Amsterdam Centraal Station en Koninklijke Wachtkamer
Het Centraal Station van Amsterdam heeft een ‘Koninklijke Wachtkamer’, een ruimte die uitsluitend bestemd is voor leden van de koninklijke familie en hun gasten.
>Het Centraal Station van Amsterdam heeft een ‘Koninklijke Wachtkamer’, een ruimte die uitsluitend bestemd is voor leden van de koninklijke familie en hun gasten.
>Koninginnedag 1980, de dag waarop prinses Beatrix ingehuldigd werd als de nieuwe koningin, staat te boek als de meest roemruchtige uit de Nederlandse geschiedenis. Wat een feestelijke dag had moeten worden, mondde uit in een niet eerder vertoonde explosie van geweld en ordeverstoringen.
>Het voorname pand op Oude Turfmarkt 127 werd in 1865 gebouwd voor de Nederlandse Bank. Het nieuwe kantoorgebouw verving drie bestaande grachtenpanden op dezelfde locatie waarin de bank vanaf de oprichting in 1814 was gevestigd. Koning Willem I wachtte na het vertrek van de Fransen een zware taak om de ernstig verzwakte Nederlandse economie uit het slop te trekken. Zijn beleid richtte zich op het stimuleren van de handel en het verschaffen van werk voor het berooide volk. De oprichting van een nationale bank speelde hierbij een cruciale rol. In 1967 verliet de Nederlandse Bank het gebouw van waaruit de eerste bankbiljetten van ons land waren verspreid. Het verhuisde naar een gloednieuwe kantoortoren op het Frederiksplein. Sinds 1976 is het Allard Pierson museum van de Universiteit van Amsterdam gehuisvest op de Oude Turfmarkt 127.
>Het ontstaan van de ‘nationale schatkamer van Nederland’, het Rijksmuseum, is voor een groot deel te danken aan de broer van keizer Napoleon, koning Lodewijk Napoleon. De voorloper van dit museum, De Nationale Kunst-Galerij, opende ten tijde van de Bataafse Republiek haar deuren in het door de patriotten geconfisqueerde Huis ten Bosch. Lodewijk Napoleon breidde deze collectie flink uit en verhuisde het inmiddels tot “Koninklijk Museum” omgedoopte instituut naar Amsterdam. De collectie werd in twee kamers van het Koninklijk Paleis op de Dam aan het publiek getoond. Na de machtswisseling bracht Koning Willem I dit museum onder in het statige Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal, tezamen met de Koninklijke Academie. Aan de krappe en rommelige behuizing van het museum kwam pas een einde bij de opening van het nieuwe Rijksmuseumgebouw in 1885, destijds aan de rand van de stad.
>In 1837 was de Amsterdamse Haarlemmerpoort zo vervallen dat deze werd afgebroken en vervangen voor de huidige poort. In 1840 werd de poort feestelijk geopend tijdens de inhulding van koning Willem II. Sindsdien werd de laatste stadspoort van Amsterdam vernoemd naar de nieuwe Oranjevorst.
>Het Thorbeckeplein is vernoemd naar de grondlegger van de moderne parlementaire democratie in Nederland, Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872).
>Niet alleen ‘Naatje’ maakte de Dam tot het nationale plein van Nederland. Ook de aan het plein gelegen Nieuwe Kerk droeg bij aan de symbolische betekenis van deze plek voor het Koninkrijk der Nederlanden.
>De Dam is al ruim anderhalve eeuw het nationale plein van Nederland. Op deze plek hebben door de jaren heen belangrijke gebouwen en monumenten gestaan die hebben bijgedragen aan de collectieve beleving van onze natie.
>Plan Zuid werd destijds gezien als het uithangbord van de nieuwe stedenbouw in Nederland. Maar architect Berlage had twee plannen nodig om zo ver te komen. Zijn eerste plan uit 1905 ging nog uit van de schilderachtige, barokke stedenbouw van historische steden, met een kronkelig stratenpatroon. Na bezoek aan de Verenigde Staten en Duitsland veranderde Berlages ideeën over moderne stedenbouw ingrijpend. Berlage introduceerde vernieuwende stedenbouwkundige ideeën in het plan, waarbij de samenhang tussen het aaneengesloten bouwblok (architectuur) en het symmetrisch en rechte stratenpatroon (openbare ruimte) het uitgangspunt vormde. Een ander wezenlijk verschil met de 19e-eeuwse stadswijken is dat in Plan Zuid hele straatwanden tegelijk zijn ontworpen. In de oudere wijken zijn de straten vaak huis per huis gebouwd wat een ander straatbeeld met verschillende gevels oplevert. Het is deze eenheid in stijl waarom het plan tot op de dag van vandaag geroemd wordt.
