Dialecten van Noord-Holland
Noord-Holland heeft geen officieel erkende streektaal, zoals het Fries of Limburgs, maar kent wel een tiental dialecten. De dialecten zijn weer onder te verdelen in dorpstalen en streektalen.
>Noord-Holland heeft geen officieel erkende streektaal, zoals het Fries of Limburgs, maar kent wel een tiental dialecten. De dialecten zijn weer onder te verdelen in dorpstalen en streektalen.
>Blaauw Jan had een menagerie aan de Kloveniersburgwal. Daar werden niet alleen dieren, maar ook opvallende mensen tentoongesteld. In 1764 was er een heuse Indiaan te zien, “Een Wilde, Sychnecta genaamt, van de Mohawk uyt Noord-America.” De Indiaan trok veel bekijks met zijn traditionele kostuum.
>Deze achttiende-eeuwse kinderprent toont in 24 afbeeldingen de lotgevallen van het meisje Geesje uit Westfalen, dat naar Amsterdam trekt om daar voor negen daalders als dienstmeid te gaan werken: “Siet hier, o Jonge Jeugt, hoe ’t Westfaals Geesje haar in Amsterdam heeft gedragen.”
>Buurtdialecten verdwenen in de loop van de twintigste eeuw en het overgebleven stadsdialect werd nationale folkore. Minder vaak gebruikt, maar nog wel een element in de moderne taal van het schoolplein. Dat alles zien we in dit slotverhaal van een korte serie (zie gerelateerde verhalen) over het Amsterdams door de eeuwen heen.
>Gappen, geintje, schlemiel, mesjokke. Als dat geen algemeen-plat-Amsterdams is. Om preciezer te zijn, het is Jodenhoeks. Die Mokumse spreektaal is hier al eeuwen ingeburgerd. Maar waar komen die woorden en uitdrukkingen toch vandaan?
>Over de invloed van het Zuid-Nederlands en het Jiddisch op het Amsterdams en indirect het ‘ABN’ zijn dikke boeken en duizenden artikelen geschreven. De invloed van het Duits krijgt daarentegen verbazend weinig aandacht. Ook onderbelicht is de geweldige omvang van de eeuwenlange immigratiestroom vanuit het gebied dat nu Duitsland heet. De Duitse woorden drongen deels door via het Bargoens, de ‘dieventaal’.
>Het kleine Duivendrecht heeft even historie geschreven, op woensdag 9 oktober 1811. Het hele dorp was opgetrommeld om Napoleon en zijn echtgenote keizerin Marie Louise bij hun doortocht toe te juichen. Het kan moeilijk anders of het hoge gezelschap hield even halt bij de Duivendrechtse Brug.
>Het aantal geboren Amsterdammers in de stad daalt en het opleidingsniveau stijgt. Het plat Amsterdams wordt daardoor steeds minder gesproken. Maar iedereen herkent het nog, al is het maar van het Jordaanfestival of een lied van André Hazes. Het volkse Amsterdams heeft niet altijd zo geklonken, vele invloeden van buiten gaven de stadstaal vorm. Zo was de invloed van immigranten uit de Zuidelijke Nederlanden en uit de Duitse gebieden in de zeventiende eeuw aanzienlijk.
>Amsterdam in de negentiende eeuw was een stad van buurten en wijken. Buurtjes van een paar straten of bepaalde hoeken binnen een wijk konden al gemeenschapjes op zich vormen die een eigen stempel droegen. In het dagelijks leven vond men echter verschillen tussen buurten minder belangrijk dan tussen standen of godsdienstige gezindten.
>Meer dan een eeuw geleden, in 1904, maakte een wetswijziging het mogelijk dat Indonesische artsen zich in Nederland verder konden bekwamen aan de universiteit. Niet lang daarna meldden de eersten zich aan bij de Universiteit van Amsterdam. Tot hun grote verrassing ontdekten die pioniers dat “de Hollanders in Holland meer sympathie ons inboezemden, dan zij die in Indië waren”, aldus ‘dokter djawa’ en journalist Abdul Rivai in het Koloniaal Weekblad.
