Goudkustwandeling door Hoorn

Hoorn is dé stad van de Gouden Eeuw. In de oude binnenstad proef je de geschiedenis van de scheepvaart en de walvisvangst. Verhalen over de Slag op de Zuiderzee en de scheepsjongens van Bontekoe komen hier tot leven. Wandel in gedachten met ons mee door de prachtige haven en de gezellige winkelstraten. Welkom aan de West-Friese kust: de Goudkust.

De Mariatoren

Onze wandeling door Hoorn begint bij de Mariatoren aan de Koepoortsgracht. Vanaf het treinstation van Hoorn loop je in één moeite door de Noorderstraat naar Achter de Vest, waar de oude Mariatoren op de dijk tussen het groen verscholen ligt. Al meer dan vijfhonderd jaar waakt het oude verdedigingswerk over de stad.

De toren werd in 1508 gebouwd als onderdeel van de stadsmuur, op het terrein van het Mariaklooster. De toren werd naar het klooster vernoemd. In de loop der eeuwen heeft de toren verschillende functies gehad, waaronder die van kruitopslag, ijskelder en atelierruimte. Vandaag de dag heeft de Mariatoren een wel heel bijzondere bestemming: Vereniging Hendrick de Keyser heeft het omgetoverd tot ‘Monument en Bed’. Lees hier het volledige verhaal van de Mariatoren.

De Mariatoren of kruittoren, vanaf de straatzijde gezien. Foto: Pbech, via Wikimedia (CC BY-SA 3.0).

De Oosterpoort

We slaan linksaf naar de Pakhuisstraat en voor de brug rechtsaf naar een klein voetpad door het Oosterplantsoen. Een heerlijk rustig en groen stukje Hoorn, waar je tussen de treurwilgen aan het water kunt zitten of met kinderen in de kleine speeltuin kunt bijkomen. Het paadje komt uit bij de Oosterpoort. Deze monumentale poort geeft toegang tot de brug over het water van de Oosterpoortsgracht.

De Hoornse Oosterpoort uit 1578 is een toonbeeld van macht en ontzag. Toen de poort gebouwd werd, was de stad nog helemaal omwald en alleen toegankelijk via vier poorten. De Oosterpoort is de enige poort die is overgebleven. In 1601 werd er een klein huisje voor de poortwachter bovenop geplaatst, die nu nog steeds te zien is en de Oosterpoort zijn opmerkelijk hoge en statige aanzien geeft. Lees hier het volledige verhaal van de Oosterpoort.

De Oosterpoort met de brug over de Oosterpoortsgracht. Foto: Tedder, via Wikimedia (CC BY-SA 4.0).

Huis Bonck

Aan de overkant van de weg staat het markante ovale gebouw ‘Kemphaan’, een modern Colosseum dat haast geen groter contrast met de historische Oosterpoort had kunnen bieden. We slaan de weg links van de Kemphaan in, met de opmerkelijke naam ‘ABC’, en het Julianapark aan onze linkerhand. Onderweg passeren we enkele moderne appartementencomplexen voordat we rechtsaf slaan naar de Binnenluiendijk – jawel, recht onder de poort van een dezer woontorens door. Op nummer 3, uitkijkend over het water van de Vluchthaven, ligt Huis Bonck, dat tegenwoordig een Museumhuis én een Monument en Bed is.

In Huis Bonck lijkt de tijd te hebben stilgestaan: zowel van binnen als van buiten is het koopmanshuis uit 1624 een prachtig voorbeeld van de Hollandse Renaissancestijl. Huizen met zoveel authentieke historische onderdelen als Huis Bonck zijn in Nederland op één hand te tellen. De functie van woon- en werkhuis bleef bijna 400 jaar onveranderd. Lees hier het volledige verhaal van Huis Bonck.

Interieur van de achterkamer van Huis Bonck. Foto: AnnikaHendriksen, via Wikimedia (CC BY-SA 4.0).

Het WIC-kantoor

Direct naast Huis Bonck, aan de Binnenluiendijk nummer 2, treffen we het voormalige kantoor van de West-Indische Compagnie (WIC). De Gouden Eeuw en de VOC worden vaak in één adem genoemd, maar minstens zo belangrijk en berucht was de WIC. Beide compagnieën waren op een vergelijkbare manier ingericht en allebei bezaten ze een kantoor in Hoorn.

