‘Zuur is hier een ding van gewicht’

Van oudsher waren er veel joodse venters en straathandelaren. Voordat er volledige beroepsvrijheid was, was dat een van de beroepen waarmee joden in hun onderhoud konden voorzien, en ook na het ontstaan van een joodse middenklasse eind 19e eeuw bleef de augurkiesman een vertrouwd beeld in de oude Jodenbuurt. Venters huurden een kar van een karrenbaas en kochten in de vroege ochtend een lading fruit die ze in de loop van de dag aan de man trachtten te brengen. Niet alleen fruit, ook aardappelen, melk, mierikswortel, kastanjes, kool, uien, wortelen en allerhande gepekelde waren werden op straat en van deur tot deur verkocht.

Haring- en zuurkar

Haring- en zuurkar. J. Goudeketting met zijn haring- en zuurkar op de Sint Anthoniesluis, circa 1930. Collectie Joods Historisch Museum

Gepekelde waren

Gepekelde waren, beter bekend als zuur, waren een Amsterdams-joodse specialiteit. De traditie om augurken, bieten, kolen en komkommers in te maken ging bij de joden uit Oost-Europa ver terug. Ingemaakt, met zout, azijn en kruiden, konden de etenswaren lange tijd worden bewaard en vormden ze een aanvulling op het vaak eentonige eetpatroon. In Amsterdam werden (en worden) ook ingelegde uitjes als een joodse specialiteit beschouwd. Hun typische kleur kregen de Amsterdamse uitjes door de toevoeging van geelwortel (kurkuma) en de kenmerkende zoetzure smaak door toevoeging van suiker. Er waren voor de oorlog in de stad tal van joodse zuurmannen en -vrouwtjes die met de handkar de straat op gingen en veel zuurinleggerijen waren in joodse handen. Bekend was bijvoorbeeld het zuur van de families Aalsvel, De Leeuw en Zwaaf. De venters vulden met de hand of met een grote schep het schaaltje dat je zelf had meegebracht.

Centsprent zuurkraam.

Centsprent zuurkraam. Centsprent, J. Schuitemaker, ca. 1850. Detail van een centsprent met vier verschillende prentjes die allemaal een bepaalde vorm van straathandel tonen. Onder iedere prent staat een versje over de desbetreffende handelaar. Beeld: Koninklijke Bibliotheek, collectie Centsprenten.

Publicatiedatum: 21/02/2013