. Oneindig Noord-Holland bracht een bezoek aan het lekkerste museum van Nederland. ‘De Oude Bakkerij’ is een laagdrempelig museum waar de geschiedenis van het bakkersambacht centraal staat. Oude bakgereedschappen, machines en recepten illustreren hoe belangrijk de bakker vroeger was in het dagelijks leven. Bakkers en chocolatiers geven doorlopend demonstraties aan bezoekers en laten daarbij zien hoe traditionele lekkernijen worden gemaakt. Door deze multi-sensorische aanpak won het bakkerijmuseum vorig jaar de Museumprijs 2025. In het museum zijn drie verhaallijnen die je kan volgen: die van het brood, de koek en de banketbakkerij. In deze video lichten we de geschiedenis van het brood uit. Meer weten? Lees dan het verhaal ‘Museum ‘De Oude Bakkerij’ in Medemblik’.
De Wieringermeer dankt zijn bestaan aan gemaal Lely. Al bijna 100 jaar zorgt dit bijzondere gebouw ervoor dat iedereen tussen Medemblik en Den Oever droge voeten houdt. Het gemaal was onderdeel van de Zuiderzeewerken: het plan van Cornelis Lely om de Zuiderzee te dempen. Eerst werd de Korte Afsluitdijk aangelegd, die het eiland Wieringen met het vasteland verbond. Daarna werd een start gemaakt met een proefpolder bij Andijk, om te kijken of er op de zilte grond wel geboerd kon worden. Toen was de Wieringermeer aan de beurt. Er werden twee gemalen gebouwd om het gebied droog te pompen: gemaal Leemans, een dieselgemaal bij Den Oever, en gemaal Lely, een elektrisch gemaal bij Medemblik. Op 10 februari 1930 gingen de gemalen aan het werk. Het duurde ongeveer een half jaar voordat de Wieringermeer droogviel. Daarna kon het gebied ingericht gaan worden. Er kwamen nieuwe dorpen, zoals Middenmeer en Wieringerwerf, waar jonge gezinnen zich vestigden. Naar verluid werd de eerste polderbaby geboren in de machinistenwoning naast gemaal Lely. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bliezen Duitse soldaten de dijk op, waardoor de Wieringermeer opnieuw onder water kwam te staan. Op de vlucht voor het water werden Joodse onderduikers en verzetsmensen opgepakt. Maar de bevrijding liet gelukkig niet lang meer op zich wachten. In 1945 werd de Wieringermeer voor een tweede keer in rap tempo drooggelegd. Tegenwoordig zorgt Gemaal Lely nog steeds voor droge voeten. Inmiddels hoeft nog maar één van de drie pompen te draaien. Gemaal Leemans draait altijd. Dankzij deze twee gemalen kunnen de inwoners van de Wieringermeer elke avond met een gerust hart gaan slapen. Meer weten? Lees het verhaal ‘Droge voeten dankzij gemaal Lely‘.
Wist je dat… Kasteel Radboud helemaal niet van de Friese koning Radboud was? Maar waarom heet het kasteel dan zo? Radboud was een krijgsheer die opkwam voor de belangen en het geloof van de Friezen, het volk dat vroeger in onze kustgebieden woonde. Rond het jaar 700 was het welvarende Frisia verdeeld in kleine machtsgebieden met eigen leiders. In de tijd van Radboud rukten de Franken steeds verder op… mét hun eigen geloof: het christendom. De Slag bij Dorestad in 697 vormde een belangrijk keerpunt. Na Radbouds nederlaag tegen de Franken lieten veel Friezen zich bekeren tot christen. Volgens de legende zou zelfs Radboud zich bijna hebben laten overtuigen. In Hoogwoud stond hij al met één been in het doopvont, maar toen hij hoorde dat zijn heidense voorouders niet in de hemel waren, bedacht hij zich. Het doopvont brak toen zelfs in tweeën! Één deel zou zijn verdwenen in een diepe waterplas en de andere helft werd naast het kerkje van Hoogwoud bewaard. Het huidige Kasteel Radboud is van veel later en stamt uit de dertiende eeuw. Het werd in opdracht van de Hollandse graaf Floris V gebouwd toen hij West-Friesland veroverde. Eigenlijk heette het kasteel gewoon ‘Huis te Medemblik’, maar de stedelingen noemden het liever naar de legendarische Friese koning. Wil je meer weten over Radboud? Lees het verhaal ‘Radboud: koning van West-Friesland’.