>In het oudere, noordelijke deel van De Pijp zijn de eerste huizen gebouwd in de jaren zeventig en tachtig van de negentiende eeuw, de tijd die bekend staat om haar ‘revolutiebouw’. Goedkope woningen voor arbeidersgezinnen en kleine middenstanders die door particuliere opdrachtgevers werden gebouwd. Ook toen al gold ‘tijd is geld’, en de huizen werden snel en met goedkope materialen gebouwd. Om lastige grondonteigeningen te voorkomen, volgden de straten de bestaande sloten en verkaveling van de weilanden. De lange rechte straten kregen zo de vorm van een pijp, waarschijnlijk heeft de wijk hier zijn naam aan te danken.
>De buurt ten zuiden van de Ceintuurbaan, de Zuidelijke of Nieuwe Pijp genoemd, is in de jaren twintig gebouwd, bijna een halve eeuw later dan de eerste huizen van de Noordelijke of Oude Pijp. De overheid stelde inmiddels veel strengere eisen aan de woningbouw. Door goedkoop grond en leningen beschikbaar te stellen aan woningbouwverenigingen kon er voor het eerst op grote schaal kwalitatief goede huizenbouw voor de arbeidersklasse gerealiseerd worden. De Zuidelijke Pijp viel binnen het plan-zuid Plan Zuid van Berlage. Dit plan brak radicaal met de 19de eeuwse stedenbouw, zoals van de Oude Pijp. De huizen werden niet meer één voor één ontworpen en gebouwd in lange smalle straten, maar in grote woningblokken aan ruime boulevards, rustieke binnenhoven of rustige groene straten en pleintjes.
>De drukke Beethovenstraat is een van de hoofdwinkelstraten in Berlages Plan Zuid. In 1920 begon men met het bouwrijp maken van de weilanden van de Buitenveldertse Polder waar de nieuwe stadswijk moest verrijzen. Dat was een gigantische klus want het gebied moest worden opgehoogd met een laag zand van 1.20 meter dik. Het was destijds de grootste droogzand-verplaatsing uit de Nederlandse bouwgeschiedenis. Dag en nacht voeren er schuiten vol met zand tussen IJmuiden – waar het zand vandaan kwam – en het Amstelkanaal. Het duurde bijna tien jaar voordat deze klus geklaard was. Maar toen ging het ook snel, binnen een mum van tijd schoten de straten tussen Minervalaan en Beethovenstraat uit de grond.
>Dit is ongetwijfeld het bekendste gebouw van architect G.J. Rutgers in Amsterdam, het Carlon Hotel op de kop van de Vijzelstraat. Oorspronkelijk gebouwd als Grand Hotel Centraal. Nog tijdens de bouw ging de opdrachtgever failliet. Een Engelse investeerder nam het project over en gaf er de naam aan waaronder het hotel nog steeds bekend staat. Het hotel werd vlak voor de Olympische Spelen in 1928 opgeleverd. Het werd een van de onderkomens van de atleten en bezoekers van de Olympische Spelen die dat jaar in Amsterdam plaatsvonden.
n
>
Op de hoeken van de Minervalaan en Gerrit van der Veenstraat staat een viertal opvallende woningcomplexen. Architect Rutgers was een van de vaste bouwmeesters van Plan Zuid en heeft veel woningen ontworpen in de buurt, waaronder ook het hoekpand van de Jan van Eyckstraat met de Memlingstraat. De arcades op alle vier de hoeken werden voorzien van beeldhouwwerk. Opmerkelijk detail: de beeltenissen van enkele leden van de schoonheidscommissie en twee wethouders die toezagen op de uitwerking van Plan Zuid zijn hierin verwerkt.
>De Jan van Eyckstraat ligt in een deel van Amsterdam dat onderdeel is van het bekende Plan Zuid. Deze stadsuitbreiding uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw kwam tot stand onder de supervisie van architect H.P. Berlage. Hoewel hij zelf geen enkel pand voor de nieuwe wijk heeft getekend, is hij wel de bedenker er van. Het hele hoekblok waar nummer 45 toebehoort is tussen 1928 en 1929 ontworpen door architect G.J. Rutgers. Rutgers was een van de vaste architecten van Plan Zuid en heeft veel woningen ontworpen in de buurt. Onder andere de markante hoekpanden Minervalaan/Gerrit van der Veenstraat, die opvallen vanwege hun galerij met beeldhouwwerk.
