Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

De Riekermolen in Amsterdam

Bij busladingen tegelijk komen buitenlandse toeristen kijken naar de Riekermolen. Het is een populair plaatje: deze windmolen met op de achtergrond de Amstel. En met, wie weet, ook de schilder Rembrandt voor de lens. Als het meezit, ontbreken tulpen niet in dit karakteristieke beeld van Holland.

>

Strandvliet: hoeve met chique sfeer

Rond boerderij Strandvlied hangt nog de chique sfeer van de buitenplaats die hier ooit stond. De geschiedenis van de hoeve gaat terug tot 1682. Gijsbert de David Strantwijk, regent van het aalmoezeniershuis in Amsterdam, kocht toen aan de Amstel een stuk grond en een boerderij. Hij noemde de hoeve naar zichzelf: Strandvlied. Wijk betekent hetzelfde als vlied, namelijk een plaats om toevlucht te zoeken.

>

De windhandel van 1720

“Achteruit!” De wachters van de schout brulden de woedende arbeiders toe. Glasscherven vlogen in het rond en er vielen rake klappen. Met geweld slaagden de Amsterdamse schout en zijn mannen erin om de arbeiders naar buiten te drijven. Het meubilair van het Engelsche Koffiehuis in de Amsterdamse Kalverstraat was kort en klein geslagen en de aanwezige actiënhandelaren waren er slecht aan toe. Ze waren mishandeld en erg geschrokken, maar door de tussenkomst van de schout en zijn wachters waren er tenminste geen doden gevallen. Deze rellen op 5 oktober 1720 maakten deel uit van de eerste grote internationale kredietcrisis. Dit arbeidersprotest werd de Actiepest genoemd, alsof ze vernoemd was naar de Zwarte Dood, door de snelheid waarmee ze zich verspreidde door het hart van de stad. De handelaren in actiën (aandelen) hadden de crisis veroorzaakt en werden daarvoor gestraft door de boze arbeiders. Het begon allemaal enkele jaren eerder in Frankrijk, waar één man bijzonder veel invloed wist te verwerven op de financiële markten.

>

Een keer per jaar eens écht uit de band springen!

‘Kermis, kermis moet er zijn, of wij slaan alles kort en klein’ schreeuwden protesterende kermissympathisanten in 1876. Op de Amsterdamse straten was er een waar kermisoproer gaande. Het oproer was het gevolg van het besluit van de gemeente de kermis af te schaffen.

>

Watertoren Spaklerweg: honderdjarig pronkjuweel

Aan de Spaklerweg 26, in het huidige Amstel Business Park, herinnert een prachtige toren aan een florerende bedrijfstak van honderd jaar geleden. Amsterdam exploiteerde in de hoogtijdagen 1898 – 1921 vier gemeentelijke gasfabrieken. De Zuidergasfabriek stond op dit terrein. De nu honderdjarige watertoren werd gebouwd voor opslag van proceswater. Dit baken met vele fraaie ornamenten versierd is van ver te herkennen. 

>

Vuurtoreneiland Durgerdam: een oase

Vuurtoreneiland, Durgerdam. Het eiland is nog geen twee voetbalvelden groot. Een oase, omgeven door water, stilte, licht en lucht. Een fort en een kleine vuurtoren zijn de enige bebouwing op het eiland. Al meer dan driehonderd jaar is het vuurtorenlicht een baken voor de scheepvaart.

>

Kerstmis volgens Pieter Aertsen

In het Amsterdam Museum hangt een schilderij van de zestiende eeuwse kunstenaar Pieter Aertsen (1507-1575) dat de aanbidding der herders verbeeldt, een bekend onderdeel van het kerstverhaal. Het schilderij is slechts gedeeltelijk bewaard gebleven.

>

Sinterklaas op de Dam

Sinterklaas is niet alleen aan het eind van het jaar zichtbaar in Amsterdam, als de winkels zich vullen met Sinterklaassnoepgoed, de pieten in de Bijenkorf omhoog klimmen en de intocht van de Sint en zijn knechten is geweest. Sinterklaas is het hele jaar zichtbaar en wel op één van de drukste plekken van Amsterdam: de Dam.

