Vuurtoreneiland Durgerdam: een oase

Vuurtoreneiland, Durgerdam. Het eiland is nog geen twee voetbalvelden groot. Een oase, omgeven door water, stilte, licht en lucht. Een fort en een kleine vuurtoren zijn de enige bebouwing op het eiland. Al meer dan driehonderd jaar is het vuurtorenlicht een baken voor de scheepvaart.

Vuurbaken

Amsterdam heeft zelf geen vuurtoren, maar de toren op de Hoek van ’t IJ dankt zijn bestaan wel aan de hoofdstad. Nicolaas Witsen, eind zeventiende eeuw burgemeester van Amsterdam, had grote invloed binnen het College van Pilotage. Dit College gaf opdracht voor de bouw van drie ‘Suyderseese Vuur Bakens’ bij De Ven, op Marken en bij Hoek van ’t IJ. In 1701 is voor de bouw van een vuurtoren een klein eilandje aangelegd. In 1702 was de vuurtoren bedrijfsklaar. Deze eerste toren was vierkante, opgetrokken uit baksteen en negentien meter hoog . Bovenin was een lantaarn met een olielamp geplaatst.

Verdedigingswerk

Samen met Fort Pampus en Fort Diemerdam verdedigde het eiland ooit de mond van het IJ en de hoofdstad tegen aanvallen over de Zuiderzee. In 1809 werden eiland en vuurtoren voor het eerst opgenomen in een kustbatterij van de Amsterdamse verdedigingslinie. Omstreeks 1838 is aan de noordzijde van het eiland, tegen de stenen toren aan, een lichtwachterswoning gebouwd. Vanaf 1886 volgden bouwwerkzaamheden voor de Stelling van Amsterdam, een serie van 45 forten rondom de stad. Er kwamen een kustbatterij met drie zware kanonnen, munitiemagazijnen en een bomvrije kazerne.  De stenen vuurtoren en de lichtwachterswoning zijn in 1893 afgebroken. Op een andere plek, aan de zuidkant van het eiland, is in dat jaar een nieuwe, gietijzeren vuurtoren geplaatst. De nieuwe lichtwachterswoning kreeg een veiliger plek in de vesting en kwam nu los van de vuurtoren te staan.

Van vader op zoon

Decennialang is de familie Engel, van vader op zoon werd het beroep doorgegeven, lichtwachter op Durgerdam geweest. En niet alleen op vuurtoreneiland Hoek van ’t IJ. Ook op eiland Pampus stond begin twintigste eeuw een kustlicht. En er waren lichten op de strekdam van het Buiten-IJ en nog een paar andere plaatsen. Met een sloep moest de vuurtorenwachter van het ene naar het andere licht. Een hele klus, zeker als het hard waaide. De lichtwachtersfamilie Engel moest tijdelijk in Durgerdam gaan wonen. Elke dag voer Engel heen en weer voor bediening van het licht en het mistsein. In 1951 is de woning herbouwd op de fundamenten van haar voorgangster. De marmeren gedenksteen uit 1702 is opnieuw ingemetseld. Door de techniek veranderde het werk van de lichtwachter. Naast controle van de elektrische verlichting kwamen er taken bij: controle op de betonning, op illegale lozingen en assisteren bij zandwinning in het Markermeer en de Gouwzee. In september 2003 vertrok de laatste lichtwachter Engel. En met hem het vuurtorenlicht. Vanwege protesten uit de scheepvaart is het licht in 2005 opnieuw ontstoken.

Pampus en links Durgerdam.

Pampus en links Durgerdam.

Monument

Het fort op het Vuurtoreneiland is een uniek monument van militaire en waterstaatkundige techniek. Maar door weer en wind gaat de toestand van de halfondergrondse gebouwen steeds verder achteruit. Ze zijn verweerd, verzakt, gescheurd, lek en deels volgelopen met regenwater. Restauratie moet zo snel mogelijk aangepakt worden om verdere achteruitgang te voorkomen. Staatsbosbeheer wil de natuurwaarden van het eiland behouden, maar ook het culturele erfgoed beheren. Daarom wordt het eiland enkele keren per maand opengesteld voor het publiek.

Auteur: Anita Blijdorp.

Bronnen

Website Staatsbosbeheer, Dossiers > Landschap > Vuurtoreneiland
Website Wikipedia, Vuurtoreneiland
Peter Kouwenhoven, Vuurtorens, lichtschepen en kapen, nautisch erfgoed van Nederland (2010).
Nederlandse Vuurtoren Vereniging.

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema Stelling van Amsterdam.

Publicatiedatum: 09/02/2012