De West-Indische Compagnie bezat in de zeventiende en achttiende eeuw het monopolie op de handel en scheepvaart op West-Afrika en Amerika. Vanuit Nederland brachten de schepen van de WIC rum, textiel en wapens naar West-Afrika. Deze producten werden hier geruild voor Afrikaanse slaven, die vervolgens naar Amerika werden getransporteerd om op de Europese plantages te werken. Volgeladen met onder meer suiker, katoen en tabak van deze plantages keerden de schepen weer terug naar huis. Het voormalige WIC-kantoor is tegenwoordig in gebruik door de vrijmetselaarsloge van West-Friesland. Lees hier het volledige verhaal van het Hoornse WIC-kantoor.

Het voormalige WIC-kantoor aan de Binnenluiendijk te Hoorn. Foto: Dqfn13, via Wikimedia (CC BY-SA 4.0).

De Hoofdtoren

Een voetpad voert ons verder langs de Vluchthaven, in de richting van de sluizen van Hoorn. Hier eindigt het pad aan het water en zijn we genoodzaakt onze wandeling even te pauzeren. En met genoegen, want dit uitkijkpunt biedt ons uitzicht op de Binnenhaven en de oude kades van Hoorn. Aan de overkant van het water ligt een rond bakstenen gebouw met een witte toren erbovenop. Dit is de Hoofdtoren, één van de bekendste gebouwen van Hoorn.

‘Kosten werden niet gespaard en het is een fraai bouwwerk geworden, dat de haven bij het binnengaan een mooie aanblik biedt’, schreef de Hoornse geschiedschrijver Theodorus Velius over de toren op het meest zuidelijke punt van zestiende-eeuwse Hoorn. Het verdedigingswerk werd in 1532 gebouwd en is nog altijd een blikvanger in de haven. Als je de ronde trap naar boven neemt, kun je onder genot van een hapje en een drankje in restaurant De Hoofdtoren het uitzicht bewonderen. Lees hier het volledige verhaal van de Hoofdtoren.

De Hoofdtoren biedt een imposant gezicht aan de haven. Foto: mel_88, via Pixabay.

De Bossuhuizen

We vervolgen onze weg over het voetpad, die ons langs de andere zijde van het schiereiland terug voert richting het oosten. Dan steken we de brug over de Binnenhaven over naar de Oude Doelenkade. En van daar rechtsaf naar de Slapershaven, die ons naar de Bossuhuizen op nummer 1 en 2 leidt. Het hoekhuis, dat een ingang heeft aan de Grote Oost, is te herkennen aan de sierband met scheepsmotieven op de gevel.

In 1573 vond tijdens de Tachtigjarige Oorlog een spannende zeeslag plaats in de haven van Hoorn. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bevond zich in dat jaar midden in een onafhankelijkheidsstrijd tegen de katholieke koning van Spanje. Tijdens de Slag op de Zuiderzee werd de Spaanse vloot onder leiding van admiraal Bossu meedogenloos verslagen door de watergeuzen van Willem van Oranje. Op de sierband wordt het verhaal van de zeeslag uitgebeeld. Lees hier het volledige verhaal van de Bossuhuizen.

Op de sierband op de gevels van de Bossuhuizen is het verhaal van de Slag op de Zuiderzee te zien. Foto: Mechielsen, via Wikimedia (CC BY-SA 3.0).

De Oosterkerk

Na het bewonderen van de prachtige gevel van de Bossuhuizen slaan we linksaf de Grote Oost in, één van de belangrijkste straten van Hoorn. Nu bevinden we ons echt in de historische binnenstad. Halverwege de straat verschijnt plots een oud kerkgebouw aan onze linkerhand. De Oosterkerk, oorspronkelijk Sint Anthoniskerk genaamd, was bedoeld voor schippers en vissers. Dit is in de details nog terug te zien, zo heeft het windvaantje bijvoorbeeld de vorm van een schip.

