Sterke verhalen

Noord-Holland barst van de sterke verhalen: legenden, griezelverhalen en onverklaarbare mysteriën. Sommigen te mooi zijn om waar te zijn en sommigen te waar om mooi te zijn.

Verhalen

Heksen en toverij

In de zestiende eeuw waren de meeste Hollanders er nog heilig van overtuigd dat toverij bestond. Talloze vrouwen werden door buren of familieleden beschuldigd van toverij en een pact met de duivel. Ze zouden een kind hebben ziek gemaakt of een bierbrouwerij hebben stilgelegd. Voor zover bekend zijn er in Holland 275 vrouwen beschuldigd van toverij, waarvan er 96 strafrechtelijk zijn vervolgd. Wie waren deze vrouwen en wat stond hen te wachten?

>

Het spook van koning Radboud: de Tientôn-elfrib

Volgens de legende spookt het in en rond het dorpje Hoogwoud in West-Friesland. De Friese koning Radboud waart hier rond als de Tientôn-elfrib (tien tenen en elf ribben): een monster met de kop van een snoek met vlijmscherpe tanden. Westfriese kinderen kregen als het donker werd dan ook de waarschuwing: ‘Binnenkomen, anders word je gepakt door de Tientoon en Elfrib!’

>

De Groene man

De Groene man is een ornament in de vorm van een gezicht dat -deels- gemaakt is van bladeren, of een gezicht waar bladeren uit de mond (of soms oren, neus en ogen) stromen. Dit zeer intrigerende ornament is te vinden in middeleeuwse kerken, maar ook op gevels van oude huizen. Haarlem heeft maar liefst 69 Groene mannen in zijn binnenstad. Dit maakt Haarlem de stad met de - op Amsterdam na - meeste Groene mannen van Nederland! De Groene man wordt tegenwoordig onder andere gezien als het symbool voor de verbinding van de mens met de natuur. Maar werd hij altijd zo gezien? Lees verder over de speurtocht naar de betekenis van de Groene man.

>

De bloederige historie van het Huis met de Hoofden

In 1892 stuurde mejuffrouw M.A. Ferwerda uit Amsterdam vier anekdotes op naar Gerrit Jacob Boekenoogen, een Nederlands taalkundige uit Wormerveer, die destijds bezig was met het verzamelen en optekenen van Nederlandse volksverhalen. Één van haar verhalen vertelde over de geschiedenis van het Huis met de Hoofden aan de Keizersgracht 123. Lees en huiver mee met deze bloederige historie.

>

Weerwolven in het Gooi

In het najaar van 1936 toonde de Bussumse bioscoop Flora Bio de sensatiefilm ‘De weerwolf van Londen’. Een filmbespreking in de Nieuwe Bussumsche Courant stelde de lezer gerust: ‘de “weerwolfziekte” (…) is een filmziekte, ze bestaat gelukkig niet’. Voor ons tegenwoordig een overbodige opmerking, maar in die tijd dachten inwoners van het bijgelovige Gooi daar soms nog heel anders over.

>

De Sommeltjes: kabouters van Texel

Oostelijk van het dorp De Waal op Texel lag eeuwenlang een heuvel die in de volksmond Sommeltjesberg werd genoemd. De plaatselijke bevolking was ervan overtuigd dat er in de heuvel Sommeltjes woonden, een soort geesten of aardmannetjes. Deze Sommeltjes dansten in het maanlicht op de berg. Daar maakte men elkaar graag bang mee. De Sommeltjes stalen ook metalen voorwerpen en verstopten die in de berg.

>

Drama op Wieringen

Op 30 juni 1743 trouwde Wabe Douwes met Dieuwertje Lamberts. Wabe was een Fries en kwam uit Pingjum. Dieuwertje woonde aan de Akkerweg in Oosterland op het eiland Wieringen. Ze trouwden in de kerk van Oosterland. Tien jaar later eindigde het huwelijk in een tragedie. Wabe stierf op het schavot met een strop om zijn nek. Dieuwer werd gegeseld en voor vijf jaar verbannen. Dat gold ook voor Maartje Dirks, één van de dochters van Dieuwer uit een eerder huwelijk en de stiefdochter van Wabe Douwes. Haar verbanning duurde zeven jaar.

>

‘Gestuurd door storm en winden, geen redding was te vinden’

In de strenge winter van 1849 trok de Durgerdammer visser Klaas Bording met zijn twee zoons erop uit om bot te kloppen op de dichtgevroren Zuiderzee. Niet wetende dat ze pas twee weken later weer voet aan wal zouden zetten. Hun barre tocht op een ijsschots, overgeleverd aan de elementen, spreekt nog steeds tot de verbeelding.

>

Levend begraven in Hilversum

Hoe zou het zijn om 56 uur levend begraven te zijn in een put van 12 meter diepte? Het overkwam Toon Tilburgs in Hilversum in 1892. Hij groef op de Trompenberg in Hilversum een zogenaamde welput. In zo’n put werd een pomp geplaatst die het grondwater naar boven water haalde. De put werd gemaakt van in elkaar sluitende duigen, gebogen houten planken. Die werden bij elkaar gehouden door een houten of ijzeren band. Zo ontstond een kuip. Het werk was niet zonder risico, zeker niet in de zanderige en hooggelegen Trompenberg waar diep gegraven moest worden om het grondwater te bereiken.

>

Beeld Paaseiland spoelt aan op strand Zandvoort

1 april 1962: een beeld van anderhalve meter lang is aangespoeld op het strand van Zandvoort. Burgemeester Venema staat voor een raadsel. Een paar dagen later blijkt het een geslaagde 1-aprilgrap te zijn.

