Het heeft er meer dan eens om gespannen, maar de Cotton Club bestaat inmiddels 71 jaar, al heette het tot 1951 café Smit en later nog even café Annie. Na de oorlog werd het café pleisterplaats voor de nog heel kleine Surinaamse gemeenschap in Amsterdam en voor zwarte Amerikaanse soldaten. De laatsten brachten niet alleen drugs mee, maar ook veel grammofoonplaten van Amerikaanse jazzmusici, die grijs werden gedraaid op de jukebox. “De tophits zijn vaak eerder in de Cotton Club dan voor de radio”, schreef Het Vrije Volk in 1955. Bekende jazzmusici traden geregeld op in danscafé Casablanca op de Zeedijk en zakten daarna door in de Cotton Club. Zo raakte Annie Smit, de dochter van de baas die in 1951 zelf eigenares werd, in 1949 verliefd op de Surinaamse stamgast en trompettist Theodorus Gustaaf Kantoor, die zich Teddy Cotton noemde. Ze gingen samenwonen en het café ging Cotton Club heten, naar Annie’s Teddy maar ook naar een gelijknamige beroemde jazzclub in New York. Rond 1960 verdween Teddy weer van het toneel, maar de naam bleef.
>
1 min