>

Sinterklaasfeest in oorlogstijd

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het Sinterklaasfeest vaak gewoon door. Thuis werden er gedichten gemaakt, de Verkadefabriek in Zaandam maakte letters van taaitaai bij gebrek aan chocolade en vliegtuigfabrikant Fokker gaf zijn werknemers een Sinterklaascadeautje voor de kinderen.

>

Het eerste Amsterdamse Sinterklaaskostuum

Sinterklaas heeft elk jaar tijdens de intocht natuurlijk weer zijn ‘mooiste tabberd’ aan. Maar ook Sinterklaas wil wel eens wat nieuws. Een van zijn oude tabberds is, met alle toebehoren, in 1995 geschonken aan het Amsterdam Museum.

>

Gordon: Topper met Amsterdamse roots

De Amsterdamse zanger Gordon staat in 1991 op de hoogste plaats in de hitparade met de single ‘Kon Ik Maar Even Bij Je Zijn’. In de tweede helft van de jaren negentig stapt hij over op Nederlandstalige R&B. Hij maakt deel uit van de Toppers en is oprichter van de vocal group Los Angeles (LA) The Voices.

>

In de Amsterdamse Oude Kerk…

Er zijn in Amsterdam drie bijzondere “muziekgebouwen”: het Concertgebouw, het Muziekgebouw aan het IJ en daartussenin ligt de oudste: de Oude Kerk, die ook nog steeds een ‘levende kerk’ is en tevens museum en breed-culturele instelling: al 800 jaar sacraal en seculier, hand in hand!

>

De eerste Amsterdamse kerstboom was Duits

Kerst rond de kerstboom is een relatief jonge traditie. Duitse immigranten brachten haar anderhalve eeuw geleden mee naar Amsterdam. De feestelijke gewoonte werd door ambitieuze dominees aangewakkerd en populair gemaakt door slimme middenstanders.

>

De beste wensen voor het nieuwe jaar!

Met Nieuwjaar wenst van oudsher iedereen elkaar het beste – in de hoop zelf niet vergeten te worden. Dat kan en kon op allerlei manieren. De Amsterdamse geschiedenis laat er vele voorbeelden van zien.

>

Knallend Oud en Nieuw in Amsterdam

Oud en Nieuw zonder lawaai is ondenkbaar, dat is al eeuwen zo. Vandaag de dag worden hier en daar in het oosten des lands af en toe nog misthoorns en pannendeksels gebruikt, net als vroeger in Amsterdam. Maar na de komst van het buskruit naar Europa werd vooral het lossen van vreugdeschoten razend populair.

>

Johnny Jordaan: Bij ons in de Jordaan

Johnny Jordaan is een van de grootste volkszangers van Amsterdam. Veel mede-artiesten erkennen de kwaliteit en de oorspronkelijkheid van zijn ongeschoolde, heftig vibrerende stem. Hij bereikt de status van superster op een wijze die tot dan toe niet eerder is vertoond in de Nederlandse lichte muziek.

>

Johnny Meijer: de man en zijn accordeon

‘Ik speel alles, behalve klaverjas’, zei hij Johnny Meijer ooit in een interview. De virtuoze Amsterdamse accordeonist is bij het grote publiek bekend als vertolker van meezingers en meedeiners en als de muzikale rechterhand van Manke Nelis. Slechts af en toe kan hij tussen de meezingers door laten horen dat hij een begaafd jazzsolist is. Hij verweeft met groot gemak complete Bach-passages in zijn solo’s.

>

Andre Hazes: Amsterdams wonderkind

André Hazes was als Amsterdamse vertolker van het levenslied een icoon van de Nederlandse amusementsmuziek. Hij zong zijn liedjes met veel gevoel voor blues en sprak daarmee een breed publiek aan. Ook na zijn vroegtijdige dood in september 2004 blijven het leven en de muziek van de volkszanger tot de verbeelding spreken.

>

Huis Barnaart: parel uit de Franse tijd

Tijdens het verblijf van keizer Napoleon Bonaparte in Noord-Holland in oktober 1811 maakten ook de steden en dorpen in Kennemerland kennis met hun nieuwe heerser. Al was het maar kort, want Napoleon hield van opschieten. Meestal was hij in een flits voorbij. Zijn broer, koning Lodewijk Napoleon, deed het enkele jaren eerder kalmer aan. Hij logeerde enige tijd in het voorname Huis Barnaart in Haarlem, een fraai voorbeeld van de Empirestijl.

>