Onze christelijke feestdagen mogen dan vanzelfsprekend lijken, hun oorsprong is eigenlijk ouder dan je denkt. Haast alle feesten en hun symbolen, zoals die gezellige kerstboom, zijn namelijk ontstaan uit heidense feesten. De kerk was er alleen érg goed in om deze bestaande feesten een christelijk tintje te geven. Het Germaanse midwinterfeest, gericht op de terugkeer van het licht, werd veranderd in de geboorte van Christus, het ‘licht der wereld’. Het oude midwinterfeest begon in de langste nacht van het jaar en duurde maar liefst twaalf nachten, wat precies overeenkomt met de tijd tussen het christelijke Kerst (25 december) en Driekoningen (6 januari). En wat dan te denken van het kerstgroen dat we elk jaar in huis halen? Het groenblijvende hulst werd van oudsher gezien als een heilige boom, die geluk en bescherming zou bieden. De oude Romeinen versierden hun huizen en tempels tijdens de Saturnalia feesten (17-23 december) al met hulst en decoreerden hun cadeaus ermee. Hoewel de kerstboom pas vanaf de negentiende eeuw in Nederland ingeburgerd raakte, kent ook deze een oudere oorsprong. Net als de Romeinen haalden de Germanen tijdens het midwinterfeest groen naar binnen, dat ze versierden met appels en noten. Meer weten? Lees het verhaal ‘De heidense oorsprong van onze feestdagen’.
Stiekem doen we het allemaal.. Als je op een LEGO blokje staat, je teen stoot, tijdens een ruzie met die vervelende buurman of in de auto tegen andere weggebruikers. Schelden en vloeken behoor je als nette burger natuurlijk niet te doen, maar het lucht zo op! Engelse onderzoekers hebben zelfs aangetoond dat je pijn beter kan verdragen als je er tegelijkertijd op los tiert. Uit verschillende bronnen blijkt dat onze voorouders ook niet vies waren van sterk taalgebruik; veelgebruikte scheldwoorden uit de geschiedenis zijn echter vergeten. Tijd om een aantal van deze historische ‘pareltjes’ uit te lichten. Meer weten? Lees het verhaal ‘Historische scheldwoorden: van platbroeck tot hennetaster’.
Tegenwoordig leven we langer dan ooit. Een verkoudheidje is hooguit vervelend en ernstigere kwalen zijn vaak met een ziekenhuisbezoek te verhelpen. Dat was anderhalve eeuw geleden wel anders. Veel Amsterdammers woonden dicht op elkaar onder erbarmelijke omstandigheden, waardoor infectieziektes, zoals cholera en tuberculose, voortdurend op de loer lagen…Meer weten? Lees het hele verhaal ‘Waar stierven Amsterdammers vroeger aan?’.
Op deze etappes wandel je vanaf Abcoude via ’s Graveland naar Huizen. Een prachtig wandelgebied! Evert Feenstra van Natuurmonumenten vertelt over de geschiedenis van de buitenplaatsen in de Gooi- en Vechtstreek. Op Buitenplaats Boekesteyn vind je Café-restaurant Brambergen. Sem Harten is mede-eigenaar van deze gezellige plek en legt uit hoe Brambergen is ontstaan. Denk je aan het landschap in het Gooi, dan is de grote hoeveelheid heide daar onderdeel van. Schaapsherder Mirjam de Hiep zet zich met haar schapen in voor het behoud van de heide.
