Wereldplek in Amsterdam: Stadhuis op de Dam

Het 17de-eeuwse Amsterdamse stadhuis (‘Het Achtste Wereldwonder’, voltooid in 1665) verbeeldde de centrale rol van Amsterdam in de wereldhandel en zo ook de internationale grandeur van de Republiek der Verenigde Nederlanden.

En de herkomst van de bouwmaterialen sprak daarover al boekdelen. De 13.959 heipalen waren oorspronkelijk Noorse sparrebomen. De bakstenen gevels werden bekleed met Bentheimer en Overkirchner zandsteen (uit Duitsland dus). En het marmer voor de vloeren en het beeldhouwwerk kwam uit België en Italië. Het meeste beeldhouwwerk werd ontworpen door de Antwerpenaar Artus Quellinus (Quellijn). Zo ook de zes bronzen beelden op het dak (o.a. Atlas en de Vrede), gegoten door zijn buurman Francois Hémony uit Lotharingen.In 1962 kreeg vlak voor het paleis de oude band met Noorwegen overigens een nieuwe vorm. Tientallen jaren leverde de Noorse stad Trondheim de meters hoge kerstboom op de Dam.

Het stadhuis (rechts) in aanbouw, ca. 1650: het heien van de Noorse palen is begonnen. Datering (na 1652) en signatuur (Jacob van Ruisdael of Jan van Kessel) van de tekening zijn onduidelijk. Collectie STADSARCHIEF AMSTERDAM

Het stadhuis (rechts) in aanbouw, ca. 1650: het heien van de Noorse palen is begonnen. Datering (na 1652) en signatuur (Jacob van Ruisdael of Jan van Kessel) van de tekening zijn onduidelijk. Collectie STADSARCHIEF AMSTERDAM

Tekst: Peter-Paul de Baar

De Wereldplekken zijn onderdeel van het themanummer ‘Amsterdam Wereldstad’ van Ons Amsterdam. Maandblad over heden en verleden van Amsterdam, november 2011.

Publicatiedatum: 25/10/2011