Koken in oorlogstijd

Tijdens de Duitse bezetting neemt de schaarste toe: er komt gebrek aan van alles en nog wat. Dat komt doordat landbouwproducten, levensmiddelen en grondstoffen naar Duitsland worden vervoerd. Bovendien mag Nederland zelf niets meer over zee invoeren.

Eerst is er tekort aan medicijnen, schoenen, fietsbanden, kleding, papier. Later ook aan voedsel. De overheid geeft boekjes uit met tips hoe men zo zuinig mogelijk kan omgaan met voedsel en andere levensmiddelen. Ook verschijnen er zogenaamde ‘oorlogskookboeken’ met recepten voor tulpenbollensoep, suikerbietenpulpkoeken en aardappelschillensoep. Een kleine selectie uit de collectie van het Verzetsmuseum laat zien hoe men in oorlogstijd de voedselschaarste te lijf ging.

Wees zuinig met wat U hebt! Brochure van de EVD.

Wees zuinig met wat U hebt! Brochure van de EVD. Collectie Verzetsmuseum, Amsterdam.

Wees zuinig!

De Economische Voorlichtingsdienst (EVD), onderdeel van het Ministerie van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, publiceert in de oorlogsjaren een brochure waarin allerlei tips staan om zo zuinig mogelijk om te gaan met voedsel, kleding en brandstof. De brochure richt zich met name tot de huisvrouw. Op haar schouders rust immers de verzorging van het hele gezin. In het deel over voedsel geeft men o.a. het advies om aardappelen in hun schil te koken en te eten, omdat net onder de schil het voedzaamste deel van de aardappel zit.

Oorlogskookboek.

Oorlogskookboek. Collectie Verzetsmuseum, Amsterdam.

Oorlogskookboeken

Ook verschijnen er oorlogskookboeken met recepten om zelfs van tulpenbollen, aardappelschillen en suikerbieten nog iets eetbaars te maken. Tulpenbollen zijn in tegenstelling tot de meeste andere bloembollen niet giftig. Ze smaken enigszins naar uien, maar ze zijn niet lekker. Wel erg voedzaam. Men kan er soep van maken of verwerken in de stamppot. Versnippert en gefruit als uien kunnen ze als versnaperingen gegeten worden. Onder normale omstandigheden zijn suikerbieten veevoer of ze worden gebruikt om suiker van te maken. Tijdens de hongerwinter worden ze door mensen gegeten. Suikerbieten zijn nog wel te eten omdat ze zoetig zijn. Er worden allerlei recepten voor bedacht. Omdat suikerbieten vaak keihard zijn worden speciale raspen gemaakt.

Tulpenbollenrecept.

Tulpenbollenrecept. Collectie Verzetsmuseum, Amsterdam.

Suikerbietenrecept.

Suikerbietenrecept. Collectie Verzetsmuseum, Amsterdam.

Suikerbietenrasp.

Suikerbietenrasp. Foto: Collectie Verzetsmuseum, Amsterdam.

Aardappelen per post

Waar het kon probeerden families elkaar te helpen met het zenden van voedsel vanuit de gebieden waar nog wel voedsel voorhanden was, bijvoorbeeld in het noorden van het land. Zo stuurde de familie Bontekoe uit Groningen aardappelen over de post naar hun hongerige familieleden in Amsterdam. Dochter Anneke herinnert zich de honger nog goed: “Gelukkig stuurde de familie in Groningen ons af en toe over de post doosjes met een paar aardappels. We hadden gehoord dat je de schillen kon opsparen en bij boeren ruilen voor bijvoorbeeld melk. Maar toen mijn vader met de schillen bij de boer kwam, beweerde die dat ze rot waren.”

Aardappelendoosje.

Aardappelendoosje. Foto: Collectie Verzetsmuseum, Amsterdam.

Surrogaat

Door de oorlog is er geen gewone handel tussen landen mogelijk. De grenzen van Nederland zijn gesloten. Producten die van ver komen, zoals koffie, thee, tabak, olie, rubber en rijst raken op. En de Duitse bezetters brengen veel producten uit Nederland naar Duitsland; Nederland wordt leeggeroofd. Van koffie, thee en tabak zijn al snel alleen nog surrogaatproducten verkrijgbaar. Zo wordt surrogaatkoffie niet van echte koffiebonen gemaakt, maar van granen. Doordat het wel op koffie lijkt, wordt het ook wel eikeltjes-koffie genoemd. Surrogaat hoeft niet altijd slechter te zijn dan het originele product. Neem bijvoorbeeld margarine als een vervanging van roomboter. Veel mensen vonden dat destijds niet minder goed of smakelijk dan echte boter. Tot mei 1943 konden de surrogaten vrij worden gekocht. Daarna kwamen ze ook op de bon.

Surrogaatkoffie.

Surrogaatkoffie. Collectie Verzetsmuseum, Amsterdam.

Zwarte markt

Omdat er zo veel schaarste was, en alles ‘op de bon’ kwam, ontstond er een levendige en lucratieve zwarte handel in bijna alles waar men behoefte aan had. Hongerige mensen waren bereid om enorme prijzen te betalen voor de gewoonste levensmiddelen. In plaats van hun producten via de officiële wegen te verkopen, deden veel boeren het zwart. Geslachte varkens, koeien, kippen, eieren, melk, aardappelen, kool en andere op het land verbouwde groenten werden illegaal verkocht, met name in de grote steden.

Zwarthandel.

Zwarthandel op de hoek van de Haarlemmerdijk in Amsterdam in de winter van 1944-45. Foto: Collectie Verzetsmuseum, Amsterdam

Duitsers tegen zwarthandel

De naam zwarte markt is een directe Nederlandse vertaling van het Duitse begrip ‘Schwarzmarkt’. In Nederland heet het eerst ‘sluikhandel’. De Duitsers waren erg tegen de zwarthandel en het zonder toestemming slachten van vee. Volgens Duitse propaganda werden de voedseltekorten veroorzaakt door de zwarthandelaren en de boeren. Met dreigende aanplakbiljetten werd die Duitse boodschap verspreid.

Duits aanplakbiljet tegen de zwarthandel.

Duits aanplakbiljet tegen de zwarthandel. Foto: Collectie Verzetsmuseum, Amsterdam.

Publicatiedatum: 29/01/2013