Bij Museum Stoomgemaal Halfweg vertelt Han Maas over de geschiedenis van dit boezemgemaal en de belangrijke rol die het heeft gespeeld bij het drooghouden van de Haarlemmermeerpolder. Marcel Blekendaal is als polderwachter actief om het verhaal van de polders en de sloten zoals in de Bovenkerkerpolder en de Rondehoep te vertellen. Op Buitenplaats Wester-Amstel ontmoeten we Clasien Slebos die als gids en vrijwilliger actief is in de omringende prachtige tuinen en het park. Een ideale plek om even uit te rusten en te genieten van je meegebrachte lunch op een van de bankjes.
Tussen Akersloot, Krommenie en Halfweg wandel je allereerst door het oeroude Oer-IJ gebied, langs oude molens en door veenpolders. Henriëtte Nook, gids van Stichting Oer-IJ vertelt ons meer over wat er nog van het oude landschap is te herkennen, al wandelend over de grasdijken in de Hempolder. Bij Fort’Kijk legt Nicky Schuurman van Landschap Noord-Holland uit waarom Fort Krommeniedijk, als onderdeel van de Stelling van Amsterdam, een pauze waard is op etappe 11. Bij het Noordzeekanaal ontmoeten we oud-havenmeester Cor Oudendijk, die met veel enthousiasme zijn kennis deelt over het (onderwater)leven en de ontwikkelingen in en rondom het drukbevaren kanaal.
Op deze etappe wandel je vanaf Obdam via Schermerhorn naar Akersloot. Melkveehouder Dennis Smit vertelt hoe hij de weidevogels in zijn weides in de Mijzenpolder beschermt en er voor zorgt dat er meer broedparen komen. Fred Oudejans is gepassioneerd over het molenaarsvak, de bezoekers van de Museummolen kunnen hem alles vragen over het droogleggen van de Schemerpolder en het lezen van de Hollandse luchten. Anneke Schrama werkt al jaren als vrijwilliger bij Beeldentuin Nic Jonk gelegen aan de Eilandspolder. Een plek om te genieten en je te laten inspireren door de mooie omgeving en prachtige beelden in de fraaie bloementuin.
Op deze etappe wandel je vanaf Den Oever via De Haukes naar Kolhorn. In de haven van Den Oever ontmoeten we André Hermans; visser op de Wieringen 98. Met trots vertelt hij over zijn werk in de visserij. Over het landschap, de Wierdijk en de vogels in dit gebied spreken we Wim Tijsen. Als Wetlandwacht bij Vogelbescherming Nederland weet hij precies wat Wieringen zo bijzonder maakt. Diederik Aten is historicus bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De oude zeedijken beschermde ons tegen de voormalige Zuiderzee. Nu kun je er over wandelen en genieten van het weidse polderlandschap.
Kolhorn is het middelpunt van etappe 5 en 8. Dorpshistoricus Roel Dijkstra legt in Museum de Turfschuur uit hoe dit voormalige Zuiderzee dorpje met beschermd dorpsgezicht is veranderd door de jaren heen en waar de ansjovisvangst vroeger van belang was. Ook de Westfriese Omringdijk is nog steeds duidelijk aanwezig in het landschap. Oud-medewerker Willem Messchaart van Hoogheemraadschap Hollands Noorder Kwartier vertelt je hoe deze eeuwenoude dijk het land nog altijd beschermt tegen het water. Joris de Boers, teler bij A.S. de Boer, teelt spitskolen, een van de streekproducten die je al wandelend tegenkomt op etappe 8.