>Amsterdam was in het midden van de zeventiende eeuw het toonbeeld van een multiculturele samenleving. De stad groeide vooral dankzij de massale immigratie. Dat kon voor moeilijkheden zorgen, bewijst het voorbeeld van Elsje Christiaens…
>Reizigers in de zeventiende eeuw stonden versteld van de vrijmoedigheid en zelfstandigheid van de Amsterdamse vrouwen. In herbergen zaten ze tussen de mannen te kletsen, te lachen en grappen te maken. Tegelijkertijd hadden ze grote zakelijke verantwoordelijkheden.
>In de Amsterdamse wijk Slotermeer staat het Van Eesterenmuseum. Dit museum beperkt zich niet tot de binnenruimte, maar rekent heel Slotermeer tot het museum. Deze plek heeft dan ook een bijzondere geschiedenis. Zoals de naam al zegt, lag hier vroeger een meer. Halverwege de twintigste eeuw werden hier de Westelijke Tuinsteden gebouwd, die onderdeel waren van het Algemeen Uitbreidingsplan. Het museum richt zich op deze laatste periode, waarin de stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren een grote rol heeft gespeeld.
>Het is vroeg in de ochtend en veel mannen verlaten hun huizen om naar de Amsterdamse Houthavens te gaan. Ze hebben daar geen vaste baan, maar elke dag gaan ze vragen of er werk voor hen is. Met wat geluk kunnen ze een schip laden of lossen en hebben ze een paar weken werk. Soms maar een paar dagen. De arbeid is zwaar en gevaarlijk en bovendien verdienen de havenarbeiders bijzonder weinig.
>De Amsterdamse volkstuinvereniging Nut & Genoegen is in 1920 opgericht. Het doel was een tuin te bieden voor mensen om groenten en aardappelen te verbouwen, zodat ze in hun eerste levensbehoeften konden voorzien. Deze nutstuinen zijn in de loop der jaren veranderd naar tuinen waar ook bloemen bloeien en tuinhuisjes staan. Tuinpark Nut & Genoegen, gelegen tussen de voormalige Westergasfabriek en het oude dorp Sloterdijk, heeft tegenwoordig 375 tuinen in beheer, in grootte uiteenlopend van 200 tot 600 m2. De gemiddelde wachttijd voor een tuin bedraagt vijf tot zes jaar.
>Het is druk bij de bioscoop. De kaartverkoop voor de nieuwste film is zojuist begonnen. De dames en heren zijn chique gekleed, ze gaan samen een avondje uit. Eenmaal binnen word je door een dame met een zaklantaarn naar je plek begeleid. In de jaren dertig is er nog geen televisie en de bioscoop heeft een unieke positie.
>Teleport is in de jaren tachtig ontwikkeld als hét kantoren- en bedrijvencentrum voor de toen opkomende telecommunicatiesector. Het gebied rondom station Sloterdijk is inmiddels grotendeels tot ontwikkeling gekomen als kantorenlocatie, goed ontsloten door het station en de A10 en ligt bovendien dicht bij het Westerpark en de binnenstad.
>Amsterdam heeft al sinds haar ontstaan een lange traditie in het omgaan met water. Het drassige veen, het geringe verval van de Amstel en de eb- en vloedbeweging van het IJ maken waterbeheersing noodzakelijk.
>De Amsterdamse stedenbouw geniet veel bekendheid en faam, zowel in binnen- als buitenland. Door het combineren van intensieve stedelijke bebouwing met veel groene gedeelten is de stad aantrekkelijk en leefbaar geworden. Amsterdam is een ‘groene’ stad.
>Het land werd water en het water werd polder en ’t Ruyghe Oort werd Ruigoord. Er kwamen gastarbeiders uit West-Friesland en Zeeland en veel later kunstenaars. Dit voormalig eiland in het IJ met zijn rijke historie ligt nu ingeklemd in het Westelijk Havengebied.
>