Kerstmis volgens Pieter Aertsen
In het
In het
Naast de bekende heilige Sint Nicolaas is er nog een patroonheilige die een eigen dag in december heeft: Sint Barbara. De Rooms-katholieke kerk eert Sint Barbara jaarlijks op 4 december. Deze heilige speelt een bijzondere rol bij de aanleg van de Amsterdamse Noord/Zuidlijn.
>Sinterklaas is niet alleen aan het eind van het jaar zichtbaar in Amsterdam, als de winkels zich vullen met Sinterklaassnoepgoed, de pieten in de Bijenkorf omhoog klimmen en de intocht van de Sint en zijn knechten is geweest. Sinterklaas is het hele jaar zichtbaar en wel op één van de drukste plekken van Amsterdam: de Dam.
>Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het Sinterklaasfeest vaak gewoon door. Thuis werden er gedichten gemaakt, de Verkadefabriek in Zaandam maakte letters van taaitaai bij gebrek aan chocolade en vliegtuigfabrikant Fokker gaf zijn werknemers een Sinterklaascadeautje voor de kinderen.
>Sinterklaas heeft elk jaar tijdens de intocht natuurlijk weer zijn ‘mooiste tabberd’ aan. Maar ook Sinterklaas wil wel eens wat nieuws. Een van zijn oude tabberds is, met alle toebehoren, in 1995 geschonken aan het Amsterdam Museum.
>De Amsterdamse zanger Gordon staat in 1991 op de hoogste plaats in de hitparade met de single ‘Kon Ik Maar Even Bij Je Zijn’. In de tweede helft van de jaren negentig stapt hij over op Nederlandstalige R&B. Hij maakt deel uit van de Toppers en is oprichter van de vocal group Los Angeles (LA) The Voices.
>Er zijn in Amsterdam drie bijzondere “muziekgebouwen”: het Concertgebouw, het Muziekgebouw aan het IJ en daartussenin ligt de oudste: de Oude Kerk, die ook nog steeds een ‘levende kerk’ is en tevens museum en breed-culturele instelling: al 800 jaar sacraal en seculier, hand in hand!
>Kerst rond de kerstboom is een relatief jonge traditie. Duitse immigranten brachten haar anderhalve eeuw geleden mee naar Amsterdam. De feestelijke gewoonte werd door ambitieuze dominees aangewakkerd en populair gemaakt door slimme middenstanders.
>Met Nieuwjaar wenst van oudsher iedereen elkaar het beste – in de hoop zelf niet vergeten te worden. Dat kan en kon op allerlei manieren. De Amsterdamse geschiedenis laat er vele voorbeelden van zien.
>Oud en Nieuw zonder lawaai is ondenkbaar, dat is al eeuwen zo. Vandaag de dag worden hier en daar in het oosten des lands af en toe nog misthoorns en pannendeksels gebruikt, net als vroeger in Amsterdam. Maar na de komst van het buskruit naar Europa werd vooral het lossen van vreugdeschoten razend populair.
>Johnny Jordaan is een van de grootste volkszangers van Amsterdam. Veel mede-artiesten erkennen de kwaliteit en de oorspronkelijkheid van zijn ongeschoolde, heftig vibrerende stem. Hij bereikt de status van superster op een wijze die tot dan toe niet eerder is vertoond in de Nederlandse lichte muziek.
>In 1609 voer Henry Hudson in opdracht van de Verenigde Oost-Indische Compagnie via het noordoosten naar Azië, hoewel Willem Barentsz. (en Jacob van Heemskerck) al eerder hadden gemerkt dat deze route onmogelijk was. Hudson was echter persoonlijk geïnteresseerd in Noord-Amerika. Tijdens deze VOC-expeditie ‘ontdekte’ hij een rivier, die later de Hudson River genoemd zou worden.
>Adriaen Block was een Nederlandse ontdekkingsreiziger, die in 1611 naar het zojuist door Henry Hudson ontdekte gebied in Amerika vertrok. Hij wilde onderzoeken of er met de Indianen een bonthandel zou kunnen worden opgezet. Niet alleen keerde zijn schip inderdaad terug met een lading bont, maar ook met twee zonen van het opperhoofd van een indianenstam.
>De Amsterdamse ontdekkingsreiziger Adriaen Bock (1567-1627) was – voor zijn tijd – werkelijk een slagvaardig topondernemer, een uitstekend riskmanager en een echte doorzetter. Direct na Hudsons berichten over Manhattan (1609/10) zette Block als eerste een commerciële inspectiereis op. Met eigen middelen financierde hij de eerste van vier reizen naar het toekomstige Nieuw-Amsterdam. Dat was dus in 1611 de eerstvolgende trip naar de Nieuwe Wereld – na Henry Hudson.
>Op het Rembrandtplein staat op de rechterhoek van de Bakkersstraat café l’Opéra (voorheen Het Gouden Hooft). Pal rechts daarvan stond van 1938 tot 1976 het in ‘vakwerkstijl’ gebouwde café ’t Brouwerswapen. Deze hele hoek van het plein werd rond 1985 vervangen door een afzichtelijk, modern kantorencomplex.
>Eind vorige eeuw verloor Amsterdam een aantal belangrijke industrieën, maar werd de stad steeds belangrijker als internationaal informatieknooppunt. De eerste en nog steeds belangrijkste locatie daarvan werd het Science Park in de noordoostpunt van de Watergraafsmeer. Daar werd al in 1970 een supercomputer in gebruik genomen: SARA, afkorting van Stichting Academisch Rekencentrum Amsterdam.
>Zo’n 100 Marokkaanse arbeiders gingen op 7 november 1975 in de Mozes- en Aaronkerk op het Waterlooplein in hongerstaking omdat ze het land uitgezet dreigden te worden. Ze voldeden niet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning volgens een nieuwe landelijke regeling die op 1 november van hetzelfde jaar was ingegaan. De hongerstaking bracht het vraagstuk van de legalisatie van vreemdelingen in Nederland voor het eerst in het brandpunt van de belangstelling.
>Amsterdam kreeg in de 16de en 17de eeuw twee golven Franstalige (en calvinistische) immigranten binnen. De grootste kwam eind 16de eeuw uit de Zuidelijke Nederlanden, waar de Spanjaarden stevig huishielden. De tweede kwam in 1685 op gang, toen koning Lodewijk XIV de harde vervolging van de Franse protestanten (‘hugenoten’) hervatte en velen van hen naar het noorden vluchtten.
>Eind 19de eeuw kwam een nieuwe golf Duitse immigranten naar Amsterdam. Nu geen lutheranen, zoals in de 17de eeuw, maar vooral katholieken en joden. In het jonge Duitse Rijk was bondskanselier Bismark in 1872 zijn ‘Kulturkampf’ begonnen tegen deze beide groepen die in zijn ogen hoogst verdacht waren wegens hun internationale oriëntatie. Zij werden op allerlei manieren achtergesteld.
>