Interview nieuwe directeur Stadsarchief Amsterdam

Bert de Vries (54) is nog maar één maand directeur van het Amsterdamse Stadsarchief, maar we vragen hem toch maar even of hij al gewend is aan het imposante gebouw, dat architect Karel de Bazel tussen 1919 en 1926 bouwde in opdracht van de Nederlandsche Handel Maatschappij.

Bert de Vries

Directeur van het Stadsarchief Amsterdam

Bert de VriesBert de Vries

Bert de Vries

“Jazeker. Toen ik in Zwolle bekend maakte dat ik naar het Stadsarchief zou gaan (De Vries was daar directeur van het Historisch Centrum Overijssel), merkte ik dat iedereen het gebouw kent. ‘Is dat niet dat mooie gebouw?’ We zitten hier nu bijna tien jaar. Als je er van buiten tegenaan kijkt, zie je een monumentaal, bijna Wagneriaans gebouw. Maar als je eenmaal binnen bent, valt het meteen op hoeveel licht er door het dak naar binnen valt. Dat maakt het ‘zware’ gebouw weer speels.” Tegelijkertijd denkt hij na hoe het archief bijvoorbeeld met fotografie ‘voor wat meer menselijke warmte’ kan zorgen, zonder het karakter van het gebouw aan te tasten.

De Bazel

Het gebouw waarin het Stadsarchief Amsterdam is gevestigd. Beeld: Franklin Heijnen

De BazelDe Bazel

De handschoentjes

Dat het misschien wat levendiger zou kunnen, daar mag hij graag over nadenken. “Een gebouw als dit heeft toch iets gewichtigs. Archivarissen doen daar graag aan mee: je moet voorzichtig met de papieren omspringen, je moet handschoentjes dragen en in de studiezaal moet het stil zijn. En ja, natuurlijk bewaar je schatten die van waarde zijn, maar je mag best een poging doen om het luchtig te maken. Je wilt namelijk ook verhalen vertellen.”

Als voorbeeld noemt hij het notariële archief, dat in 1578 begint en dat het Stadsarchief toegankelijker wil maken. “In dat archief zit het héle verhaal van Amsterdam: Rembrandt, slavernij, Joodse geschiedenis, noem maar op. Voor elke rechtshandeling moest je naar de notaris. Als je die verhalen uit de archiefstukken haalt, zoals Geert Mak altijd zo mooi doet, krijg je egodocumenten die geschiedenis persoonlijk maken. Vandaar dat we dat archief willen digitaliseren, zodat het toegankelijker wordt.” En ja, dát is nog een héle klus.

Notariele Archieven

Notariele Archieven in Stadsarchief Amsterdam. Beeld: Rene den Engelsman

Notariele ArchievenNotariele Archieven

Lage of hoge resolutie

Het Stadsarchief beschikt inmiddels over vijftig kilometer archief, waarvan nog niet eens één procent is gedigitaliseerd. “Digitaliseer je alles, of pak je het eenvoudiger aan?” Zo schetst voorlichter Frank Driessen het dilemma. “Als je documenten van het notarieel archief op de meest eenvoudige manier toegankelijk maakt, ben je in ieder geval al tien jaar verder.” Dat is de reden dat het Maria Austria Instituut, dat in hetzelfde gebouw is ondergebracht en voor wie het Stadsarchief de foto’s van Amsterdamse fotografen scant, er voor heeft gekozen om alleen de contactsheets te laten scannen. Dat levert plaatjes op in een lage resolutie, zodat je de foto’s in ieder geval kunt zien. Driessen: “Daarna kun je een foto altijd nog in een hogere resolutie bestellen. Dat geldt dus ook voor ons notarieel archief. Als je alles in detail zou doen, krijg je het nooit af.”

Bert de Vries knikt instemmend. “Ik denk overigens dat het de meeste mensen een worst zal zijn, of je nu met een lage of met een hoge resolutie scant, als het maar toegankelijk wordt.” Maar dat het hele archief uiteindelijk gedigitaliseerd gaat worden, ook al duurt het misschien nog vijftig jaar, daar twijfelt hij niet aan.

