Het Tolhuis, met zijn karakteristieke gevels van gele baksteen, is in 1859 als uitspanning gebouwd door Willem Springer, assistent-stadsarchitect van Amsterdam. De ligging op een in het IJ uitstekende landtong was strategisch goed gekozen: recht tegenover de oude stad en pal naast de halte van de trekschuiten naar Buiksloot en Purmerend. Het Tolhuis beschikte op eigen terrein over een stalhouderij, belangrijk voor het wegverkeer van en naar Waterland en verder. De uitspanning was dan ook vanaf het begin een geliefde plek voor uitgaand Amsterdam én passanten die op vervoer moesten wachten. Dat het Tolhuis zo goedbeklant was kwam vooral door de bijbehorende tuin met een terras aan het water. Als het weer het even toeliet genoten hoofdstedelingen er met een drankje van het uitzicht op het IJ met zijn bootjes, tegen de achtergrond van de snel veranderende skyline van hun stad (door de bouw van het Centraal Station bijvoorbeeld). Als er muziekuitvoeringen waren kon je er bijna letterlijk over de hoofden lopen. Vanaf 1878 werd de tuin ten gerieve van dagjesmensen uitgerust met nieuwe vormen van vertier: een speeltuin, een dansvloer, een schiettent en een muziekkoepel. Deze bouwsels zijn inmiddels al weer lang geleden verdwenen maar de tuin met zijn grote bomen is er nog steeds, links van de pont die van het Centraal Station komt. Er gloort een nieuwe toekomst voor het Tolhuisterrein door de recente stedenbouwkundige ontwikkelingen van de noordelijke IJ-oevers.
>
3 min