De ijstijd van Avercamp

Voor het geliefde schilderij drommen steevast vele toeristen samen. Het is vaak vechten om een plekje voor het Winterlandschap van Hendrick Avercamp (1585-1634) in het Rijksmuseum.

De kleine figuurtjes op schaatsen, die zich soms voor het plezier op het ijs bevinden, en soms in de kou aan het werk zijn, boeien mensen al vele generaties. Er is dan ook veel op de schilderijen te ontdekken. Rijke kooplui die samenklonteren, een figuurtje die een zware vracht meesjouwt, twee kinderen die ravotten, een verliefd stelletje, en -als je goed kijkt, twee billen in een omgekeerde boot. Dit oer-Hollandse ijsvermaak doet ons knus aan, maar in werkelijkheid was het ontzettend koud in deze zware winters.

Winterlandschap met Schaatsers, Hendrick Avercamp, ca. 1608. Rijksmuseum.

De kleine ijstijd

Weinig volkeren houden zo van de winter als de Nederlanders. Wanneer het winter wordt verlangen wij al snel naar de schaatsen, de sleeën, sneeuwballen, de Elfstedentocht en een warme kop chocolademelk. Iemand die deze Hollandse romantiek al snel door had was Hendrick Avercamp. Deze schilder leefde in een tijd die we de ‘kleine ijstijd’ noemen. Waar het tegenwoordig in de winter gemiddeld zo’n krappe 4 °C is, lag dit getal in de periode tussen 1550-1650 een stuk lager. Gemiddeld was het in de winters zo’n 1,6 tot 1,8 °C. Tel je hierbij op dat men nog niet beschikte over centrale verwarming, en soms niet eens genoeg geld had om hout te kunnen stoken, dan snap je al snel dat men het over het algemeen een heel stuk kouder moet hebben gehad dan wij nu.

IJspret en ijsproblemen

Vooral de winter van 1607-1608 was erg koud. Aan het eind van deze winter schreef Isaac Beeckman uit Zierikzee het volgende:

“(…) men liep op het ijs van Haerlingen tot Amsterdam en van Wieringen tot Texel. [Het] was zo koudt op den 14e, 15e ende 17 januari datter doen veel menschen vervrosen ter doot. “

Voor de armere mensen waren koude winters erg zwaar, maar ook voor de scheepsvaart was het bevroren land een ramp. Als de wateren dichtvroren kon de scheepsvaart er niet meer door, en verloor men zeer veel geld aan inkomsten. Soms, als het echt een strenge winter was, vroor de Waddenzee zelfs bij stukken dicht en werd er transport met sleeën over het ijs geregeld.
Voor Avercamp betekende een goede vorst een goede winter. Wanneer men het ijs op ging waren dit voor de schilder nieuwe onderwerpen. Zijn eerste winterlandschap schilderde de geboren Amsterdammer dan ook na de strenge winter van 1608.

Schaatsenrijden in een dorp, Hendrick Avercamp, ca. 1610. Rijksmuseum.

 

‘De stomme van Kampen’

Hendrick werd geboren in Amsterdam, waar zijn opa (die uit Alkmaar afkomstig was) rector was van de Latijnse school aan de Nieuwezijds Kolk. Hier ontmoette de dochter van de rector, Beatrix Peters een jonge heer Barent Avercamp (destijds leraar aan de Latijnse school) en trouwde hem. Zij kregen een kind, en noemden hem Hendrick. Kort na Hendricks geboorte had vader Avercamp zijn betrekking aan de Latijnse school opgegeven en was gaan werken als apotheker. Vanuit Amsterdam verhuisde het gezin naar het Overijsselse Kampen, waar Apotheker Avercamp een pestepidemie moest bestrijden. Zo kwam het dat Hendrick in Kampen opgroeide. Zijn leven lang zou Hendrick warme banden met beide steden onderhouden. Hoewel zijn bijnaam ‘de stomme van Kampen’ (de dove van Kampen) hem onlosmakelijk aan Kampen verbindt, heeft hij zijn lestijd in Amsterdam volbracht.

Vrouw en jongen op een brug bij het ijs, Hendrick Avercamp,1595 - 1634Vrouw en jongen op een brug bij het ijs, Hendrick Avercamp,1595 – 1634

De gewone man op het ijs

Een van de meest in het oog springende dingen van Avercamps winterlandschappen is de veelheid aan details die je erop vindt. De voorstellingen kunnen ons dan ook veel leren over het leven in de 17e eeuw. Anders dan zijn tijdgenoten, die ook winterlandschappen schilderden, richtte Avercamp zich veel meer op de onderste lagen van de bevolking. We zien naast de adellieden in mooie kledij ook gewone meisjes, boeren en arme kinderen op zijn schilderijen. Vermoedelijk had dit te maken met de kopers van Avercamps wintervoorstellingen. In Kampen bestond Avercamps klantenkring veelal uit Adel met grootgrondbezit. Deze edelmannen verpachtten de grond aan boeren, waarmee zij dus veel in contact waren. Vandaar dat zij ook, meer dan de Amsterdamse kooplieden, verwachtten om een gevarieerd beeld te zien, en niet enkel mensen van hun eigen stand op de schilderijen te treffen.
Op een ander 17e eeuws winterlandschap is dit heel anders: hier zien we veel meer edelmannen. Wellicht is het vanwege deze wijdere blik dat de schilderijen van Avercamp ons nog steeds zo aanspreken.

Tekst: ONH

Publicatiedatum: 01/09/2014