Al in 1453 werd er op de plaats van de Oosterkerk een houten kapel gesticht. In 1519 werd deze houten kerk omgebouwd tot een stenen kerk, daarmee is de Oosterkerk de op één na oudste kerk in Hoorn. Nog steeds vindt er iedere zondagochtend een dienst plaats. Ook wordt de kerk als ‘huiskamer van Hoorn’ gebruikt voor onder meer concerten, voorstellingen en bijeenkomsten. Lees hier het volledige verhaal van de Oosterkerk.

De Oosterkerk aan de Grote Oost. Foto: Txllxt TxllxT, via Wikimedia (CC BY-SA 4.0).

Het Foreestenhuis

Even verderop aan de Grote Oost, op nummer 43, bevindt zich het monumentale Foreestenhuis. De brede natuurstenen gevel spreekt voor zich: de oorspronkelijke bewoners van het Foreestenhuis moeten zeer welvarend zijn geweest. Opdrachtgever voor de bouw van het pand was Jacob van Foreest, secretaris van het college van de Gecommitteerde Raden van Westfriesland. Dit college zetelde in Hoorn.

De rijkdom van het geslacht Van Foreest stopte niet bij Jacob. In 1724 werd het Foreestenhuis bewoond door een van zijn nazaten: Nanning van Foreest. Nanning was op dat moment bewindhebber van de West-Indische Compagnie, burgemeester van Hoorn en verreweg de rijkste inwoner van de stad. Hij stelde zijn macht tentoon door een nieuwe natuurstenen gevel op het Foreestenhuis te laten plaatsen. Lees hier het volledige verhaal van het Foreestenhuis.

Even verderop aan de Grote Oost ligt het monumentale Foreestenhuis. Foto: Robin Sanderse, via Wikimedia (CC BY-SA 4.0).

De Waag

De Grote Oost eindigt op een groot plein: de Roode Steen. Deze historische plek, die vroeger ook wel de Kaasmarkt genoemd werd, is het hart van Hoorn. In het midden van het plein ligt een grote ronde steen, die rood gekleurd is als verwijzing naar het bloed dat hier vergoten is. Op deze plek zouden namelijk vroeger, onder het toeziend oog van vele stedelingen, wrede executies zijn voltrokken. Aan het plein, op de hoek van de Grote Oost, ligt de Waag. Op de gevel prijkt een eenhoorn met het wapenschild van Hoorn.

Rond 1600 werd Hoorn een van de belangrijkste VOC-steden. Ter bevordering van de handel kreeg de stad een Waag. Eeuwenlang werd hier kaas gewogen, maar sinds 1953 kunnen we in restaurant d’Oude Waegh onder het genot van een hapje en een drankje genieten van het uitzicht over het plein en ons wanen in zeventiende-eeuwse sferen. Lees hier het volledige verhaal van de Waag.

Het Waaggebouw aan de Roode Steen, dat tegenwoordig een restaurant is. Foto: M.Minderhoud, via Wikimedia (publiek domein).

Het Westfries Museum

Midden op de Roode Steen staat het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen. Deze geboren Horinees was vanaf 1617 gouverneur-generaal van de VOC. Een omstreden figuur, vanwege zijn optreden tegen de inwoners van de Banda-eilanden. Toen zij tegen het uitdrukkelijke verbod van de VOC in nootmuskaat hadden geleverd aan de Engelsen, stuurde Coen er een strafexpeditie heen. Duizenden mensen werden gedood. In de negentiende eeuw had hij de status van nationale held, vanwege zijn rol in het vormgeven van het koloniale rijk in Nederlands-Indië. Daar heeft Hoorn dit standbeeld aan overgehouden, dat nu voor nogal wat discussie zorgt, evenals een naar hem vernoemde suite in het plaatselijke Van der Valk Hotel.

Achter het meer dan levensgrote standbeeld ligt het Westfries Museum, dat geheel gewijd is aan de geschiedenis van de Gouden Eeuw. Het museum heeft dit voormalige bestuursgebouw van de Gecommitteerde Raden van West-Friesland en het Noorderkwartier ingericht met een serie stijlkamers vol kunst en handwerk. Ook is het museum niet bang om de koloniale geschiedenis verder uit te diepen en een brug te slaan tussen de discussies van het heden en de gebeurtenissen uit het verleden. Lees hier het volledige verhaal van het Westfries Museum.

