In de achttiende eeuw was Teylers Museum niet op alle werkdagen geopend. Het museum was alleen op dinsdag open, van 10 tot 13 uur. Dat wil zeggen: voor inwoners van Haarlem. Vreemdelingen, waarmee iedereen bedoeld werd die niet in Haarlem woonde, konden zich iedere dag, behalve op zondag, tussen 12 en 13 uur melden bij de kastelein (de beheerder van de kunstverzamelingen en de gastheer van het museum). In het begin werden bezoekers alleen toegelaten als ze schriftelijke toestemming hadden van de bestuurders van Teylers Stichting of museumdirecteur Martinus van Marum. In 1805 besloten directeuren de handgeschreven toestemming te vervangen door een gedrukt toegangsbiljet. Deze biljetten zijn de oudst bekende museumkaartjes van Nederland.
>
3 min