Mijn plek: ‘Op de Roode Steen ben je in de Gouden Eeuw’

Welke plaats vind jij het meest kenmerkend voor Noord-Holland? 'Mijn Plek is de Roode Steen.' Tineke Blok neemt ons mee naar het plein in het hart van Hoorn. 'Hier,' zegt ze, 'voel je te midden van gebouwen uit de VOC-tijd, je een nietige schakel in een reeks van eeuwen.' Dit plein met een enigszins lugubere naam staat voor haar centraal in de geschiedenis van dit deel van Noord-Holland.

Een tamelijk grote ronde steen in het plaveisel van het plein is rood gekleurd van het bloed. Geen schrik, dit is maar een replica. Op deze plek zouden vroeger de door schout en schepenen uitgesproken straffen zijn voltrokken. Zo’n gebeuren bracht veel stedelingen op de been. Dat was ook de bedoeling, want de wrede straffen dienden als waarschuwing.

Ook zonder bloederige taferelen is het druk op het plein – althans in normale tijden met winkelend en flanerend publiek. In deze pandemische maanden is het hier aanzienlijk stiller. Zo rustig, dat Tineke Blok op een vroege zondagmorgen het plein zelfs zonder passanten heeft kunnen fotograferen.

Tineke: ‘Normaal – zonder corona – is dit vooral een kruispunt van mensen die van links naar rechts diagonaal het plein oversteken. De zondagmorgen dat ik er was, hing hier een serene rust.’

Een uitgestorven Roode Steen. Met het Waaggebouw en het standbeeld van J.P. Coen. Foto: Tineke Blok.

De Waegh

Het plein de Roode Steen is van oudsher de kaasmarkt van de West-Friese hoofdstad. Met natuurlijk een officiële waag. Vermoedelijk al in de 14e eeuw kende Hoorn een waaghuis. In 1509 was er behoefte aan een nieuw en groter waaggebouw. En een eeuw later besloot het stadsbestuur opnieuw tot de realisering van een nieuw, imposant waaggebouw. Hiervoor namen de bestuurders Hendrick de Keyser in de arm.

Wekelijks werd in de waag aan de Roode Steen, al in de 17e eeuw, kaas verhandeld en gewogen. In topjaren ging wel drie miljoen kilogram kaas per jaar hier over in andere handen. De Waag in Hoorn verloor zijn functie toen in de polders rond de stad diverse kaasfabriekjes verrezen. Maar het gebouw van Hendrick de Keyser behield als grand café een centrale plaats in het plaatselijke leven.

Vooroorlogse rentbriefkaart van kaasdragers bij het Waaggebouw. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Fantasie

Isaak Tirion vertelde in 1744 in zijn boek ‘Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden’ al dat de waag een fraai vierkant gebouw is ‘van blaauwen Arduin, met eenen Eenhoorn, die ’t Wapen van Hoorn vasthoudt in de Voorgevel.’

Tineke: ‘Ik ga graag even bij d’Oude Waegh een kop koffie drinken en kijk dan naar de voorbijkomende mensen. Je ziet aan de kleding dat je in de 21e eeuw bent. Maar op zondagmorgen vroeg, met zicht op een uitgestorven plein, kun je op de Roode Steen, te midden van gebouwen rondom die herinneren aan de Gouden Eeuw, jouw fantasie heerlijk de vrije loop laten. Dan zie ik mensen in kledij van de 17e eeuw langs komen.’

‘D’Oude Waegh heeft ’s zomers een terras rondom, zodat je letterlijk op het plein zit. Maar het café-restaurant is ook van binnen zeker een bezoekje waard,’ vertelt Tineke Blok enthousiast. Bovendien staan er enkele banken op het plein. ‘Zittend en kijkend op het plein kan je de grandeur uit de Gouden Eeuw rustig op je laten inwerken. Met een beetje fantasie hoor je zelfs het klikken van paardenhoeven.’

Drukte in de Gouden Eeuw voor de haven van Hoorn. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Omringdijk

De Roode Steen is niet voor niets het hart van de stad, hier komen namelijk tal van straten en stegen samen. Onder andere de straten Grote Oost en West. Je realiseert het je niet, maar het plein en beide straten maken deel uit van de West-Friese Omringdijk. Daarvoor moeten we van de Gouden Eeuw nog verder terug in de tijd. Vanwege tal van overstromingen in dit deel van Holland besloten de West-Friezen lang geleden al dat het hoog tijd was om bestaande stukken dijk aan elkaar te koppelen. Dat resulteerde in een ringdijk van ongeveer 125 kilometer. Helemaal rond het hart van West-Friesland, inclusief Alkmaar, Schagen, Medemblik, Enkhuizen en Hoorn Deze beveiliging tegen het water zal rond 1250 zijn voltooid.

De Roode Steen, Grote Oost en West behoren daarmee tot de oudste straten van Hoorn. In 1744 schreef Isaak Tirion dat men het naar gewoonte niet eens is over de oorsprong van de naam van de stad. De een hield het op een herberg waar een bord met een hoorn uit hing. Anderen meenden dat de bocht van de haven aan de zee op een hoorn leek.

Volgens een Friese legende is deze stad begin achtste eeuw gesticht door Hornus, stiefzoon van de Friese koning Radboud. Later zou het oude Hoorn van Hornus door de Zuiderzee zijn verzwolgen, maar zie: er verrees een nieuw Hoorn, de stad van nu. Op en achter de dijk. Bij opgravingen zijn meters diep onder de Roode Steen sporen van bewoning uit het begin van de 13e eeuw aangetroffen.

