De ijstijd van Avercamp
Voor het geliefde schilderij drommen steevast vele toeristen samen. Het is vaak vechten om een plekje voor het Winterlandschap van Hendrick Avercamp (1585-1634) in het Rijksmuseum.
>Voor het geliefde schilderij drommen steevast vele toeristen samen. Het is vaak vechten om een plekje voor het Winterlandschap van Hendrick Avercamp (1585-1634) in het Rijksmuseum.
>”t is hier zoo’n mooi café. Weet je nog wel, dat we hier samen hebben zitten praten, over de extase van de kwast. De rook van jaren heeft ’t goud hier zoo mooi oud gemaakt, en ’t rood als in moskeeën die ‘k heb gezien.’n
Het café waar Isaac Israels het in dit citaat over heeft heette eigenlijk Milles Colonnes, maar men noemde het simpelweg ‘Mast’, naar de eigenaar Joseph Mast. Voor Isaac Israels was het een van de plekken waar hij in zijn geliefde Amsterdam zo graag kwam. Hij heeft de hoofdstad veelvuldig geschilderd. Dienstmeisjes, naaimeisjes, de ‘café-chantants’, de grachten, en de nieuwe wijken: het waren zijn beste onderwerpen.
>De Amsterdamse kunstenares Thérèse Schwartze (1851-1918) was een uitzondering in haar tijd. Niet alleen was zij een begenadigd schilderes, maar ook nog eens een gewiekste zakenvrouw. Haar vader had haar leren schilderen, en Thérèse werkte al sinds haar zestiende in het atelier van haar vader en was vanwege diens vroegtijdige dood al snel gedwongen de rol van kostwinner op zich te nemen. Hierin is ze meer dan geslaagd. Ze groeide uit tot een ware society-schilderes die voornamelijk portretten maakte van mensen in de hogere kringen. Ze woonde, werkte en ontving belangrijke klanten in haar huis en atelier aan de Prinsengracht.
>Wassen in een teiltje, één keer per week douchen in het badhuis en uitgejouwd worden buiten de poorten van je eigen wijk. Tot in de jaren zeventig was dit dagelijkse kost voor de Vogeldorpers van Amsterdam-Noord. In de volksmond werden delen van Amsterdam-Noord ook wel ‘de rimboe’ genoemd. Hier zouden de asocialen wonen, dacht men.
>Al eeuwen geleden was het druk op het kruispunt van de Amstelveenseweg met de Kalfjeslaan. De oude veendijk tussen Amsterdam en Amstelveen was toen dé weg die je nam als je van Amsterdam naar Leiden reisde. Het alternatief was over Haarlem. Hoe dan ook, je moest om het grote Haarlemmermeer heen.
>De Kalfjeslaan is een historische route die al op kaarten uit de zeventiende eeuw stond aangeduid als het ‘Kleine Loopveld’, tussen de Amstel en de Amsterdamseweg. Waar nu het Kleine Kalfje staat, zag de reiziger ooit een tolhuis. De Amsteldijk was toentertijd net als de Amsterdamseweg één van de weinige toegangsroutes naar de hoofdstad, wat van de Kalfjeslaan een populair wandelpad maakte. Dit merkte Jan Claeszoon Kalf toen hij hier rond 1670 de deuren opende van zijn café ‘Het Kalfje’. Hij had niet gedacht eeuwenlang beroemd te zijn als caféhouder. De herberg van Kalf groeide in de negentiende eeuw uit tot een favoriete uitspanning, met een mooie tuin en een doolhof. Koetsjes van de clientèle stonden tot ver langs de Kalfjeslaan.
>Een dak boven je hoofd en een boterham in je hand zijn twee dingen die voor veel van ons vanzelfsprekend zijn. Zo’n honderd jaar geleden was dit echter heel anders. Nederland kende heel wat gebieden waar grote armoede heerste. Misschien wel het beroemdste voorbeeld hiervan is de Amsterdamse Jordaan. Deze volksbuurt, die volkszangers en volksverhalen voortbracht, werd een icoon voor de hoofdstad. Het plat Amsterdams dat hier gesproken werd, de Westertoren en Johnny Jordaan vormen het romantische beeld dat velen tegenwoordig van de Jordaan hebben. Wat in dit beeld echter vaak wordt weggelaten is de bittere armoede waarin de Jordanezen leefden.
>Rond 1885 beleefde de Amsterdamse Jordaan een aantal roerige jaren. Tussen 1885 en 1887 moest de politie maar liefst 15 keer de hulp van het leger inschakelen.
