Posthoornkerk: opmars van de katholieke kerkenbouw in Nederland
Na de Franse tijd kregen de Nederlandse katholieken steeds meer ruimte om hun geloof uit te oefenen. De Posthoornkerk getuigt hier nog van.
>Soms zijn ze klein, soms juist heel groot. Soms staan ze aan een plein in een drukke stad, soms in het midden van een klein dorpshart. En in uitzonderlijke gevallen beperkt het zich tot een zoldertje. Geen gebouw zo divers als de kerk.
Na de Franse tijd kregen de Nederlandse katholieken steeds meer ruimte om hun geloof uit te oefenen. De Posthoornkerk getuigt hier nog van.
>Koning Willem I had graag controle over de kerkbouw. De staat financierde voor een deel de bouw van nieuwe kerkgebouwen, maar deze kwamen tot stand onder supervisie van het ministerie van Waterstaat.
>Niet alleen ‘Naatje’ maakte de Dam tot het nationale plein van Nederland. Ook de aan het plein gelegen Nieuwe Kerk droeg bij aan de symbolische betekenis van deze plek voor het Koninkrijk der Nederlanden.
>Frans Hals werd oud. Hij stierf in 1666, en was toen de 80 ruim gepasseerd. Hij kreeg een graf in de gereformeerde Sint Bavokerk, waarvan hij in 1655 was lid geworden. Frans Hals was van huis uit katholiek. Zowel zijn eerste vrouw Anneke Harmensdr, als zijn tweede vrouw, Liesbeth Reyniers was gereformeerd. Ook zijn kinderen zijn gedoopt in gereformeerde kerk.
>De Waalse Kerk aan het Begijnhof is de oudste kerk van Haarlem. De monumentale kerk stamt uit de 15de eeuw en is oorspronkelijk gebouwd als godshuis voor de katholieke Begijnen. Nadat de Spanjaarden uit Haarlem waren verdwenen confisqueerde het nieuwe protestante stadsbestuur alle katholieke kerken en kloosters. De oude Begijnenkerk werd deels in gebruik gegeven aan de talloze protestanten immigranten uit het katholieke Vlaanderen en Wallonië. Dirck Hals, de jongere broer van Frans, en eveneens schilder, was het eerste kind uit het gezin Hals dat in Haarlem geboren werd. Dirck ligt begraven in de Waalse Kerk.
>Johannes had een visioen van het nieuwe Jeruzalem, een stad waarvan lengte, breedte en hoogte gelijk waren. Toen dominee Holl in juli 1965 voorging in de inwijdingsdienst van “De Hoeksteen” gebruikte hij deze tekst uit het boek Openbaring. De architect van het kerkgebouw was door de tekst over het nieuwe Jeruzalem geïnspireerd en ontwierp een gebouw in de vorm van een kubus.
>Een zondagmorgen in 1917 in de Thamerkerk in Uithoorn. De organist zette kordaat psalm 150 in. Halverwege de eerste strofe klonk het geluid van rammelende melkbussen. Verstoord keken de kerkgangers elkaar aan en sommigen raakten van de wijs. De organist trok nog een extra register open, maar daardoor ging de gezongen tekst verloren. De preek van de dominee werd hinderlijk onderbroken door het lawaai van buiten op de steiger. Het was de zoveelste keer dat de nabij gelegen melkfabriek CMC op de Dag des Heren een schip met melkbussen liet lossen gedurende de dienst. Het werd tijd dat de Kerkenraad actie ondernam naar de fabriek en naar de burgemeester.
>Vooral op plekken waar land- en waterwegen samenkwamen bij een dam ontstond in de middeleeuwen handelsactiviteit. Handelaren, vissers, zeelieden en ambachtslieden gingen zich vestigen bij zo’n dam. Ook Durgerdam kent een soortgelijke ontstaansgeschiedenis. Echter, het oorspronkelijke dorp, vroeger IJdoren of IJdoornickerdam genaamd, is aan de golven ten prooi gevallen.
