Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

De Koningssloep: de ‘gouden koets te water’

Een sierlijke sloep van ruim zeventien meter lang, rijkversierd met goud en gemaakt van eikenhout en teakhout. Deze majestueuze Koningssloep werd tussen 1816 en 1818 voor Willem I gebouwd en is daarna nog 24 keer bij verschillende gelegenheden gebruikt; exclusief voor feestelijke gebeurtenissen in gezelschap van het Koninklijk Huis. De elegante sloep was zeer representatief voor de ontvangst van buitenlandse gasten, zoals de sjah van Perzië (1889) en koning Haakon van Noorwegen (1954). Als koningin Wilhelmina een tewaterlating verrichtte, dan liet ze zich per Koningssloep naar de werf vervoeren.

>

Leren koken als een goede huisvrouw

Aan de Rapenburgerstraat in de Amsterdamse jodenbuurt staan de twee huizen waarin het Nederlands Israëlitisch Meisjes-Weeshuis (1861-1943) was gevestigd. Het Nederlands Israëlitisch Weesmeisjes Collegie bestond al vanaf 1761 en had als motto ‘tot de goede werken behoort de opvoeding van weesmeisjes’, zoals de gevelsteen op nummer 171 vermeldt. Meisjes kregen hier een orthodoxe opvoeding en les in huishoudelijke vakken opdat ze aan de slag konden als dienstmeisje of naaister.

>

De Bazel aan de Vijzelstraat

De Bazel aan de Vijzelstraat 32 zou het bekendste gebouw van architect Karel Petrus Cornelis de Bazel worden. Tot 2002 had de ABN AMRO hier haar hoofdkantoor en het biedt nu plaats aan het Stadsarchief van Amsterdam, het grootste stadsarchief ter wereld. Het gebouw is ontworpen in opdracht van de Nederlandse Handel Maatschappij en werd voltooid in 1926, drie jaar na het overlijden van de architect. De NHM is opgericht in een periode waarin de handel in het slop was geraakt. De doelstelling van de NHM was om hier verandering in te brengen. Men had hiervoor een ruim en imposant hoofdkantoor nodig en vond hiervoor een geschikte bouwlocatie in het centrum van Amsterdam.

>

Czaar Peterhuisje in Zaandam

‘Waar is nou dat oude scheefgezakte houten huisje? Ik zie niks.’ Menig kind op schoolreisje naar Zaandam (eerst per boot en later met de bus) zal ter plekke deze vraag aan meester of juf hebben gesteld. En inderdaad, op het eerste gezicht is het zeventiende-eeuwse Czaar Peterhuisje niet te zien. Het kleine werkmanshuisje – het oudste in zijn soort in Nederland – is in 1895 stevig verpakt in een stenen omhulsel, naar een ontwerp van het Amsterdamse architectenbureau Salm. Hun schepping is inmiddels ook tot monument verklaard, net zoals het naar tsaar Peter de Grote vernoemde huisje dat zich in haar binnenste bevindt.

>

Marken en Sijtje Boes

Tot 1957, toen het eiland Marken door een kade met het vasteland werd verbonden, kwam iedere bezoeker met de bootin het haventje van het vissersdorp aan. De kleine houten huizen aan de kade waren groen geschilderd, net zoals dat nu nog het geval is. Een dergelijke aankomst zal, toen Marken nog een grote vissersvloot bezat, een spectaculaire aanblik hebben geboden.

>

Haarlemmerpoort verschuift naar het westen

Eeuwenlang vormde het Haarlemmerplein het westelijke uitvalpunt van Amsterdam. Wanneer de stad in de zeventiende eeuw uitgroeit tot een van de grootste handels- en industriesteden van Europa, moet de stad uitbreiden. Dat betekent ook dat de stadswallen verlegd moeten worden.

>

Letterlijk voor Pampus liggen

Het gezegde ‘voor Pampus liggen’ zegt je waarschijnlijk wel iets. De uitdrukking gaat terug tot de naam van een zandbank in het IJ voor Amsterdam. Deze zandbank, Pampus genaamd, bezorgde zwaarbeladen koopvaardijschepen in de VOC-tijd ooit veel last. Zo kwam het voor dat schepen voor Pampus lagen: ze moesten een tijd wachten voordat het vloed werd en zo konden passeren.

>

Wie bouwt? Wibaut!

Als er iemand geassocieerd wordt met het bouwen in Amsterdam, is dat wel Floor Wibaut. Hij heeft zich jarenlang ingezet voor sociale woningbouw voor de minder bedeelden. De Amsterdamse Wibautstraat is naar hem vernoemd.

>

Oorlog over melkprijs

Over de melkvoorziening van Amsterdam kan je wel een boek schrijven, zegt Peter van Schaik. Voor rtvAmstelveen verzorgt hij historische columns over zijn gemeente. In april 2012 vertelde hij over de melk die Amstelveense boeren leverden aan Amsterdam. De concurrentie leidde op een gegeven moment tot een melkoorlog.

>

De Dokwerker

Op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam staat sinds 1952 een beeld en monument ter herdenking van de Februaristaking, het eerste grote protest van de Nederlandse bevolking tegen het antisemitisme en de deportatie van de joden. Het beeld stelt een staker voor: een robuuste onverschrokken havenarbeider, met opgestroopte mouwen en een trotse houding. De Dokwerker staat symbool voor het verzet van ‘de kleine man’ tegen een grote macht.