>Zou het Amsterdam Noord net zo vergaan als de Jordaan? De Amsterdamse Jordaan stond lang bekend als arbeidersbuurt met uiterst verpauperde toestanden. Toch heeft het in de twintigste eeuw relatief snel een enorme transformatie ondergaan. Tegenwoordig is het een zeer gewilde plek om te wonen. Toen de Jordaan opknapte werden de armste en ‘a-sociaalste’ Jordanezen overgebracht naar de andere kant van het IJ, waar ze in zogenaamde woonscholen moesten leven. Hier werden zij opgevoed om zelf een net huishouden te leiden. De mensen die hier woonden hadden vaak een levenslang stigma. Amsterdam Noord stond om hen bekend.
Tegenwoordig is Noord echter aan een opkomst bezig en worden er steeds meer creatieve initiatieven gestart. Sinds mei 2014 is Amsterdam Noord weer zo’n cultureel initiatief rijker: de net heropende Tolhuistuin. Deze plek, waar ooit de Amsterdamse ter dood veroordeelden werden opgehangen, is een mooi voorbeeld van de ontwikkeling die Noord in de afgelopen eeuwen heeft meegemaakt.
De Stelling van Amsterdam is een historisch monument voor Nederland en staat sinds 1996 op de lijst van UNESCO Werelderfgoed. De 135 km lange kringlinie was destijds het neusje van de zalm op het gebied van militair-waterstaatkundige techniek in Europa. Andere steden, zoals Antwerpen en Parijs kenden ook kringstellingen, maar in geen enkel ander land werden steden beschermd door waterlinies.
>“Ik weet zeker dat wie dit niet gezien heeft, niet zou kunnen geloven van welk een pracht en schoonheid zowel de architectuur van huizen en bruggen is als de aanleg van de grachten”, aldus Willem Lodewijk van Nassau, Stadhouder van Friesland, na een boottochtje door de grachten in 1617.
>Herengracht 500 werd in 1667 in de Strakke Stijl gebouwd voor de regent Joan Reynst, heer van Drakenstein en de Vuursche. Rond het midden van de 18de eeuw volgde een verbouwing in opdracht van Gerrit Hooft die in de periode 1752–1767 zeven maal burgemeester was.
>Herengracht 572 werd oorspronkelijk gebouwd in 1666, oorspronkelijke bebouwing in de Vierde Uitleg van 1663. Het had toen een halsgevel met klauwstukken met honden. De sobere gevel verklapt niet wat er binnen allemaal te zien is.
>Dit vrij smalle Amsterdamse grachtenhuis is slechts twee raamassen breed, maar de tuin loopt achter het tuinloze buurpand op nummer 112 door. De 17de-eeuwse bouwheer was Jan Gerritsz Verlorenarbeyt. In de 18de eeuw werd het 17de-eeuwse grachtenhuis ingrijpend verbouwd en verhoogd, in opdracht van de toenmalige eigenaar en bewoner Floris Kroll.
>De bouwheer van Herengracht 619 was Jan Six, de burgemeester en beschermheer van verschillende kunstenaars, onder wie Rembrandt en Joost van den Vondel. Het huis werd ontwerpen door Adriaan Dortsman.
>Oorspronkelijk vormden 150 en 152 samen met Herengracht 154 een trapgevel-drieling uit 1617, de oorspronkelijke bebouwing op deze plaats na de stadsuitleg van 1613. Herengracht 152 is nog het meest intact: de voorgevel doet ondanks de latere verbouwingen nog steeds denken aan de renaissance-trapgevel uit 1617. De gevelsteen met de stralende zon laat de huisnaam zien: ‘De Son’.
>Herengracht 361 en 363 zijn twee 17de-eeuwse huisjes. Dit is al te zien aan de geringe hoogte van de panden en aan de houten onderpuien met puibalk. Het huis van Jan Gerritsz Sonnenbergh heeft boven de puibalk de gevelsteen Sonnenberg met een zon boven een berg.
>In 1665 werden vijf woonhuizen naast elkaar gebouwd met dezelfde halsgevels in de stijl van het Hollands classicisme, van links naar rechts de nummers 408, 406, 404, 402 en 400. Het ontwerp wordt toegeschreven aan Justus Vingboons, de broer van de bekendere Philips Vingboons.
>In dit huis woonde ooit de omstreden Mr. Gillis van den Bempden (1697–1748), burgemeester in 1738, 1741 en 1747. Het plafond verwijst misschien nog altijd naar de politiek!
>Prinsengracht 562 is herbouwd door ‘de monumentenredder van de jaren zestig en zeventig’, Geurt Brinkgreve. Ondanks zijn lovende bijnaam was niet iedereen het eens met de restauratie.
>