Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie
NL | EN

Historische complottheorieën: het einde van de wereld

Tijdens de jaarwisseling in 1999 waren veel mensen bang voor de ‘millenniumbug’, die wereldwijd voor een crash van alle computersystemen zou zorgen. Duizend jaar eerder vreesde men nog veel grotere gevolgen van de millenniumwisseling. Middeleeuwse christenen dachten dat de Apocalyps nabij was. Velen reisden naar Jeruzalem, om het Laatste Oordeel af te wachten in de Heilige Stad.

Als het einde van het eerste millennium in zicht komt, drukt een groot gevoel van zwaarmoedigheid op het christelijk deel van Europa. De middeleeuwers hebben een zware tijd achter de rug met natuurrampen, misoogsten, branden, honger en ziektes. Tussen de jaren 750 en 950 zijn er maar liefst dertig epidemieën voorbij gekomen en talloze veeziektes. Daar bovenop bedreigen de Vikingen, Saracenen en Hongaren telkens de grenzen van Europa. Er wordt oorlog gevoerd, geroofd en geplunderd. Het is een tijd waarin men niet zeker is van zijn leven.

Die onzekerheid doet veel mensen geloven dat het Einde der Tijden nabij is. Ze zien voortekens in de komeet Halley die in het jaar 989 aan de hemel verschijnt. Zonsverduisteringen en bloedregens (regenwater gemengd met zand) bevestigen hun gevoel dat de Apocalyps eraan komt. Het jaar 1000, precies duizend jaar na de geboorte van Jezus Christus, zou het voorspelde einde van het duizendjarig koninkrijk op aarde betekenen. Deze zal volgens de overlevering worden afgesloten met de komst van Jezus, die het Laatste Oordeel over de mensen velt. Mensen die goed geleefd hebben, mogen naar de hemel. Mensen die slecht geleefd hebben, wacht een eeuwigheid in de hel.

Het middeleeuwse wereldbeeld, met in het midden de aarde, bovenaan de hemel en onderaan de hel. Rondom de aarde zitten nog enkele andere ‘sferen’. Illustratie uit de Neville of Hornby Hours, ca. 1340-50.

‘De teekenen zeggen ons, dat die tijd nadert’

Het is niet verwonderlijk dat men met dit vooruitzicht massaal terugkeert naar het geloof. Rondtrekkende predikers roepen mensen op om zich te bekeren voordat het te laat is. Als je nu niet voor een sober en christelijk leven kiest, is je kans op een plekje in de hemel immers voorgoed verkeken. De rede van een Engelse prediker, die in een handschrift uit 971 bewaard is gebleven, vat deze boodschap als volgt samen:

‘Wij leven in het laatste tijdperk van de wereld en haar einde is nabij. Aan het begin van deze aera is, zoals wij heden herdenken, de Heer van den Olijfberg ten hemel gevaren, en spoedig zal hij daar weder verschijnen ten gericht. Hoe lang dat nog zal duren, weet God alleen, want zijn tijden van duizend jaar zijn niet alle even lang. Maar de tekenen zeggen ons, dat die tijd nadert. (…) Christus daalt neer op den Olijfberg, die nu al gereed is om hem te ontvangen. (…) Bekeert u daarom. En al kunt ge niet, als zovele anderen, een pelgrimstocht naar die heilige plaatsen ondernemen, gij kunt ook hier bidden in uw huis en goede werken doen in uw land.’

Pelgrims voor de Heilig Grafkerk in Jeruzalem. Illustratie uit de Liber peregrinationis, ca. 1410.

Vooraan in de rij

De Engelse prediker noemt specifiek de Olijfberg in Jeruzalem als plaats waar Jezus zal verschijnen. Volgens de Bijbel verbleef Jezus namelijk vaak op deze berg om te rusten en zijn leerlingen te onderwijzen. De Heilige Stad Jeruzalem speelt destijds een belangrijke rol in het christelijk geloof. Als de Romeinse keizer Constantijn de Grote (ca. 273/280-337) er in de vierde eeuw de Heilige Grafkerk laat bouwen, komt de bedevaart naar Jeruzalem op gang. Pelgrims bezoeken de plaatsen waar Jezus is geweest, om mee te voelen met zijn leven en lijden.

Men gelooft dat de stad Jeruzalem aan het Einde der Tijden weer het middelpunt zal vormen van de wereld, omdat het Laatste Oordeel zich hier zal voltrekken. Door dit geloof raakt de stad verbonden aan het eeuwige zielenheil. Veel middeleeuwers reizen tegen het jaar 1000 naar Jeruzalem en kopen daar alvast een graf om de Eindtijd af te wachten. Als het Laatste Oordeel dan eenmaal daar is, staan ze vooraan in de rij.

Anderen geven al hun bezittingen weg en gaan op pelgrimstocht naar de Heilige Stad, of naar andere gewijde plaatsen zoals Rome en Santiago de Compostella. Keizer Otto III (980-1002) bezoekt op paasdag van het jaar 1000 het graf van Karel de Grote in Aken, die destijds als heilige wordt vereerd. Als hij het graf opent, blijkt het lichaam van de keizer niet vergaan te zijn. Een wonder! Ook geeft hij opdracht om een boek te maken met uitleg over de Apocalyps. Dit boek moet, om voor de hand liggende redenen, in het jaar 1000 voltooid zijn.

