Migranten, helden en boeven langs het IJ
Broodarme landverhuizers, opgepakte Februaristakers, jeugdige criminelen en welgestelde hotelklanten: allen verbleven ze in het Lloyd Hotel aan de Oostelijke Handelskade in Amsterdam.
>Broodarme landverhuizers, opgepakte Februaristakers, jeugdige criminelen en welgestelde hotelklanten: allen verbleven ze in het Lloyd Hotel aan de Oostelijke Handelskade in Amsterdam.
>Op 31 januari en 1 februari 1696 was Amsterdam in de ban van een korte, maar grote volksopstand. Het stadsbestuur had besloten tot een nieuwe regeling en belasting op het begraven. Particuliere aansprekers, of begrafenisondernemers, voelden zich bedreigd en begonnen onder de bevolking te stoken met valse geruchten over de ongunstige effecten van de maatregelen. De groeiende volkswoede ontaardde uiteindelijk in een serie zeer gewelddadige rellen waarbij enkele regentenwoningen werden geplunderd en vernield.
>Toen in 1876 een verbod kwam op de jaarlijkse kermis, ontstond er grote onrust in de Amsterdamse binnenstad. De kermis in Amsterdam was destijds berucht vanwege de grote vechtpartijen en losbandigheid van het publiek. De problemen die met het jaarlijkse volksvermaak gepaard gingen, waren voor het stadsbestuur een reden om de kermis af te schaffen. Dit werkte echter juist ongeregeldheden in de hand.
>De vredige kinderspeelplaats op de Herenmarkt in Amsterdam, het plein waarop het West-Indisch Huis uitkijkt, was in de negentiende eeuw de plek waar het Soeploodsoproer tot uiting kwam in de vorm van een grote brand. Anders dan de naam van het oproer suggereert, ging het niet over soep, maar over de belasting. De onrust was zo groot, dat het leger er zelfs voor moest uitrukken.
>Rederij Goedkoop was van 1807 tot 1999 actief in en rond Noord-Holland. Van oudsher was het een onderneming voor gemengde diensten, maar het ontwikkelde zich tot sleepbootrederij. Eind jaren dertig beschikte Goedkoop zelfs over de grootste sleepvloot ter wereld!
>Koffie is een van de populairste dranken in Nederland. Ooit werd de oosterse ‘coffydranck’ echter nog een merkwaardig drankje gevonden. De relatief dure curiositeit ontwikkelde zich in de loop van de zeventiende en achttiende eeuw van een typisch product voor handelaren en elite tot iets wat ook in de huishoudens van de middenklasse werd gezet en gedronken. In Amsterdam, het zeventiende-eeuwse wereldcentrum van de koffiehandel, vind je nu een bonte schakering aan koffietentjes en is er jaarlijks een koffiefestival met barista-wedstrijden, workshops, lezingen en nog veel meer waar koffieliefhebbers hun hart aan kunnen ophalen. Uit zo’n beetje iedere keuken komt het welbekende pruttelende geluid van één van de diverse soorten koffieapparaten die er bestaan en ‘een bakkie doen’ rond ‘koffietijd’ bij vrienden of in dat ene knusse café om de hoek, kent iedereen.
>Drenthe is immers officieel erkend als ‘Van Gogh-provincie’. Toch staat het Van Gogh Museum in Amsterdam. Hoe komt dit museum en de grootste collectie van Van Goghs werk hier terecht en wat bindt Van Gogh nu juist wel met Noord-Holland?
>Jan Willem Pieneman (1779-1853), ook wel beschouwd als grondlegger van de negentiende-eeuwse schilderkunst, kreeg veel lof als schilder van portretten en vooral zijn historische voorstellingen deden het in zijn eigen tijd en ook nu nog goed.
>De negentiende-eeuwse kunstschilder, Adrianus Eversen (1813-1897), onderscheidt zich van andere landschapsschilders door de vele zonnige stadsgezichten. De typisch Nederlandse sfeerbeelden zijn weliswaar herkenbaar, maar de geschilderde stadsgezichten zijn lastig terug te vinden in steden als Haarlem, Amersfoort, Alkmaar en Amsterdam.
>Meestal geven de gidsen van de Heineken Experience hun rondleidingen in het Engels. Zaterdag 4 juli vonden er in het kader van het Festival Industrie Cultuur echter (gratis) rondleidingen in het Nederlands plaats, waarbij de geschiedenis van de Amsterdamse bierbrouwerij centraal stond.