Ga je etappe 3 en 4 van het Noord-Hollandpad wandelen? Kijk dan eerst naar deze video zodat je weet wat je kan verwachten. Gedeputeerde Ilse Zaal legt je uit wat je zo al tegenkomt op deze route en hoe het Noord-Hollandpad tot stand is gekomen. Ambassadeur Mary Romar van camping Duinzoomhoeve vertelt je meer over het grootste bollengebied van Nederland en de mooie Hollandse luchten. En tot slot geeft amateurhistoricus Ramon Boomstra een toelichting op de historie van Fort Dirkz Admiraal, aangelegd door Napoleon en gebruikt door de Duitsers in de 2e Wereldoorlog. Een mix van mooie natuur en interessante historie op de etappes 3 en 4. Kijk op de website van het Noord-Hollandpad voor Etappe 3: Den Helder NS – Julianadorp en Etappe 4: Julianadorp – Wieringerwaard.
Op Texel wandel je door een prachtig landschap en historische dorpjes waar de zee is altijd dichtbij is. Sabien Bosman, Waddengoud cateraar en gids, vertelt ons vanaf de rand van de Mokbaai meer over de smaak van het eiland. Bij het wandelpontje over het Eierlands Kanaal ontmoeten we Henk van der Star, beheerder van het pontje en schapenboer. Hij geniet van het contact met alle wandelaars. In Museum Kaap Skil neemt conservator Alec Ewing ons mee in de maritieme historie van Texel. In het museum zijn vaak leuke demonstraties. Kijk op de website van het Noord-Hollandpad voor Etappe 1: De Cocksdorp – De Waal en Etappe 2: De Waal – Den Helder.
In deze video gaan we terug naar de tijd waarin het Nederlandse voetbal werd gedragen door echte karakterspelers. Spelers die met hun talent, lef en uitstraling een heel tijdperk bepaalden. We belichten 10 iconen van vroeger: mannen die niet alleen uitblonken op het veld, maar ook het fundament legden voor wat later de Nederlandse voetbalstijl zou worden. Van de ongeëvenaarde klasse van Cruijff tot de onverzettelijkheid van Van Hanegem en de finesse van Keizer, iedereen in deze lijst heeft op zijn eigen manier geschiedenis geschreven.
Vrijwel uitsluitend middenhands- en middenvoetsbeenderen van runderen. Dat is de samenstelling van de bottenvloer die onze archeologen in december 2024 vonden aan de Achterdam 7. Om meer over deze bijzondere vloer te weten te komen, zijn 22 van de botten onderworpen aan specialistisch onderzoek. Daaruit blijkt onder meer dat de vloer waarschijnlijk al in de vijftiende eeuw is aangelegd. En dat de botten zijn gebruikt van meer dan dertig runderen.
De vloer is bewaard gebleven en ligt nu onder glas. Het pand aan de Achterdam 7 is opgeknapt en sinds kort in gebruik door GGD Hollands Noorden.
Herinner jij je nog de tijd dat een middagje film kijken pure magie was? Dat moment waarop het zaallicht doofde, de projector begon te ratelen en je samen met de hele klas of buurt vol spanning naar het witte doek staarde… In deze video duiken we terug in de gouden jaren van de Nederlandse kinderfilm. Van Ciske de Rat tot Pinkeltje, van Fanfare tot Peter en de Vliegende Autobus, dit zijn de films die generaties Nederlanders hebben gevormd. Films die je vandaag de dag bijna nergens meer ziet, maar die diepe sporen hebben achtergelaten in ons collectieve geheugen.
Voor het Zuiderzeemuseum heeft Nynke Koster een kunstwerk gemaakt op de binnenplaats van het Schathuys, geïnspireerd op de achttiende-eeuwse waterkelders die daaronder verborgen liggen. Deze kelders, aangelegd in 1755, werden gebruikt om regenwater op te vangen en op te slaan – in een tijd zonder drinkwaterleidingen was dat de schoonste vorm van water. Koster maakte een afgietsel van de baksteenwanden in de kelder en vertaalde dit naar een hedendaagse vorm. Het kleurverloop en de sporen van de waterlijn zijn daarbij zichtbaar gebleven. Door in het werk te zitten en het aan te raken, wordt een verborgen stukje geschiedenis tastbaar. Met behulp van audio komt de historische waterkelder opnieuw tot leven.