De Roode Steen met het standbeeld van J.P. Coen en het Westfries Museum. Foto: Dqfn13, via Wikimedia (CC BY-SA 4.0).

De Boterhal

Langs de Waag wandelen we verder de Kerkstraat in richting het noorden. De Kerkstraat komt uit bij de Grote Kerk aan het Kerkplein. Dit is de oudste kerk van Hoorn, waarvan de geschiedenis teruggaat tot een klein kerkgebouwtje van hout en riet uit de veertiende eeuw. Tegenover de kerk, op nummer 39, ligt de Hoornse Boterhal: een bijzonder gebouw uit de vroege renaissance. Ooit gebouwd als gasthuis voor zieken, is het historische gebouw tegenwoordig in gebruik als kunstcentrum.

De Boterhal werd in 1563 gebouwd als tehuis om ouderen en zieken te verplegen, onder de naam Sint Jans Gasthuis. Het Sint Jans Gasthuis kreeg later verschillende functies, variërend van kledingmagazijn voor het Hoorns garnizoen tot sociale werkplaats. In 1925 was het een opslagplaats voor boter en kaas. Dit is de reden dat het Sint Jans Gasthuis tot op de dag van vandaag bekendstaat als de Boterhal. Lees hier het volledige verhaal van de Boterhal.

De Boterhal of het Sint Jans Gasthuis te Hoorn. Foto: Arch, via Wikimedia (publiek domein).

Het Statenlogement

We vervolgen onze weg richting het noorden door de Nieuwstraat, die eindigt in een kruispunt. Op dit knooppunt van straatjes worden we getroffen door de aanblik van het opvallend gedecoreerde Statenlogement, dat met de hoek in de straat is meegebouwd. Dit pand werd in 1613 gebouwd om onderdak te bieden aan de Gecommiteerde Raden van het Noorderkwartier en Westfriesland.

Aan het pand kun je goed zien dat het een belangrijk gebouw was: de forse dubbele trapgevel is uitgevoerd in de stijl van de Hollandse Renaissance met rijke versieringen van zandsteen. Ook herinnert het Statenlogement nog aan de steden die er vroeger samenkwamen. Op de gevel zijn de wapens van Alkmaar, Hoorn, Enkhuizen, Edam, Monnickendam, Medemblik en Purmerend vereeuwigd. Lees hier het volledige verhaal van het Statenlogement.

Het Statenlogement is met de hoek in de straat meegebouwd. Foto: Gouwenaar, via Wikimedia (publiek domein).

Het Oost-Indisch Huis

Na het Statenlogement wandelen we de Muntstraat in richting het oosten. Al snel passeren we het Oost-Indisch Huis op nummer 4. De naam doet direct denken aan de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en dat vermoeden klopt: in dit herenhuis zetelde de Hoornse ‘kamer’ van de handelsmaatschappij. Dit is terug te zien in het driehoekige fronton op de gevel, waar vier engeltjes het monogram van de Hoornse VOC vasthouden.

Al lang voor de Gouden Eeuw was Hoorn een belangrijke handelsstad. De inwoners van de stad waren actief in de haringvisserij, de Oostzeehandel en de handel op Frankrijk en Portugal. Vanaf de zestiende en zeventiende eeuw werd Hoorn als havenplaats onmisbaar voor de internationale handel, scheepvaart en scheepsbouw. Het is dan ook niet gek dat de VOC Hoorn koos als thuisbasis voor één van haar afdelingen. Lees hier het volledige verhaal van het Oost-Indisch Huis.

Het statige Oost-Indisch Huis aan de Muntstraat. Foto: Erik Baas, via Wikimedia (CC BY-SA 3.0).

VOC-pakhuizen ‘Onder de Boompjes’

We blijven nog even in VOC-sferen voor het volgende punt op onze wandelroute door Hoorn: VOC-pakhuizen ‘Onder de Boompjes’. Hiervoor lopen we de Muntstraat helemaal af en steken we met de brug het water van de Turfhaven over. Recht voor ons, op de hoek van Onder de Boompjes en de Pakhuisstraat, liggen dan de twee pakhuizen gemoedelijk naast elkaar. De herkenbare bakstenen panden met glooiende trapgevels zijn stille getuigen van de Gouden Eeuw.