>

Vondels droeve laatste jaren

De ´Prins der dichters´, dat is de bijnaam van de grote Nederlandse dichter en schrijver Joost van den Vondel. Zijn oeuvre bestaat uit meer dan 33 treurspelen, leer-, lof- en hekeldichten en vertalingen van klassieke literatuur. De laatste jaren van het rijke leven van de schrijver die ook nog handelde in zijde, zullen niet al te prettig zijn geweest. Zijn zoon, Joost junior, moet Van den Vondel flink wat rimpels en grijze haren hebben bezorgd. In ieder geval brachten de problemen van zijn enige mannelijke nageslacht Joost senior aan de rand van de financiële afgrond.

>

Claes Compaen uit Oostzaan

"De Rover Klaas Compaen, heeft op den Oceaan, zich zelven rijk gestolen; Maar in zijn ouderdom, behoeftig, mank en krom, moest hij om brood noch doolen. Gestolen goed gedijd niet, Een goed gemoed benijd niet", werd na het overlijden van de beruchte zeevaarder, Claes Compaen, gerijmd. Hij was al jong als volwaardig bemanningslid op een schip te vinden en maakte succes als koopman en later Kaapvaarder. Verontwaardigd over een oneerlijke opbrengst van een veroverde prijs, besloot de Zaanse schipper alleen nog voor eigen rekening de zee op te gaan.

>

Praten als Brugman

"Ze kon praten als Brugman, maar niemand luisterde." 'Praten als Brugman' betekent dat je met grote overtuigingskracht spreekt. Tegenwoordig betekent deze welbespraaktheid in de uitdrukking niet automatisch dat je anderen weet te overtuigen: "Hij kon praten als Brugman, maar de receptioniste zei dat ze hem niet kon helpen." Anders dan uitdrukkingen als 'nieuwsgierig aagje' en 'brave hendrik', blijft de hoofdletter van de eigennaam Brugman staan. Er wordt namelijk een directe als-vergelijking gemaakt met een historisch figuur. Maar waar komt de uitdrukking 'praten als Brugman' vandaan? En wie was deze Brugman?

>

Brave Hendrik

"Kent gij Hendrik niet, die altijd zoo beleefd zijnen hoed afneemt als hij voorbij gaat? Vele menschen noemen hem de brave Hendrik, omdat hij zoo gehoorzaam is, en omdat hij zich zoo vriendelijk jegens ieder gedraagt", opent Nicolaas Anslijn zijn 'De brave Hendrik', een negentiende-eeuws leesboekje voor jonge kinderen. Tegenwoordig heeft 'brave hendrik' een negatievere toon en wordt de uitdrukking veelal in verband gebracht met een slap en bangig persoon of iemand die op overdreven wijze de regeltjes volgt, die nooit kattenkwaad zal uithalen of ergens tegenin zal gaan. Wanneer is iemand volgens jou een brave hendrik?

>

Nieuwsgierig aagje

"Hé, niet zo nieuwsgierig, nieuwsgierig aagje!" Heb je vast wel eens gehoord wanneer je als kind de kledingkast van je ouders in dook om te kijken wat ze voor je verjaardag hadden gekocht. Of als je 's avonds laat al naar beneden sloop om vóór het opstaan al in je schoen te kijken om te zien wat Sinterklaas er in had gestopt. Bij de uitdrukking 'nieuwsgierig aagje', wordt Aagje niet meer als eigennaam gebruikt, maar als een soortaanduiding om mensen te karakteriseren. Ook wel een 'eponiem' genoemd. Iedereen kan een nieuwsgierig aagje zijn. Nieuwsgierig zijn wordt veelal geassocieerd met het zoeken en vinden van het onbekende. Je weet niet zeker waar je uit komt als je nieuwsgierig bent naar iets. Over het algemeen worden nieuwe kennis en ervaringen als weldadig beschouwd, maar niet altijd. Genomen risico's kunnen ook verkeerd uitpakken. Zo ervoer 'Nieuwsgierigh Aeghje van Enckhuysen' het in een klucht van Abraham Bormeester.

>

In Holland staat een huis

"In Holland staat een huis, in Holland staat een huis, in Holland staat een huis, ja, ja, van je singela singela hopsasa, in Holland staat een huis, in Holland staat een huis. In dat huis daar woont een heer, in dat huis daar woont een heer, in dat huis daar woont een heer, ja, ja, van je singela singela hopsasa (...)" Je hebt dit liedje zo vaak op school gezongen dat je bij het lezen van de eerste regel direct het volledige kinderliedje in je hoofd hoort. Het is een echte klassieker, waarbij al zingend de familie in het Hollandse huis groeit. De heer kiest een vrouw, de vrouw een kind, het kind een kat of hond. En zo kan het eindeloos doorgaan. De variaties op 'In Holland staat een huis' zijn dan ook ontelbaar. Maar welke versie is het oudste?

>

Holle Bolle Gijs

"Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen, waar die holle bolle Gijs op zat? Hij kon schrokken, grote brokken: Een koe en een kalf en een heel paard half, een os en een stier en zeven tonnen bier, een schip vol rapen en een kerk vol schapen, en nog kon Gijs van de honger niet slapen!" Het gezongen rijm over de hongerige veelvraat vind je tegenwoordig nauwelijks nog in liederenbundels. Bij Holle Bolle Gijs denk je al snel aan de kindvriendelijke prullenbak die met een 'papier hier!' de Efteling schoon houdt, maar dat is een modern idee en ontwerp van Anton Pieck en het pretpark. Over het oorspronkelijke verhaal achter 'Holle Bolle Gijs' is weinig bekend, al bestaat er wel een fascinerende mogelijke verklaring.

>
NL | EN