Van Millioenenjuffrouw tot bedelaarster op de Dam

De Millioenenjuffrouw is ongetwijfeld de beroemdste oplichtster uit de Nederlandse geschiedenis. Eind negentiende eeuw zoemde haar verhaal overal rond.

Naast liedjes verscheen er een toneelstuk over haar leven en haar wassen beeld stond lange tijd in het Panopticum, de voorloper van Madame Tussaud, aan de Amsterdamse Amstelstraat. Jaantje Struik luidde de echte naam van de  ‘Millioenenjuffrouw’. Ze werd op 25 juli 1847 geboren in Vuren bij Gorinchem. Knap was ze niet bepaald. Vanwege haar scheefgroei en hoge groei werd ze ‘de bult’ genoemd. Haar opleiding was minimaal. Maar haar rappe tong, vindingrijkheid en overtuigingskracht waren ongeëvenaard.

List en bedrog

Als kind al wist ze volgens de verhalen anderen al geld af te troggelen. Jaantje hield van geld en gaf het met gulle hand uit. De 25.000,- gulden die ze als jonge vrouw van haar ouders erfde na hun dood, had ze binnen de kortste keren verbrast. Om aan meer geld te komen verzon ze een opmerkelijke list.

In een aantal Amerikaanse kranten liet ze advertenties plaatsen waarin Jaantje Struik werd opgeroepen als erfgename van een groot fortuin. De advertenties misten hun effect niet. Iedereen wilde haar graag als klant hebben en gaf haar flinke voorschotten.

Kinderspel over het Panopticum, Amstelstraat 16-18. De Millioenen-juffrouw staat rechts afgebeeld. Herkomst: Stadsarchief; Collectie Stadsarchief Amsterdam: tekeningen en prenten.

 

Leven op stand

Jaantje vestigde zich in Haarlem en ging in ondertrouw met de zes jaar jongere Antoon Hoetink. Een receptie in het statige Bible-hotel aan de Amsterdamse Warmoesstraat volgde. Alleen al aan fooien waren ze 700 à 800 gulden kwijt. Van trouwen kwam het echter niet: zo konden ze bij financiële problemen beter de crediteuren weerstaan.

Hoetink had weinig problemen met Jaantjes luxueuze levensstijl. Integendeel, hij wist in vier maanden 30.000,- te verteren. In de loop van 1881 verlieten de heer en mevrouw Hoetink-Struik Haarlem. Ze namen  hun intrek in het Bible-hotel in Amsterdam waar zij vier kamers en een salon bewoonden.

Jaantje deed fabelachtige bestellingen. Zo liet ze een grachtenhuis inrichten voor een bedrag van 100.000,-. Op de vraag van de winkelier waar dat huis precies stond, gaf ze een vaag antwoord. Juweliers en kledingzaken wist ze zoet te houden, met de belofte van een nieuwe erfenis. Deze keer zou ze de erfgename zijn van Jan van Veggelen, een oude kennis van haar ouders. De beste man had haar wel 120 miljoen aan Indisch kapitaal nagelaten.

Bible-hotel

Het Damrak vóór de Demping, ziende op de Achtergevels van de Huizen in de Warmoesstraat – thans de Effectenbeurs Met de achterkant van de huizen Warmoesstraat 122-100 en lager en in het midden het Bible Hotel na de eerste uitbreiding van 1873. Oorspronkelijke kabinetfoto uitgegeven door A. Jager. Foto 151 uit het album van W.J.R. DreesmannDatering: 1873 – 1883.Herkomst: Stadsarchief; Collectie Atlas Dreesmann.

Bible-hotel

 

Enorme bedragen

Velen trapten erin, vaak met het idee er zelf rijker van te worden. Zo beloofde ze ene Martinus Wildeboer het beheer van haar goederen, als hij haar alvast 19.000,- gaf om de boel te regelen. Van Quirinus van Vliet in Haarlem kreeg ze 21.000, van Samuel Lievie de Smith 33.000 en van Meyer Levie Woudhuyzen zelfs 245.000.

Die laatste wilde wel zeker weten dat ze betrouwbaar was. Jaantje nam Meyer daarom mee naar haar notaris in Haarlem, waar ze beweerde dat helaas alleen zij naar binnen mocht. Met een document kwam ze weer naar buiten. Meyer was gerustgesteld en gaf haar het geld. Jaantje lachtte in haar vuistje; zij en de notaris kenden elkaar helemaal niet.

Gepakt!

Uiteindelijk kreeg een juwelier argwaan. Jaantje werd aangehouden. Samen met Antoon Hoetink en haar broer Gerrit, haar andere handlanger, moest ze voor de rechtbank verschijnen. De twee mannen werden uiteindelijk vrijgesproken, maar Jaantje werd op 23 juni 1883 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

Jaantje als bedelaarster, vlak voor haar dood. Datering: februari 1908 Herkomst: Stadsarchief; Collectie Stadsarchief Amsterdam.

In de gevangenis bij Zutphen leerde ze de vrouw van Jut (een moordenaar uit Den Haag) kennen; Christina Goedvolk. Met haar heeft Jaantje nog een bierhuis gedreven op de Amsterdamse Haarlemmerdijk. Tegen betaling vertelde ze de bezoekers haar levensverhaal. Op het einde van haar leven verviel de voormalige Millioenenjuffrouw tot de bedelstaf. Ze was vaak te vinden in het Dampoortje, of ze zat tegen de zijmuur van het Paleis op de Dam. Jaantje stierf in het Binnengasthuis op 22 januari 1908, zestig jaar oud.

 

Publicatiedatum: 14/10/2011