Aanbidding voor de troon van God. Illustratie uit de 11e-eeuwse Bamberg Apocalypse, vervaardigd in opdracht van keizer Otto III.

Hoge verwachtingen

Het begin van de Apocalyps wordt niet door iedereen stipt op oudejaarsavond verwacht. De genoemde keizer Otto heeft hoge verwachtingen van Pasen in het jaar 1000. Anderen verwachten de komst van Jezus al tijdens de kerstdagen in het jaar 999. Er zijn ook mensen die denken dat Jezus duizend jaar na zijn dood en hemelvaart pas terug zal keren, dus in het jaar 1033. De elfde eeuw staat bol van de verwachtingen. Maar dat belet paus Silvester II (ca. 946-1003) niet om in de nieuwjaarsnacht van het jaar 1000 bevend van angst de mis op te dragen, aldus de overlevering.

Met deze eindtijdverwachtingen en het eigen zielenheil in het achterhoofd maken in de elfde eeuw talloze mensen de pelgrimstocht naar Jeruzalem. Belangrijke pelgrims uit de Lage Landen zijn onder meer de geestelijk hervormer Poppo van Deinze (978-1048), die in het jaar 1000 een pelgrimage naar het Heilige Land onderneemt en in 1020 abt van Stavelot-Malmédy wordt, en Lietbert, bisschop van Kamerijk, die zijn voorbeeld volgt. Maar ook Dirk III (ca. 982-1039), graaf van Westfrisia (de voorloper van Holland), waagt zich rond het jaar 1030 hoopvol aan de lange reis. Later zal ook Robrecht de Vries (ca. 1029/32-1093), die tussen 1063 tot 1070 regent van West-Frisia is, hetzelfde doen.

Dirk III (links), graaf van Westfrisia, en Robrecht de Fries (rechts), regent van Westfrisia.

Een nieuwe wereld

Met een mix van spanning en hoop wacht men geduldig de millenniumwisseling af, de daaropvolgende feestdagen en zelfs het jubileum van de hemelvaart in 1033. Maar tot teleurstelling van sommigen en opluchting van anderen blijft de Apocalyps uit. Priesters benadrukken nog dat we nooit zeker kunnen weten wanneer Jezus zal terugkeren, omdat alleen God dat moment kent. Een bisschop van Luik probeert mensen tevergeefs duidelijk te maken dat de ‘voortekens’ gewone natuurfenomenen waren, maar het kwaad is dan al geschied. De kerk heeft aan geloofwaardigheid verloren. Kort na het jaar 1000 wordt er in de bronnen gesproken over verschillende ketterverbrandingen, onder meer in Noord-Frankrijk. Het is ongetwijfeld een manier van de kerk om de ontstane twijfel te bestrijden.

Wat er van de mensen kwam die al hun bezittingen hebben weggegeven en naar Jeruzalem zijn getrokken, vertellen de annalen helaas niet. Maar de pelgrimstochten naar het Heilige Land blijven ook na de millenniumwisseling onvermoeibaar doorgaan. Omdat het eeuwige zielenheil in de hoofden van velen aan de stad verbonden is geraakt, komt in de elfde eeuw de wens op om Jeruzalem te bezitten. De plek waar Jezus zal terugkeren is immers van zo’n groot belang voor de christengemeenschap, dat hij niet in handen van heidenen mag vallen. En laat Jeruzalem nou net onder moslimheerschappij staan. Als paus Urbanus II (ca. 1035/1042-1099) oproept om een kruistocht te ondernemen on de stad te bevrijden, wordt hier dan ook enthousiast gehoor aan gegeven. Onder de leus ‘Deus vult!’ (‘God wil het!’) vangt de Eerste Kruistocht (1096-1099) aan.

David Roberts, Jeruzalem gezien vanaf de Olijfberg met pelgrims op weg naar de stad, 1796-1864. Collectie Norfolk Museums.

Terwijl de kruisvaarders hun blik gericht hebben op het oosten, wordt het leven in Europa steeds beter. De dreiging van binnenvallende volkeren neemt af en er breekt een warme periode aan, die een ongekende bloei op allerlei gebieden ontluikt: de Middeleeuwse Zomer. Rijkere oogsten zorgen ervoor dat men gezonder wordt, nieuwe uitvingen en verstedelijking maken mensen welvarender. Tussen de jaren 1000 en 1300 verdubbelt de Europese bevolking tot bijna tachtig miljoen. Het is een totaal andere wereld dan voor de millenniumwisseling. Je zou bijna denken dat het hemelse rijk dan écht is aangebroken.

Wil je meer weten over Noord-Holland in het jaar 1000? Kom dan naar de lezing ‘Het jaar 1000 in Kennemerland; een archeologische tournee’ op donderdag 30 mei in archeologiemuseum Huis van Hilde. Tot en met 16 juni is daar ook de tentoonstelling ‘De Makers van Holland’ te zien, over hoe onze voorouders tussen 900 en 1300 de basis hebben gelegd voor het ‘Holland’ van nu.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries
Omslagfoto: Pelgrims verlaten Canterbury, ca. 1455-1462.

Bronnen:

Publicatiedatum: 25/03/2024

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.