Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Sinterklaas op de Dam

Sinterklaas is niet alleen aan het eind van het jaar zichtbaar in Amsterdam, als de winkels zich vullen met Sinterklaassnoepgoed, de pieten in de Bijenkorf omhoog klimmen en de intocht van de Sint en zijn knechten is geweest. Sinterklaas is het hele jaar zichtbaar en wel op één van de drukste plekken van Amsterdam: de Dam.

>

Sinterklaasfeest in oorlogstijd

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het Sinterklaasfeest vaak gewoon door. Thuis werden er gedichten gemaakt, de Verkadefabriek in Zaandam maakte letters van taaitaai bij gebrek aan chocolade en vliegtuigfabrikant Fokker gaf zijn werknemers een Sinterklaascadeautje voor de kinderen.

>

Het eerste Amsterdamse Sinterklaaskostuum

Sinterklaas heeft elk jaar tijdens de intocht natuurlijk weer zijn ‘mooiste tabberd’ aan. Maar ook Sinterklaas wil wel eens wat nieuws. Een van zijn oude tabberds is, met alle toebehoren, in 1995 geschonken aan het Amsterdam Museum.

>

Gordon: Topper met Amsterdamse roots

De Amsterdamse zanger Gordon staat in 1991 op de hoogste plaats in de hitparade met de single ‘Kon Ik Maar Even Bij Je Zijn’. In de tweede helft van de jaren negentig stapt hij over op Nederlandstalige R&B. Hij maakt deel uit van de Toppers en is oprichter van de vocal group Los Angeles (LA) The Voices.

>

In de Amsterdamse Oude Kerk…

Er zijn in Amsterdam drie bijzondere “muziekgebouwen”: het Concertgebouw, het Muziekgebouw aan het IJ en daartussenin ligt de oudste: de Oude Kerk, die ook nog steeds een ‘levende kerk’ is en tevens museum en breed-culturele instelling: al 800 jaar sacraal en seculier, hand in hand!

>

De eerste Amsterdamse kerstboom was Duits

Kerst rond de kerstboom is een relatief jonge traditie. Duitse immigranten brachten haar anderhalve eeuw geleden mee naar Amsterdam. De feestelijke gewoonte werd door ambitieuze dominees aangewakkerd en populair gemaakt door slimme middenstanders.

>

De beste wensen voor het nieuwe jaar!

Met Nieuwjaar wenst van oudsher iedereen elkaar het beste – in de hoop zelf niet vergeten te worden. Dat kan en kon op allerlei manieren. De Amsterdamse geschiedenis laat er vele voorbeelden van zien.

>

Knallend Oud en Nieuw in Amsterdam

Oud en Nieuw zonder lawaai is ondenkbaar, dat is al eeuwen zo. Vandaag de dag worden hier en daar in het oosten des lands af en toe nog misthoorns en pannendeksels gebruikt, net als vroeger in Amsterdam. Maar na de komst van het buskruit naar Europa werd vooral het lossen van vreugdeschoten razend populair.

>

Johnny Jordaan: Bij ons in de Jordaan

Johnny Jordaan is een van de grootste volkszangers van Amsterdam. Veel mede-artiesten erkennen de kwaliteit en de oorspronkelijkheid van zijn ongeschoolde, heftig vibrerende stem. Hij bereikt de status van superster op een wijze die tot dan toe niet eerder is vertoond in de Nederlandse lichte muziek.

>

Johnny Meijer: de man en zijn accordeon

‘Ik speel alles, behalve klaverjas’, zei hij Johnny Meijer ooit in een interview. De virtuoze Amsterdamse accordeonist is bij het grote publiek bekend als vertolker van meezingers en meedeiners en als de muzikale rechterhand van Manke Nelis. Slechts af en toe kan hij tussen de meezingers door laten horen dat hij een begaafd jazzsolist is. Hij verweeft met groot gemak complete Bach-passages in zijn solo’s.

>

Andre Hazes: Amsterdams wonderkind

André Hazes was als Amsterdamse vertolker van het levenslied een icoon van de Nederlandse amusementsmuziek. Hij zong zijn liedjes met veel gevoel voor blues en sprak daarmee een breed publiek aan. Ook na zijn vroegtijdige dood in september 2004 blijven het leven en de muziek van de volkszanger tot de verbeelding spreken.