>

Molen de Gooyer draait nog steeds

Een markante verschijning in het straatbeeld bij de Zeeburgerdijk is Molen de Gooyer, gelegen naast Brouwerij ’t IJ. De molen is geplaatst op twee op elkaar geplaatste houten achtkanten, waardoor de molen vrij hoog staat. Deze molen zou dé hoogste van Nederland zijn geweest als men de roeden niet een vol hek te kort had gemaakt.

>

Brouwerij t IJ: bier in een oud badhuis

Brouwerij ’t IJ, gelegen onder de wieken van Molen de Gooyer is een proeflokaal waar Amsterdammers, maar tegenwoordig ook veel toeristen, graag een biertje komen drinken. In wat vroeger een badhuis was wordt nu al het bier zelf gebrouwen. Bezoekers kunnen proeven van bier met namen als Columbus, Zatte en Struis, allen met het bekende struisvogellogo.

>

Huize Frankendael: lusttuin van Amsterdam

De heremietenpop in de kluizenaarshut knikt met zijn hoofd en wijst met zijn hand op een doodskist met opschrift: Gedenk te sterven. Hij is zojuist in beweging gezet door de tuinman. Net als tegenwoordig wordt Frankendael in de jaren 1835 -1867 uitgebaat als pleziertuin met restaurant voor de Amsterdammers.

>

De Riekermolen in Amsterdam

Bij busladingen tegelijk komen buitenlandse toeristen kijken naar de Riekermolen. Het is een populair plaatje: deze windmolen met op de achtergrond de Amstel. En met, wie weet, ook de schilder Rembrandt voor de lens. Als het meezit, ontbreken tulpen niet in dit karakteristieke beeld van Holland.

>

Strandvliet: hoeve met chique sfeer

Rond boerderij Strandvlied hangt nog de chique sfeer van de buitenplaats die hier ooit stond. De geschiedenis van de hoeve gaat terug tot 1682. Gijsbert de David Strantwijk, regent van het aalmoezeniershuis in Amsterdam, kocht toen aan de Amstel een stuk grond en een boerderij. Hij noemde de hoeve naar zichzelf: Strandvlied. Wijk betekent hetzelfde als vlied, namelijk een plaats om toevlucht te zoeken.

>

De windhandel van 1720

“Achteruit!” De wachters van de schout brulden de woedende arbeiders toe. Glasscherven vlogen in het rond en er vielen rake klappen. Met geweld slaagden de Amsterdamse schout en zijn mannen erin om de arbeiders naar buiten te drijven. Het meubilair van het Engelsche Koffiehuis in de Amsterdamse Kalverstraat was kort en klein geslagen en de aanwezige actiënhandelaren waren er slecht aan toe. Ze waren mishandeld en erg geschrokken, maar door de tussenkomst van de schout en zijn wachters waren er tenminste geen doden gevallen. Deze rellen op 5 oktober 1720 maakten deel uit van de eerste grote internationale kredietcrisis. Dit arbeidersprotest werd de Actiepest genoemd, alsof ze vernoemd was naar de Zwarte Dood, door de snelheid waarmee ze zich verspreidde door het hart van de stad. De handelaren in actiën (aandelen) hadden de crisis veroorzaakt en werden daarvoor gestraft door de boze arbeiders. Het begon allemaal enkele jaren eerder in Frankrijk, waar één man bijzonder veel invloed wist te verwerven op de financiële markten.

>

Een keer per jaar eens écht uit de band springen!

‘Kermis, kermis moet er zijn, of wij slaan alles kort en klein’ schreeuwden protesterende kermissympathisanten in 1876. Op de Amsterdamse straten was er een waar kermisoproer gaande. Het oproer was het gevolg van het besluit van de gemeente de kermis af te schaffen.

>

Watertoren Spaklerweg: honderdjarig pronkjuweel

Aan de Spaklerweg 26, in het huidige Amstel Business Park, herinnert een prachtige toren aan een florerende bedrijfstak van honderd jaar geleden. Amsterdam exploiteerde in de hoogtijdagen 1898 – 1921 vier gemeentelijke gasfabrieken. De Zuidergasfabriek stond op dit terrein. De nu honderdjarige watertoren werd gebouwd voor opslag van proceswater. Dit baken met vele fraaie ornamenten versierd is van ver te herkennen. 

>

Vuurtoreneiland Durgerdam: een oase

Vuurtoreneiland, Durgerdam. Het eiland is nog geen twee voetbalvelden groot. Een oase, omgeven door water, stilte, licht en lucht. Een fort en een kleine vuurtoren zijn de enige bebouwing op het eiland. Al meer dan driehonderd jaar is het vuurtorenlicht een baken voor de scheepvaart.

>

Kerstmis volgens Pieter Aertsen

In het Amsterdam Museum hangt een schilderij van de zestiende eeuwse kunstenaar Pieter Aertsen (1507-1575) dat de aanbidding der herders verbeeldt, een bekend onderdeel van het kerstverhaal. Het schilderij is slechts gedeeltelijk bewaard gebleven.

>