Notariele Archieven

Notariele Archieven in Stadsarchief Amsterdam. Beeld: Rene den Engelsman

Notariele ArchievenNotariele Archieven

Toegankelijk en doorzoekbaar

Het is echter niet de enige manier om een archief toegankelijk en doorzoekbaar te maken. In Zwolle was De Vries al betrokken bij een digitaal platform, waar historische verenigingen en professionals hun verhalen op kwijt kunnen. In Amsterdam gebeurt dat ook al met het project ‘Vele Handen’. De Vries: “Mensen met vrije tijd die dat leuk vinden, zijn nu bezig om bronnen toegankelijk te maken, zodat je de naam van je opa maar in hoeft te tikken of de informatie verschijnt op je beeldscherm. Dat scheelt een hoop werk, want anders moet je naar de studiezaal, indexen van registers opvragen, en vervolgens kun je de handgeschreven teksten bekijken.”

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de mogelijkheid om inventarisstukken en andere documenten tegen een bescheiden vergoeding door het Stadsarchief te laten scannen, die vervolgens naar je eigen pc worden gestuurd. Spaart weer een bezoekje aan de studiezaal uit, ofschoon dat volgens De Vries nou ook weer geen bezoeking is. “Zelfs als je niks vindt, is het nog geen verloren ochtend, want je hoeft maar een doos open te trekken en je vindt altijd wel mooie verhalen.”

Interieur Stadsarchief Amsterdam

Beeld: Bas Uterwijk

Interieur Stadsarchief AmsterdamInterieur Stadsarchief Amsterdam

Vijftigplussers en kinderen

Een betere toegankelijkheid is overigens maar één van de zaken waar hij aan wil werken. Als een rechtgeaarde directeur ziet hij het ook als zijn taak om het Stadsarchief voor meer mensen aantrekkelijk te maken. “Het Stadsarchief wordt vanouds bezocht door vijftigplussers die interesse in de geschiedenis hebben. Dat is een belangrijke doelgroep, maar daarnaast willen we de komende jaren wat meer op educatie inzetten. En dan denk ik vooral aan kinderen uit de groepen zeven en acht van de basisschool.”

“Kinderen vinden een archief fantastisch”, weet De Vries, “Als ze hier verhalen horen, kunnen ze thuis hun opa of oma vragen of die dat ook heeft meegemaakt. Dan grijpt het in elkaar als zwaluwstaartjes en gaat het voor hen leven. Als opa gaat vertellen denkt het kind: het is waar, want opa heeft het óók meegemaakt.” En dan mogen de kinderen ook nog even een kijkje nemen in de werkkamer van de directeur, waar de kogelgaten in de klok nog zijn te zien, omdat de gebruikers van het gebouw er in 1944 naar de zin van de Duitse bezetter niet snel genoeg uit wilden.

In dat kader noemt voorlichter Driessen ook nog even het project ‘Oorlog in mijn buurt’, waarbij kinderen van Amsterdamse scholen verhalen krijgen te horen van mensen die de oorlog nog hebben meegemaakt. Vervolgens worden de kinderen op een podium gehesen en tot ‘ambassadeurs van de historie’ benoemd. “Want de verhalenvertellers zijn er straks niet meer,” zo legt de nieuwe directeur uit, “en dan kunnen zij de verhalen doorvertellen.”

Bert de Vries

Directeur van het Stadsarchief Amsterdam

Bert de VriesBert de Vries

Schatkamer

Het Stadsarchief is niet alleen toegankelijk voor mensen die in de archieven willen neuzen. Er is ook een gratis toegankelijke tentoonstelling in de kelder, waar zich vroeger de kluizen bevonden van de bank die vóór het Stadsarchief in gebouw De Bazel huisde. In deze ‘Schatkamer’ zijn een aantal topstukken te zien, zoals de banvloek van Spinoza en het bewijs van aangifte toen de fiets van Anne Frank werd gestolen. Ook aan Johnny Jordaan wordt aandacht besteed. In de aanpalende filmzaal worden de Decennium Films vertoond, over het dagelijks leven in Amsterdam tussen 1900 en 2000.Auteur: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 02/12/2015