>Op de zondag die het dichtst bij 24 juni ligt, de naamdag van Johannes de Doper, wordt in Laren de Sint Jansprocessie gelopen. In oude, gemythologiseerde verhalen uit de negentiende eeuw werd ook wel gesproken van het zonnewendefeest. Een andere mythe is dat de tocht terug te voeren zou zijn op Willibrord die de Batavieren rond de omgeving van Laren versloeg. De processieroute loopt van de Sint Jansbasiliek naar het Sint Janskerkhof. Op de route zijn speciaal voor deze dag bogen en poorten geplaatst, die voorzien zijn van contemplatieve Bijbelteksten. Na de liturgische dienst keert de processie terug naar de basiliek. De route voerde door de velden van de Engh. Op foto’s en schilderstukken van toen is goed het verschil te zien met de huidige situatie. Door bebouwing en de verbreding van de snelweg A1, is de route nu minder landelijk dan voorheen.
>Toen er in 1834 een splitsing ontstond tussen de Hervormde- en de Gereformeerde Kerk voelde een klein groepje Ankeveners zich meer verbonden met de Gereformeerde opvattingen. Wekelijks trokken zij over de Dammerkade of het Bergse Pad naar Nederhorst de Berg voor het luisteren naar het Woord. In 1895 bouwden zij op het terrein van de groentekweker N. Holdinga voor een bedrag van fl. 515,– ‘en eenige centen’ een eigen ‘Huis des Heeren’. Inwendig bestond het uit een ruimte met een tongewelf, kansel, orgel en dertig zitplaatsen. In 1965 werd de kerk verlaten.
>De kerk is gebouwd in 1927-28. Het ontwerp was in handen van architect Th. J. van Elsberg uit Almelo. De bouw werd voor een bedrag van fl. 81.000,- uitgevoerd door de Amersfoortse aannemer A. C. Beyer. Het metselwerk is van de gebr. Splinter uit Ankeveen. Op 18 september 1927 vond de eerste steenlegging plaats en op 7 mei 1928 volgde de kerkelijke inzegening. Bekijkt u ook eens de prachtige gevelstenen aan de torenmuur welke vervaardigd werden door de beroemde 17de eeuwse steenhouwer Ingnatius van Logteren.
>De kerk werd in 1907, naar een ontwerp van architect J. van Dillewijn, gebouwd op dezelfde plaats waar de oude middeleeuwse St. Martinuskerk heeft gestaan. De oude kerk werd in 1593 door de overwegend r.k. gebleven bevolking, overgedragen aan de Gereformeerde gemeente. In het midden van het raam in de westmuur is een klein glas-in-loodraampje geplaatst met een afbeelding van de oude middeleeuwse kerk. De kerk is thans niet meer in gebruik. Sinds 2008 wordt er ijverig gewerkt om het 100 jaar oude gebouwtje om te bouwen tot een ‘theaterkerkje’ onder de naam van de architect van het gebouw ‘De Dillewijn’.
>De buurgemeenten van Amsterdam waren in trek voor een uitstapje, en vanwege de goedkopere tarieven trouwden joodse Amsterdammers soms in Zaandam of Weesp. Koosjere boter en kaas werd veelal ingevoerd vanuit de ‘mediene’ – de benaming voor alle plaatsen buiten Amsterdam waar een joodse gemeenschap bestond. Op reis kon men eten en slapen in koosjere kosthuizen en pensions.
>De Basiliek van de H. Nicolaas, genoemd naar de patroonheilige van Amsterdam, ligt als een prachtig boegbeeld van de stad tegenover het Centraal Station. Door zijn koepel, omvang en locatie is het een kerk die door velen gezien en gekend wordt. In 1999 werd een grootschalige restauratie van de kerk voltooid. In 2012 werd de kerk basiliek.
>De Kastelenstraat in Amsterdam Buitenveldert is tegenwoordig hét joodse winkelgebied. In Buitenveldert hebben zich, net als in Amstelveen, al sinds de jaren zestig veel joodse gezinnen gevestigd. Er zijn voorzieningen als joodse scholen, synagogen – en natuurlijk winkels. Naast Laromme, de enige koosjere bakkerij van Nederland en de aloude firma Mouwes, zijn er verschillende restaurants gevestigd. Verder zijn bij de Buitenveldertse filialen van de landelijke supermarktketens sinds enkele jaren verschillende koosjere producten te krijgen.