>

Huis Barnaart: parel uit de Franse tijd

Tijdens het verblijf van keizer Napoleon Bonaparte in Noord-Holland in oktober 1811 maakten ook de steden en dorpen in Kennemerland kennis met hun nieuwe heerser. Al was het maar kort, want Napoleon hield van opschieten. Meestal was hij in een flits voorbij. Zijn broer, koning Lodewijk Napoleon, deed het enkele jaren eerder kalmer aan. Hij logeerde enige tijd in het voorname Huis Barnaart in Haarlem, een fraai voorbeeld van de Empirestijl.

>

Een keizerlijk bal in Felix Meritis

Op dinsdag 22 oktober 1811 woonden keizer Napoleon en echtgenote Marie Louise een groot bal bij in Felix Meritis. Het feest was georganiseerd door de gemeente Amsterdam. Het keizerlijk paar verbleef twee weken in Amsterdam, als onderdeel van een reis door Holland.

>

Alkmaar op een haar na universiteitsstad

Het had niet veel gescheeld of Alkmaar was nu een universiteitsstad. In de jaren zestig bestonden er serieuze plannen om in de Schermer een vierde technische hogeschool te vestigen, na die van Delft, Eindhoven en Twente. Als de plannen waren gerealiseerd zou de uitbreiding van Alkmaar zich veel meer in oostelijke richting hebben voltrokken en was er van het polderlandschap van de Schermer weinig overgebleven.

>

Indiaan tentoongesteld

Blaauw Jan had een menagerie aan de Kloveniersburgwal. Daar werden niet alleen dieren, maar ook opvallende mensen tentoongesteld. In 1764 was er een heuse Indiaan te zien, “Een Wilde, Sychnecta genaamt, van de Mohawk uyt Noord-America.” De Indiaan trok veel bekijks met zijn traditionele kostuum.

>

Ons stadsdialect in de laatste eeuw

Buurtdialecten verdwenen in de loop van de twintigste eeuw en het overgebleven stadsdialect werd nationale folkore. Minder vaak gebruikt, maar nog wel een element in de moderne taal van het schoolplein. Dat alles zien we in dit slotverhaal van een korte serie (zie gerelateerde verhalen) over het Amsterdams door de eeuwen heen.

>

Zelfs de burgemeester spreekt nu ‘Jodenhoeks’

Gappen, geintje, schlemiel, mesjokke. Als dat geen algemeen-plat-Amsterdams is. Om preciezer te zijn, het is Jodenhoeks. Die Mokumse spreektaal is hier al eeuwen ingeburgerd. Maar waar komen die woorden en uitdrukkingen toch vandaan?

>

De taal van ’t vieze volcxken

Het aantal geboren Amsterdammers in de stad daalt en het opleidingsniveau stijgt. Het plat Amsterdams wordt daardoor steeds minder gesproken. Maar iedereen herkent het nog, al is het maar van het Jordaanfestival of een lied van André Hazes. Het volkse Amsterdams heeft niet altijd zo geklonken, vele invloeden van buiten gaven de stadstaal vorm. Zo was de invloed van immigranten uit de Zuidelijke Nederlanden en uit de Duitse gebieden in de zeventiende eeuw aanzienlijk.

>

De trekvaart tussen Amsterdam-Purmerend en Hoorn

Het huidige Tramplein in Purmerend functioneerde tot diep in de negentiende eeuw als opstapplaats voor de trekschuit naar Amsterdam of Hoorn. Omstreeks 1660 namen de besturen van de Staten van Holland en West Friesland, en de steden Amsterdam, Purmerend, Hoorn, Edam en Monnickendam het besluit tot aanleg van een stelsel van wegen en vaarten om het verkeer tussen deze vijf steden te bevorderen. Minder afhankelijk van de weersomstandigheden en een stuk comfortabeler dan paard en wagen zou de trekschuit gedurende lange tijd het belangrijkste vervoermiddel zijn voor wie in Waterland op reis wilde.

>