>Meer Waterlands dan dit kun je het niet krijgen: staand op een ophaalbruggetje te midden van groene veenweiden zo ver het oog reikt. Wuivend riet langs de oevers van een stil waterloopje. De ophaalbrug verbindt de Poppendammergouw met de Aandammergouw.
>Meteen na de onderdoorgang van de ringweg A10 in Amsterdam-Noord betreedt men het weidse en groene Waterland. Op de weg naar Zunderdorp is de StadsHoeve de eerste boerderij die men passeert. De stolpboerderij stamt uit 1861, zoals valt op te maken uit het jaartal op het dak. De boer en boerin houden er een biologisch-dynamische bedrijfsvoering op na. Er wordt naar gestreefd met een gesloten produktiecirkel te werken, waardoor de boerderij min of meer zelfvoorzienend kan zijn. Het tempo van de natuur is maatgevend, geduld en ijver de vereiste werkmethoden van de boer. De StadsHoeve is meer dan alleen een boerenbedrijf. Het biedt onderdak aan een kinderdagverblijf en organiseert activiteiten voor het hele gezin.
>Het jaar 1672 staat bekend als het Rampjaar: de koningen van Frankrijk en Engeland en de bisschoppen van Munster en Keulen vielen ons land binnen. De Staten van Holland besloten de vesting Holland te verbeteren door de (Oude) Hollandse Waterlinie te voorzien van nieuwe forten. Voor de verdediging van Amsterdam werd het noodzakelijk geacht de toegang vanuit het oosten te verdedigen. Achter de linie moesten Muiden en Weesp versterkt worden en de forten Hinderdam en Uitermeerse Sluis uitgebreid. De Amsterdamse architect Adriaan Dortsman (1635-1682) werd aangesteld als opzichter over de gravers. Dit betekende dat hij leiding moest geven aan de feitelijke werkzaamheden en de vele arbeidslieden die betrokken waren bij het oprichten van vestingwerken.
>De familie Van Loon speelde een niet onbelangrijke rol tijdens de inhuldiging van Koningin Wilhelmina in september 1898. In 1884 kocht de familie Van Loon Keizersgracht 672. Bewoonster van het pand, Thora van Loon werd in 1897 benoemd tot “Dame du Palais” van de aanstaande vorstin Wilhelmina. De benoeming van Thora viel samen met de voorbereidingen van de inhuldiging van Koningin Wilhelmina in september 1898. Thora maakte alles van dichtbij mee en besefte dat haar herinneringen later nog wel eens de moeite waard zouden worden. In 1898 begon zij dan ook met een dagboek, waarin zij haar impressies en alles wat met het hof te maken had op schreef. Ter gelegenheid van de abdicatie van H.M. Koningin Beatrix en de inhuldiging van Z.M. Koning Willem Alexander heeft het Museum Van Loon voor het eerst dit historische materiaal tentoon gesteld.
>Werkelijk alles haalde de Amsterdamse politie uit de kast om de veiligheid bij de inhuldiging van koningin Wilhelmina op 6 september 1898 te garanderen. Met succes. Pas een week later verschenen de sensatieberichten in de pers: kort tevoren zou een aanslag op haar zijn gepleegd door een Engelse anarchist! Enkele dagen vóór haar inhuldiging als vorstin reed Koningin Wilhelmina in gezelschap van drie hofdames en een knecht per rijtuig van paleis Soestdijk naar het spoorwegstation te Baarn. Plotseling sprong vanachter een boom een man tevoorschijn met een vuurwapen in zijn hand. Hij richtte en vuurde drie kogels af. Wilhelmina bleef ongedeerd, een hofdame werd geraakt. “Mijn volk moet dien aanslag niet vernemen, want hierdoor zouden de kroningsfeesten bedorven zijn”, waren haar eerste woorden na het gebeuren. De dader werd ingerekend, naar eigen zeggen was hij een Engelse anarchist.
n
Onderstaand artikel is in uitgebreidere vorm gepubliceerd in het april nummer van Ons Amsterdam:
>