Koosjer in het kort

Het jodendom kent, zoals vele culturen, voedselvoorschriften. Het stelsel van joodse voedselvoorschriften is alleen al vanwege zijn uitvoerigheid vrijwel uniek. Voedsel is volgens de joodse traditie koosjer indien het door soort en bereidingswijze voor consumptie 'geschikt' is (Hebreeuws: kasjeer). De regels van het kasjroet (de joodse spijswetten) zijn hoofdzakelijk gebaseerd op voorschriften uit twee hoofdstukken uit de bijbel, Leviticus 11 en Deuteronomium 14, en later verder uitgebreid.

n

Op de tentoonstelling Lekker Joods. Een wereld op tafel kwamen onder andere de spijswetten en typisch joodse gerechten aan bod. De tentoonstelling was te zien in het Joods Historisch Museum t/m 5 mei 2013.

Affiche van de tentoonstelling ‘Lekker Joods. Een wereld op tafel’.

Affiche van de tentoonstelling 'Lekker Joods. Een wereld op tafel'.Affiche van de tentoonstelling ‘Lekker Joods. Een wereld op tafel’.

Wat mag wel of niet gegeten worden?

Vlees van herkauwende zoogdieren met gespleten hoeven is toegestaan. Varkensvlees dus niet, aangezien het dier niet herkauwt, evenmin als konijn, omdat het geen gespleten hoeven heeft. Het achterdeel met de zogenaamde ‘verwrongen spier’ mag niet worden gegeten – tournedos is dus niet koosjer. Het meeste gevogelte is toegestaan. Vissen zijn koosjer, indien ze zowel zichtbare vinnen als schubben hebben. Verboden zijn dus schelp- en schaaldieren en bijvoorbeeld paling. De bijbelse bepaling om ‘het bokje niet te koken in de melk van zijn moeder’ (Exodus 23:19 en 34:26, Deuteronomium 14:21) vat de joodse traditie op als een verbod om melk(producten) met vlees(producten) te mengen, te bereiden of te eten. Het onderscheid tussen vlees- en melkkost maakt het nodig om twee serviezen en bestekken te bezitten, evenals een dubbel stel potten en pannen. Trefa (in het Jiddisj treife) zijn alle soorten en producten die niet koosjer zijn en niet koosjer voorbereid zijn. In noodgevallen, bij levensgevaar bijvoorbeeld, geldt uiteraard ontheffing van alle wetten, inclusief de spijswetten. Het leven gaat boven alles.

Koosjerzegel.

Collectie Joods Historisch Museum.

Koosjerzegel.Koosjerzegel.

Koosjer in de kalender

Elke joodse feestdag heeft zijn eigen kenmerkende gerechten. Op joods Nieuwjaar (Rosj Hasjana) worden stukjes zoete appel gedoopt in honing en andere zoete gerechten gegeten, met de wens: ‘moge het een goed en zoet jaar worden’. In december valt Chanoeka, het Inwijdings- of lichtjesfeest. Populair zijn dan latkes (geraspte-aardappelbeignets) en andere in olie gebakken gerechten, ter herinnering aan de olielamp die acht dagen bleef branden. In het vroege voorjaar wordt Poeriem (Lotenfeest) gevierd, men geeft elkaar bijvoorbeeld hamantasjen – driehoekige deegkoekjes met zoete vulling – en hamansoren of kiesjelisj – dun gefrituurd deeg bedekt met suiker.

Sjabbat

De belangrijkste feestdag komt wekelijks terug: de sjabbat. Deze dag wordt een ‘genot’ genoemd, zeker ook omdat er niet minder dan drie maaltijden gegeten moeten worden. Op vrijdagavond het uitvoerigst, in elk geval met wijn, twee challes en daarna bijvoorbeeld met kippensoep, gehakte lever, gebraden kip, viskoekjes of gefilte fisj. Op de sjabbat mag er niet gewerkt en dus ook niet gekookt worden. ’s Middags na de synagoge is er een maaltijd, bijvoorbeeld met een gerecht als sjalet of perenkugel dat vóór begin van de sjabbat aan de kook werd gebracht en langzaam gegaard is. Voor het donker wordt volgt een derde maaltijd.

Sjabbat.

Joods Historisch Museum, cop. Ram Katzir.

Sjabbat.Sjabbat.

Publicatiedatum: 21/02/2013