Oude prent van het wapen van de stad Hoorn. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Museum

De ligging aan de Zuiderzee bood Hoorn een goed uitgangspunt voor economische bloei. In de hoogtijdagen van Hoorn, tussen midden 16e en midden 17e eeuw steeg het aantal ingezetenen tot bijna vijftienduizend. Ter beveiliging kwamen er wallen rond de stad. Het inwonertal zakte na de topjaren van Hoorn terug tot rond de tienduizend. Inmiddels ligt het inwonertal van de gemeente Hoorn rond de 65 duizend.

Tineke: ‘Ik woon nu ruim twintig jaar vlakbij Hoorn, met uitzicht op het Markermeer en de skyline van Hoorn. Na Amstelveen, Haarlem en Purmerend is Hoorn nu mijn plek geworden. Helemaal. En dan bedoel ik vooral de Roode Steen. Met het Westfries Museum. Van het plein zie je dat het museum uit twee totaal verschillende delen bestaat, met in het midden een prachtig toegangshek. In het museum vind je de geschiedenis van eeuwen opgeslagen. Zeeslagen, kleding, meubelen – van alles.’

Het museum is gehuisvest in het statige gebouw waar vroeger het bestuur zetelde. Hier vergaderden de Gecommitteerde Raden van West-Friesland en het Noorderkwartier. In de loop van de eeuwen is natuurlijk het nodige aangepast en gerestaureerd in en aan de historische bebouwing. Het opvallende smeedijzeren hek dateert uit 1729 is van de hand van J. Uljé.

Het Westfries Museum met in het midden van de twee gebouwen een toegangshek uit 1729. Foto: Tineke Blok.

Feestrede

Over historie gesproken, je ziet hem zeker niet over het hoofd. Meer dan levensgroot staat hij op het plein: Jan Pieterszoon Coen. Geboren in Hoorn in 1587. ‘Een omstreden figuur,’ constateert Tineke Blok. En niet alleen nu. Pak de Zutphense Courant van eind mei 1893 erbij en je leest: ‘De onthulling van het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen had heden, door goed weder begunstigd, plaats. Dr. Schaepman hield eene welsprekende feestrede. (-) Het standbeeld, Coen voorstellende met den voet op een kanon, is zeer fraai.’

Maar er klonken ook kritische geluiden. In een brochure in 1929 betoogde J.B. Meijer dat wat Coen op het eiland Banda in Indië ‘verricht heeft, kunnen zelfs de schetterendste loftrompetten niet overstemmen en doen vergeten.’ Vanwege het economische belang van de daar aanwezige specerijen hadden de machthebbers van de Oost-Indische Compagnie liever de Bandanezen willen doen ‘uitroeyen ende verjagen ende ’t lant liever met heydenen wederom te doen peupleren’.  Meijer constateerde: ‘Coen heeft deze wil vrijwel in letterlijke zin uitgevoerd.’

De Roode Steen met in het midden het standbeeld van de omstreden Jan Pietersz. Coen. Foto: Tineke Blok.

Strafexpeditie

Omdat bewoners van de Banda-eilanden tegen het uitdrukkelijke verbod van de VOC in nootmuskaat hadden geleverd aan de Engelsen, stuurde Coen er een strafexpeditie heen. Duizenden bewoners werden gedood. Omdat hij behalve een krachtdadig ook een visionair generaal was die het handelsimperium van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) in Azië vorm heeft gegeven, had Coen jarenlang de status van nationale held. En dus besloot eind 19e eeuw een comité geld in te zamelen ten einde Coen op een voetstuk te zetten.

Prof. Ferdinand Leenhoff (1841-1914), van de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam, heeft deze zoon van Hoorn in brons vereeuwigd. Coen is in 1629 in het door hem gestichte Batavia (thans Jakarta) gestorven.

Hij staat er onbewogen op de Roode Steen bij. Wel toepasselijk, vlakbij de ronde rode steen in het plaveisel.

Portret van Jan Pietersz. Coen (1587-1629). Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, Noord-Hollands Archief.

Stiltecentrum

Doe even als Coen en ga midden op het plein staan, adviseert Tineke Blok. ‘Kijk om je heen. Dan vallen vast al de kerktorens op die je ziet.’ Ze attendeert op de Koepelkerk vlakbij aan het Grote Noord. ‘Hier heb je een ‘stilte- en bezinningscentrum’ dat dagelijks is geopend. Daar loop ik na een bezoekje aan de Roode Steen graag even binnen.’

Deze kerk, net als zoveel gebouwen aan en rond het Roode Steen, is een rijksmonument. Het ontwerp is van de hand van architect A.C. Bleijs. De in 1882 geopende kerk staat op de plek van een vroegere schuilkerk.

‘Wanneer ik van de Roode Steen weer naar huis loop,’ zegt Tineke, ‘heb ik vaak een gevoel dat ik in de tijd even enkele eeuwen op en neer ben geweest.’

Tekst: Jan Maarten Pekelharing

De Koepelperk aan het Grote Noord, bij de Roode Steen. Foto: Tineke Blok.

Meedoen aan ‘Mijn plek’?

Neem ons mee naar de plek die jij kenmerkend vindt voor jouw streek in Noord-Holland. We kunnen er misschien in deze pandemische tijd even niet heen, maar we horen graag over het monument, plein, kerk, molen, natuurgebied of buurtje waar jij je thuis voelt. Stuur jouw ideeën in naar redactie@onh.nl en wie weet maken we binnenkort van jouw plek een verhaal!

Publicatiedatum: 10/02/2021