>De Gouden Eeuw betekende zowel een hoogtepunt voor de handel als voor de scheepsbouw. Schepen die zowel in Hoorn, Edam, Zaanstreek als in Amsterdam werden gebouwd.
>Het is één van de bekendste en meest gefotografeerde bruggen van Amsterdam, De Magere Brug. De ophaalbrug van witgeschilderd hout loopt over de Amstel en verbindt de Kerkstraat met de Nieuwe Kerkstraat. Haar karakteristieke uiterlijk suggereert wellicht anders, maar de Magere Brug is nog niet zo oud. Het huidige stukje infrastructuur is in 1934 gebouwd en in 1969 gerestaureerd. Haar bijnaam dankt zij aan haar voorganger die in de zeventiende eeuw op dezelfde plek beide oevers met elkaar verbond.
>Jozef Israëls was één van de toonaangevende Nederlandse schilders uit de Haagse school. De Joodse schilder kreeg internationale bekendheid met zijn ingetogen figuurstukken van boeren en visserslieden. De twee bekendste schilderijen van Israëls zijn de ‘Joodse Bruiloft’ en ‘Kinderen der Zee’. Beide zijn te zien in het Rijksmuseum.
>Er zijn veel meer vrouwelijke kunstenaars in de Nederlandse kunstgeschiedenis te vinden dan tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw nog werd gedacht. Vele grootmeesters in de beeldende kunst van het vrouwelijke geslacht zijn overschaduwt door hun mannelijke tegenhangers. Hieronder een aantal succesvolle Noord-Hollandse kunstenaressen die uit deze schaduw tevoorschijn zijn gekomen en te bewonderen zijn in verscheidene Nederlandse en ook buitenlandse musea.
>Coffeeshops, de wallen, altijd fietsen en een plat accent: al deze zaken worden beschouwd als ‘typisch Amsterdams’. Of al deze kenmerken opgaan voor elke Amsterdammer valt echter te betwisten. Ook in de zeventiende eeuw bestonden er een aantal typische gebruiken, waarmee de Amsterdammer zich onderscheidde van buitenpoorters.
>De Kalverstraat, de Nieuwendijk, de Negen Straatjes, de P.C. Hooftstraat en nog veel meer: Amsterdam is een echte winkelstad waar voor elk wat wils te vinden is. Ook in de zeventiende eeuw was Amsterdam al een shopping walhalla. Het leven in Amsterdam draait en draaide om handel. Uit de omgeving brachten boeren dagelijks hun dagverse producten naar de binnenstad, evenals handelsschepen, afgeladen met koopwaar van over de hele wereld. Hoe ging het winkelen er aan toe in het zeventiende-eeuwse Amsterdam?
>Wie wel eens van het Rembrandtplein naar de Munttoren heeft gewandeld of andersom, zal bioscoop Tuschinski ongetwijfeld zijn opgevallen. De oosters aandoende gevel, versierd met geglazuurde tegels, keramische sculpturen en smeedijzeren decoraties leidt de bezoeker binnen in een flamboyant, weelderig en extravagant interieur. Achter het opvallende pand gaat een rijke geschiedenis schuil.
>Albertus Brondgeest (1786-1849) was een Nederlandse tekenaar, schilder, etser en kopiist die in zijn latere leven ook een succesvolle kunsthandelaar was. Hij verzamelde en bestudeerde veel kunst uit de zeventiende eeuw en haalde daar ook zijn inspiratie uit. De Amsterdamse kunstenaar kreeg veel waardering voor zijn tekeningen en schilderijen van vooral landschappen.
>Het was een mooie dag in Amsterdam-Noord, 17 juli 1943. In de katholieke Sint Ritakerk vindt een eucharistieviering plaats vanwege het 25 jarig bestaan van de kerk. Er zijn meer dan 700 mensen binnen als er een hard gegier boven de kerk klinkt, gevolgd door het geluid van gebroken glas. Daarna wordt het donker. De kerk is gehuld in een grote stofwolk. Er klinkt gekrijs en gekerm van gewonden.
>‘Waar komen de baby’s vandaan?’ Menig ouder zal deze vraag krijgen van zijn of haar kroost. In de loop der eeuwen hebben zich creatieve oplossingen aangediend als antwoord op deze vraag. Komen ze van de ooievaar, uit putten en onder stenen vandaan of uit een kool? Een van deze oplossingen was de kinderboom, die volgens de volksoverlevering te vinden was op de Volewijck in Amsterdam-Noord.
>