Armoede in de Jordaan

Een dak boven je hoofd en een boterham in je hand zijn twee dingen die voor veel van ons vanzelfsprekend zijn. Zo'n honderd jaar geleden was dit echter heel anders. Nederland kende heel wat gebieden waar grote armoede heerste. Misschien wel het beroemdste voorbeeld hiervan is de Amsterdamse Jordaan. Deze volksbuurt, die volkszangers en volksverhalen voortbracht, werd een icoon voor de hoofdstad. Het plat Amsterdams dat hier gesproken werd, de Westertoren en Johnny Jordaan vormen het romantische beeld dat velen tegenwoordig van de Jordaan hebben. Wat in dit beeld echter vaak wordt weggelaten is de bittere armoede waarin de Jordanezen leefden.

Buurtje in de Amsterdamse Jordaan

George Hendrik Breitner, gezien vanaf de Haarlemmerdijk. Vervaardigd tussen 1880 – 1923

Buurtje in de Amsterdamse JordaanBuurtje in de Amsterdamse Jordaan

Het Nieuwe Werck

Rond 1600 barstte Amsterdam uit haar voegen. Ondanks het strenge verbod om buiten de stadsmuren te bouwen rezen hier ook steeds meer huisjes op. Dit was verboden, omdat deze bouwsels tijdens een belegering gebruikt konden worden als schuilplaats. Toch zag de stad zelf ook in dat ze iets moest doen aan de nijpende situatie. Het ooit bescheiden Amsterdam was in een eeuw gegroeid van 50.000 naar 220.000 inwoners. Vandaar dat er werd begonnen met een ambitieus project: de bouw van een nieuwe en moderne stad. De grachtengordel werd aangelegd en was ontworpen als woongebied voor de rijkere burgers. De armere lieden werden verbannen naar een strook ten westen van de stad. Eerst droeg dit de naam ‘Het nieuwe Werck’, maar algauw werd dit de Jordaan genoemd. Wanneer men de 17e eeuwse plattegronden bekijkt is te zien hoe de bouw van de Jordaan verschilt met de aanleg van de gestructureerde grachtengordel.

Amsteldam ca.1500

Collectie Atlas Kok: Stadsarchief Amsterdam

Amsteldam ca.1500Amsteldam ca.1500

Amsterdam in 1613

Collectie Atlas Kok: Stadsarchief Amsterdam

Amsterdam in 1613Amsterdam in 1613

‘Den Minderen Man’

Vanaf de aanleg is de Jordaan altijd een buurt voor immigranten en handwerkers geweest. De grachten, zoals de Bloemgracht en Egelantiersgracht, werden echter altijd door de Rijkere burgers bewoond. In de zijstraten woonden de ambachtslieden en in de echte sloppen woonden de armste mensen: de paupers. Toch was de wijk in de periode vanaf de aanleg in 1613 tot ongeveer 1870 behoorlijk gevarieerd. Hoewel de Jordaan over het algemeen werd aangeduid als een volksbuurt voor ‘den Minderen man’, verschilde de sfeer erg per straat. In de armere straten leefde men meer op straat, omdat de huizen van binnen vaak vies waren en men hier niet graag tijd doorbracht. Maar in de wat rijkere straten kwam je niet zomaar bij elkaar over de vloer.

Regelrechte Verpaupering

Na twee eeuwen waarin er in Amsterdam weinig werd gebouwd, begon de stad in de 19e eeuw aan nieuwe grote uitbreidingen. Net als in de 17e eeuw was de stad weer zo ver gegroeid dat ze uit haar voegen barstte. Stadsmuren werden afgebroken en nieuwe delen ten westen van de Jordaan werden bij de stad gevoegd. In eerste instantie leek dit voor de Jordaan een positieve ontwikkeling. De buurt zou nu niet meer een uithoek zijn, maar in de stad gesloten worden.
Toch hadden de uitbreidingen voor de Jordaan allerminst goede gevolgen. Doordat er andere wijken beschikbaar waren trokken de ambachtslieden die het konden betalen weg en bleven in de Jordaan alleen de allerarmsten over. Langzaam veranderde de Jordaan van een volksbuurt in een regelrechte sloppenwijk. Mensen leefden vaak onder erbarmelijke omstandigheden in ongekende armoede. Werk en voedsel was schaars en goede woonruimte eveneens. Een gezin dat met z’n negenen op één kamer woonde was dan ook geen uitzondering.

Goudsbloemstraat ca. 1895

Collectie Stadsarchief, Gezien naar Tweede Goudsbloemdwarsstraat.

Goudsbloemstraat ca. 1895Goudsbloemstraat ca. 1895

Saneringswetten

Vanaf 1900 groeide vanuit de overheid het besef dat er iets aan de armoede moest gebeuren. Rond 1912 begaf de schrijver Israel Querido (1872-1932), zich een tijdje onder de Jordanezen om hen te bestuderen. Hij schreef het volgende:

“De mensen daar, die in hun vunze hokjes en krotjes slapen, soms acht, tien bijeen, die elkaars zuren adem weer inademen en hun benauwingen en angsten op straten en grachten uitleven, die menschen die vechten en vloeken, razen en tieren, vaak op een verschrikkelijke manier elkaar toetakelen en beestelijke hartstochten uitschroeien, uitleven, het zijn onze medemenschen.”

Rond deze tijd werden er inspecties uitgevoerd door de overheid. Panden die als onbewoonbaar waren verklaard werden vanaf nu gesloopt. Op bovenstaande foto zie je de Goudsbloemstraat en de panden die voor de sloop zijn aangegeven. Naast de verbetering van de huizen werd er ook toegezien op de gezondheid. Aletta Jacobs, de eerste vrouwelijke arts van Nederland hield veertien jaar lang praktijk aan de Tichelstraat. Na de vele choleraepidemieën werden ook een aantal grachten gedempt. Deze grachten waren een bron voor veel bacteriën en stonken vaak zo erg dat één gracht zelfs de ‘stinksloot’ werd genoemd.

‘Veryupping’

Het ging met wat horten en stoten, maar langzaam begonnen de leefomstandigheden in de Jordaan te verbeteren. Na heel wat renovaties in de jaren 60 en 70 is de Jordaan nu al lang een zeer gewilde plek om te wonen. Naast vele café’s, restaurants en winkeltjes bestaat armoede hier enkel nog als iets van het verleden, waar nu met nostalgische blik naar wordt gekeken.

Auteur: Maaike Hommes

Publicatiedatum: 17/07/2014