Wereldplek in Amsterdam: Sterfhuis van eenzaam Italiaans muziekwonder

De welvaart van Amsterdam en de relatief vrije sfeer lokten sinds de 17de eeuw diverse buitenlandse genieën naar Amsterdam, zoals de filosofen Descartes en Locke, en de pedagoog Comenius (Komensky). En ook de jonge vioolvirtuoos en componist Pietro Antonio Locatelli (1695-1764). Geboren in het Italiaanse Bergamo, kwam hij na concertreizen door Duitsland en Frankrijk in 1729 naar Amsterdam. Hij was ook muziekuitgever en kreeg daarvoor meer mogelijkheden hier dan elders.

Na een tijd aan de overkant gewoond te hebben, verhuisde hij 1741 naar het huis dat nu Prinsengracht 506 heet. Daar dreef hij een muziekuitgeverij en een snarenhandel. Ook gaf hij muziekles, onder meer aan Jakob Potholt, de blinde organist van de Oude Kerk en klokkenist van het stadhuis op de Dam. Verder dirigeerde hij een amateurorkest van welgestelde burgers. Als violist had Locatelli zeker in Amsterdam zijn gelijke niet en zijn composities (in de sfeer van Vivaldi) brengen violisten nog steeds zweet op het voorhoofd.Een vetpot was het intussen niet en hij moet een eenzaam man zijn geweest. Naar verluidt woonde hij samen met een tirannieke huishoudster. Bij gebrek aan eigen geld en nabestaanden werd hij op voorspraak van een bewonderende koopman op kosten van de stad begraven in de Engelse Kerk op het Begijnhof. In 1964 werd er aan de gevel van zijn geboortehuis een gedenksteen onthuld. Zijn werk was herontdekt en hij was beroemder dan hij bij leven ooit geweest was.Tekst: Peter-Paul de Baar.De Wereldplekken zijn onderdeel van het themanummer ‘Amsterdam Wereldstad’ van Ons Amsterdam. Maandblad over heden en verleden van Amsterdam, november 2011.

Portret van Locatelli gemaakt door Cornelis Troost ca. 1729-1750). [c] RIJKSMUSEUM

Portret van Locatelli gemaakt door Cornelis Troost ca. 1729-1750). [c] RIJKSMUSEUMPortret van Locatelli gemaakt door Cornelis Troost ca. 1729-1750). [c] RIJKSMUSEUM

Publicatiedatum: 26/10/2011