>Het kookboek voor de joodse keuken doet meer om de joden bij elkaar te houden dan de Heilige Thora,’ schreef auteur Meyer Sluyser (1901-1973). Aan het einde van de negentiende eeuw waren de joden in Nederland na een proces van meer dan een eeuw relatief goed geïntegreerd in de verschillende bevolkingslagen en beroepssectoren. Dankzij onder andere de diamantindustrie was er een klasse van meer gegoede joodse arbeiders ontstaan. Aan de Nieuwe Uilenburgerstraat opende diamantslijperij Boas in 1897 zijn nieuwe fabriek. Het bedrijf van de gebroeders Boas was op de oude locatie aan de Nieuwe Keizersgracht uit zijn voegen gegroeid. Met de nieuwe fabriek werd Boas in een klap de grootste diamantslijperij in Amsterdam met 650 mensen in dienst. Sinds 1990 is Gassan Diamonds gevestigd in deze historische diamantslijperij aan de Uilenburgerstraat.
>Een prent uit 1725 laat zien hoe de viering van Pesach op sederavond bij de Portugees-Joodse familie Alvaro Nunes da Costa er aan toeging. De familie woonde op de Nieuwe Herengracht 49, niet ver van de synagoges bij het Waterlooplein. De viering van Pesach (Pasen) herinnert aan de uittocht uit Egypte. In de Tora wordt in het boek Exodus verteld dat Mozes de opdracht van God kreeg om de joden uit Egypte te leiden. De Farao wilde de joden, die als slaafgemaakten leefden, niet laten gaan. Pas nadat er tien plagen over Egypte gekomen waren, liet hij de joden vrij. Het is een opdracht om het verhaal van de uittocht uit Egypte van generatie op generatie over te leveren.
>Een joodse gemeenschap heeft koosjere slachters en slagers nodig. In Amsterdam werd aanvankelijk door Portugese slachters volgens de religieuze voorschriften geslacht bij een Hollandse slachter. Later werd een houten vleeshal gehuurd, en in 1648 liet de Portugees-joodse gemeente een eigen vleeshal bouwen die tot 1815 in gebruik bleef.
>De hedendaagse joodse keuken in Nederland is sterker verbonden met de Asjkenazische dan met de Sefardische keuken. Joden die uit Centraal- en Oost Europa naar de Republiek kwamen, namen naast hun religieuze tradities ook verschillende culinaire gebruiken met zich mee. De term ‘Asjkenazisch’ (afgeleid van het Hebreeuwse Asjkenaz – Duitsland) wordt gebruikt voor alle joden die afkomstig zijn uit het gebied dat zich uitstrekt van het noorden van Frankrijk tot en met Oost-Europa. De spreektaal van de Asjkenazische joden was het Jiddisj, een Germaanse taal met Hebreeuwse en Slavische woorden, geschreven in Hebreeuwse lettertekens. In 1670 bouwden de Asjkenaziche Joden een synagoge op de Deventer Houtmarkt, het huidige Jonas Daniël Meijerplein. Deze ‘Grote Synagoge’ maakt vanaf 1987 onderdeel uit van het Joods Historisch Museum.
>Het jodendom kent, zoals vele culturen, voedselvoorschriften. Het stelsel van joodse voedselvoorschriften is alleen al vanwege zijn uitvoerigheid vrijwel uniek. Voedsel is volgens de joodse traditie koosjer indien het door soort en bereidingswijze voor consumptie ‘geschikt’ is (Hebreeuws: kasjeer). De regels van het kasjroet (de joodse spijswetten) zijn hoofdzakelijk gebaseerd op voorschriften uit twee hoofdstukken uit de bijbel, Leviticus 11 en Deuteronomium 14, en later verder uitgebreid. Lekker Joods. Een wereld op tafel kwamen onder andere de spijswetten en typisch joodse gerechten aan bod. De tentoonstelling was te zien in het Joods Historisch Museum t/m 5 mei 2013.
>