In 1606 liet de VOC haar eerste pand bouwen in Hoorn. Op de gevelsteen van het rechter pakhuis is een zak met handelswaar is afgebeeld en het jaartal 1606 in bladgoud. De zak op de gevelsteen is gevuld met peper, want de pakhuizen waren bedoeld als opslag voor specerijen. Op de gevelsteen van het linker pakhuis zijn zeventiende-eeuwse driemasters te zien. Na de teloorgang van de VOC kregen de pakhuizen andere functies, waaronder die van graanopslag, bibliotheek en fietsenwinkel. Lees hier het volledige verhaal van Onder de Boompjes.

Achter de brug liggen de twee VOC-pakhuizen ‘Onder de Boompjes’. Foto: Dolfy, via Wikimedia (CC BY-SA 3.0).

De Nieuwe Doelen

Langs het kabbelende water slenteren we verder richting het westen. Onder de Boompjes eindigt in een kruispunt. In de Achterstraat, aan onze rechterzijde, ligt het statige gebouw van de Nieuwe Doelen. Dit gebouw werd gebruikt door de plaatselijke schutterij. De schutterij voerde vroeger de taken van brandweer, politie en leger uit en beschermde burgers tegen dreigingen van buiten. Het ambt van schutter was vrijwillig en werd uitgevoerd naast een normale baan.

In de Nieuwe Doelen kwamen de schutters van Hoorn samen om te oefenen met schieten, zaken te bespreken en te netwerken. Als het even kon lieten schutterijen zich ook vereeuwigen op een schuttersstuk. De West-Friese schilder Jan Albertsz. Rotius maakte een groot aantal van deze schilderijen, die lange tijd in De Nieuwe Doelen hebben gehangen. Lees hier het volledige verhaal van de Nieuwe Doelen.

Het Doelengebouw, gezien vanaf de Achterstraat naar de Turfhaven. Foto: Dqfn13, via Wikimedia (CC BY-SA 4.0).

Het Sint-Pietershof

We keren weer om en laten de Achterstraat achter ons, op weg naar onze laatste bestemming. Die bereiken we als we een stukje over de Gedempte Turfhaven richting het westen lopen. Bij het tweede kruispunt dat we tegenkomen, slaan we rechtsaf naar de parkeerplaats op het Munnickenveld en direct linksaf het Dal in. Het monumentale gebouw aan onze rechterhand, dat wel wat weg heeft van de Hermitage in Amsterdam, is het Sint-Pietershof.

Het is niet geheel toevallig dat de Amsterdamse Hermitage en het Hoornse Sint-Pietershof zo op elkaar lijken. Beide gebouwen dienden als tehuis voor ouderen, een knap staaltje zeventiende-eeuwse liefdadigheid. In het Sint-Pietershof konden mannen en vrouwen ouder dan zestig jaar hun laatste dagen kosteloos doorbrengen. In ruil voor deze verzorging eisten de regenten alleen dat de bewoners zich deugdzaam gedroegen: kerkbezoek was verplicht en dronkenschap was verboden. Lees hier het volledige verhaal van het Sint-Pietershof.

De voorname hoofdgevel van het Sint-Pietershof te Hoorn. Foto: Dqfn13, via Wikimedia (CC BY-SA 4.0).

Via de Veemarkt lopen we in één rechte weg terug naar het treinstation van Hoorn, waar we onze wandeling begonnen. We hebben vandaag een kijkje gekregen in de geschiedenis van één van de rijkste steden van de Gouden Eeuw. Het is duidelijk wat deze rijkdom teweeg bracht: monumentale woonhuizen, stevige verdedigingswerken, fraaie pakhuizen en weldadige zorg voor de zwakkeren in de samenleving. En met die gedachte nemen we afscheid van historisch Hoorn.

Samenstelling: Sarah Remmerts de Vries, 2019.

Publicatiedatum: 22/03/2021