Het eerste Sinterklaasboek

"Zie ginds komt de stoomboot, uit Spanje weer aan. Hij brengt ons Sint Niklaas, ik zie hem reeds staan!" Al meer dan honderd jaar zingen we deze regels luidkeels mee wanneer Sinterklaas half november een pittoreske haven in Nederland komt binnenvaren. Het is één van de meest toonaangevende sinterklaasliedjes en werd geschreven door de Amsterdamse schrijver, onderwijzer en humorist, Jan Schenkman. Het aanvankelijke versje werd door Schenkman geïntroduceerd in het eerste Sinterklaasboek, gevuld met fraaie handgekleurde litho's en vrolijke anekdotes op rijm, uitgegeven in 1850 door Gerrit Theodoor Bom.

Een succesvol nieuw genre

Sinterklaas is wel al eerder op papier verschenen en in boekjes verschenen, maar in Jan Schenkmans prentenboek ‘Sint Niklaas en zijn knecht’ kreeg de goedheiligman de hoofdrol in een samenhangend en geïllustreerd verhaal. De negentiende-eeuwse kinderboekenschrijver en onderwijzer op een stadsarmenschool in de Jordaan, tekende voor het eerst in woord en beeld het volledige sinterklaasfeest stap voor stap op.

Het verhaal in het boek gaat over de komst van de goedheiligman, de wensen van de kinderen, de versieringen en het suikergoed. Over cadeaus voor arm en rijk, de zak en roe voor ‘stoute kindertjes’ en zoetigheid als beloning van goed gedrag. Wie de tekenaar was van de eerste druk, is niet bekend. Mogelijk was het Schenkman zelf. Hij maakte furore met zijn prentenboek; een nieuw genre was in het leven geroepen.

In ‘Sint Niklaas en zijn knecht’; van Jan Schenkman van 1850, vertrekt de goedheiligman in een luchtballon. Beeld: Wikimedia Commons

Met stoomboot en luchtballon

“Sint Niklaas vertrekt weer! Gebruik slechts uw oog, Daar stijgt hij op ’t paardje, Per luchtbal omhoog”, schreef Schenkman op de laatste pagina. Naast het bestaande rijden over de daken op zijn paard en het geven van cadeaus via de schoorsteen in de schoenen van kinderen, kwamen ook nieuwe elementen in het prentenboek voor. Zo kwam Sinterklaas voor het eerst met de stoomboot in Amsterdam aan en vertrok hij in een luchtballon.

In de achttiende eeuw werd de luchtballon uitgevonden en in de negentiende eeuw maakte de stoommachine zijn intrede. Door Sinterkaas op deze destijds moderne vervoersmiddelen te plaatsen, bevestigde Schenkman de status van de goedheiligman en zette hij gelijk een trend. Nog altijd kondigt het diepe geluid van de hoorn van de op stoom varende pakjesboot het sinterklaasfeest aan. Al gaat de beste Sint niet meer met een luchtballon terug naar Spanje.

In Schenkmans’ Sint Niklaas en zijn knecht, Sint Nikolaas op strooiavond. Beeld: Wikimedia Commons

Wie zoet is krijgt lekkers; wie stout was, een roe

Jan Schenkman heeft veel invloed gehad op het sinterklaasfeest. Naast de stoomboot waren er meerdere elementen uit zijn eigen tijd, die de schrijver in zijn boek verwerkte. De ‘knecht’ van Sinterklaas verscheen bijvoorbeeld al eerder in Duitsland en werd waarschijnlijk door Schenkman overgenomen.

Het belonen van brave kinderen, straffen van de stoute en andere pedagogische elementen, vinden grondslag in de opvoedingsidealen van de burgerij in de negentiende eeuw. De versregel “Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout was, een roe”, is een onmiskenbaar toonbeeld van de normen en waarden in die tijd. Schenkman breekt echter ook met een uiterst moralistische traditie in kinderboeken, door de focus op het feest en de gezelligheid te leggen en minder op strenge gedragsregels. Al was hij in het boek nog steeds behoorlijk moralistisch. Het sinterklaasfeest kon echt een kinderfeest worden en werd ook op scholen gevierd.

‘St. Nikolaas op den Schoorsteen’, in het eerste sinterklaasboek van Jan Schenkman (1850). Beeld: Wikimedia Commons

Sinterklaas ook voor kansarme kinderen

Sinterklaas bekommerde zich in Schenkmans ‘Sint Niklaas en zijn knecht’ ook om arme kinderen, iets waar in de negentiende eeuw steeds meer aandacht voor kwam. Weeshuizen bestonden al langer, maar verder werd er weinig naar de kansarmen omgekeken. Dat veranderde met de komst van allerlei Christelijke instellingen en (her)opvoedingstehuizen, waar arme kinderen volgens de normen en waarden van de negentiende eeuw werden opgevoed tot wat destijds gezien werd als ‘deugdelijk’ burger.

Schenkman laat zijn Sinterklaas ook de arme kinderen bezoeken en als de goedheiligman een rijk kind bezoekt krijgt deze twee cadeaus, boekjes. Uit het tweede boekje kan het king leren dat: “wat vreugd men geniet, zoo men van zijn’ rijkdom, ook d’armen iets biedt.”

Sinterklaas op school, in Schenkmans’ Sint Niklaas en zijn knecht. Beeld: Wikimedia Commons

Succes en invloed

Jeugdige vriendjes! Gaat vrolijk en blij, hier in dit boekje de prentjes beschouwen; Leest er de versjes al lagchende bij, (Immers dit kunt gij, zoo als wij vertrouwen.) Ziet hoe Sint Niklaas zijn leven soms waagt, om u genoegen en vreugde te geven. O, dat gij altijd zóó deugdzaam mogt leven, Dat hij zich nimmer die moeite beklaagt“, schrijft Jan Schenkman in het voorwoord van het Sinterklaasboek.

Tot 1907 werd zijn succesvolle prentenboek meerdere malen herdrukt. Het werk heeft aanzienlijk veel invloed gehad op de bestaande viering van het kinderfeest. En zeg nou zelf, zing jij niet ook nog steeds ‘Zie ginds komt de stoomboot’, gewoon hardop mee?

Jan Schenkman

Auteur: Liza Koppenrade

Bronnen:

Jan Schenkman en het eerste Sinterklaasboek

Jan Schenkman, St. Nikolaas en zijn knecht. G. Theod. Bom, Amsterdam z.j. [1850]

Schenkmans Sint Nicolaas

Publicatiedatum: 16/11/2015