Pesach

Een prent uit 1725 laat zien hoe de viering van Pesach op sederavond bij de Portugees-Joodse familie Alvaro Nunes da Costa er aan toeging. De familie woonde op de Nieuwe Herengracht 49, niet ver van de synagoges bij het Waterlooplein. De viering van Pesach (Pasen) herinnert aan de uittocht uit Egypte. In de Tora wordt in het boek Exodus verteld dat Mozes de opdracht van God kreeg om de joden uit Egypte te leiden. De Farao wilde de joden, die als slaven leefden, niet laten gaan. Pas nadat er tien plagen over Egypte gekomen waren, liet hij de joden vrij. Het is een opdracht om het verhaal van de uittocht uit Egypte van generatie op generatie over te leveren.

Sederavond

Aan de vooravond van Pesach vindt thuis de sederavond plaats. Het hele huis is van te voren ‘desem-vrij’ gemaakt, dit is het zogenaamde kasjeren. Op tafel staat een sederschotel met daarop verschillende soorten voedsel die een symbolische betekenis hebben. Zo herinnert bitter kruid (mierikswortel) aan de slavernij, peterselie aan de lente en zout water aan tranen van verdriet. Iedereen heeft een boek (hagada) waaruit het verhaal van de uittocht uit Egypte wordt gelezen. De vraag “wat is het verschil tussen deze avond en alle andere avonden?” wordt gesteld door de jongste aanwezige en vormt het begin van een lange avond vol verhalen, liederen, discussie en natuurlijk eten. Onderdrukking en bevrijding vormen het centrale thema van de avond. Om de verwachting van de uiteindelijke (Messiaanse) bevrijding aan te geven is er aan tafel een aparte plaats voor Elia gedekt. Hij zal immers de komst van de Messias aankondigen.

Paasmaaltijd bij de Portugese Joden. Sederavond bij de Portugees-joodse familie van Alvaro Nunes da Costa, Nieuwe Herengracht 49. Prent van Bernard Picart uit 1725.

Betekenis van Pesach

Pesach betekent ‘overslaan’, de term houdt verband met het feit dat bij de tiende plaag, de dood van de eerstgeborene, de huizen van de joden werden overgeslagen. Tijdens Pesach viert men de bevrijding, in de eerste plaats van de slavernij, in de tweede plaats van de winterkou. Tijdens dit achtdaagse feest mag men geen gegiste of gedesemde producten eten, in plaats daarvan eet men matzes. Dit herinnert eraan dat er tijdens de nachtelijke uittocht geen tijd was om het deeg voor het brood te laten rijzen. Ook gebruikt men in deze periode een apart servies, dat niet in contact is geweest met gedesemde voedingswaar en dus koosjer (geschikt) is voor Pesach.

Sederschotel. Uit: Fotozuil Joods Leven in Amsterdam, 1999-2002, Anita Frank en Pauline Prior. Collectie Joods Historisch Museum Amsterdam.

Een feest met een eigen servies

Tijdens Pesach gelden bijzondere spijswetten. Dan is namelijk het nuttigen en het in bezit hebben van gedesemd of gegist voedsel verboden. Het huis moet daarom helemaal worden schoongemaakt en op de vooravond doorgekamd op de laatste kruimels. Die worden op de ochtend voor het begin van het feest verbrand. Niets dat gedesemd is, gemaakt is van vijf specifieke graansoorten of dat met dergelijke producten in aanraking is geweest, mag meer in huis zijn. Dit betekent dat bestek en pannen voor Pesach ‘extra’ koosjer moeten worden gemaakt door middel van onderdompeling in kokend water.

Matzeballensoep. Blikje matzeballensoep. Foto: Peter de Lange.

Voor Pesach heb je speciale serviezen nodig: een voor melkkost en een voor vleeskost. Matsot (matzes, ongezuurde broden) zijn alom bekend: in Nederland zijn ze rond, overal elders vierkant. Bij de Sedermaaltijd waarmee Pesach begint, spelen matzes, net als de bittere mierikswortel en het zoete mengsel ‘charoset’, een belangrijke rol. Andere typische Pesach gerechten zijn matzeballensoep en ‘gremzelisj’, gemaakt van matzes.

Publicatiedatum: 21/02/2013

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.