Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie
NL | EN

Musea

Onze provincie kent een hoop bekende en minder bekende musea, die we op Oneindig Noord-Holland graag in het zonnetje zetten.

Verhalen

Eduard Douwes Dekker alias Multatuli

Op 2 maart 1820 werd in de Korsjespoortsteeg in Amsterdam Eduard Douwes Dekker geboren. Hij ontwikkelde zich tot een intelligent kind dat de Latijnse school bezocht en al vroeg kritische vragen kon en durfde te stellen. Een reis naar Nederlands-Indië in 1838 zou het leven van de jonge Douwes Dekker voor altijd veranderen.

>

Het Huis van Hilde

In 1995 werd het skelet opgegraven van een vrouw die in de vierde eeuw geleefd heeft. Op basis van het skelet wist men een gezichtsreconstructie te maken. Zo kreeg de archeologie letterlijk een gezicht: Hilde van Castricum. Om deze en vele andere archeologische vondsten te conserveren en te laten zien aan het publiek is een nieuw archeologisch depot ingericht. Het werd vernoemd naar deze vrouw: het Huis van Hilde.

>

Het Singer Museum te Laren

In Parijs had het echtpaar voor het eerst van Laren gehoord en toen 'moesten ze er wel heen'. Zoals zovele artistiekelingen begin twintigste eeuw was het echtpaar Singer na aankomst getroffen door de natuur en de sfeer in het onbedorven Laren en vestigden zij zich hier voor lange tijd. De steenrijke miljonairs bouwden hier een uitgebreide kunstcollectie op die Anna na de dood van haar man William in 1943 onderbracht in een stichting. In de jaren 50 groeide dit uit in het uitgebreide kunst- en cultuur centrum dat het Singer Laren dezer dagen is.

>

Wieringer Eilandmuseum Jan Lont

Aan de Stroeërweg in Stroe staat de museumboerderij Jan Lont. Het museum is te danken aan de laatste bewoner die er het boerenbedrijf uitoefende, Jan Lont. Hij legde een verzameling voorwerpen aan die te maken hebben met leven en werken van de Wieringers.

>

Keizerlijk bezoek aan Teylers Museum

Veel belangrijke vorsten, geleerden, kunstenaars, wetenschappers en politici hebben Teylers Museum in de afgelopen eeuwen bezocht. Zo'n bijzonder bezoek vereist altijd de nodige voorbereiding. Dat is nu zo en dat zal in het verleden niet anders zijn geweest. Het precieze programma is een puzzel, waarvan de verschillende stukken soepel in elkaar moeten passen. Wie is aanwezig en waar? Wie voert het woord? Wat wordt getoond? Dit alles dient plaats te vinden binnen een beperkt tijdsbestek. Eind juni 1814 ontving het museum wel zeer hoog bezoek: tsaar Alexander van Rusland, vergezeld door (de toen nog 'Soeverein Vorst' geheten) Willem I en zijn beide zonen.

>

Scheepvaartmuseum: koninklijke scheepsmodellen

In de collectie van het Scheepvaartmuseum bevindt zich een aantal modellen van koninklijke schepen, zoals de Gouden Draeck en de Koningssloep. In 1818 kreeg koning Willem I een statige sloep cadeau van de Marinewerf te Rotterdam. Als ‘maritieme natie’ bij uitstek lag het voor de hand dat de kersverse koning eveneens over een representatief vervoersmiddel te water zou beschikken. Het duurde bijna 23 jaar voordat de Koningssloep officieel in gebruik werd genomen. De Koningssloep is 24 keer gebruikt sinds de bouw. Het schip is altijd exclusief gebruikt voor feestelijke gebeurtenissen in gezelschap van het Koninklijk Huis. 

>

Het Trippenhuis: krap behuisde voorloper van het Rijksmuseum

Het ontstaan van de ‘nationale schatkamer van Nederland’, het Rijksmuseum, is voor een groot deel te danken aan de broer van keizer Napoleon, koning Lodewijk Napoleon. De voorloper van dit museum, De Nationale Kunst-Galerij, opende ten tijde van de Bataafse Republiek haar deuren in het door de patriotten geconfisqueerde Huis ten Bosch. Lodewijk Napoleon breidde deze collectie flink uit en verhuisde het inmiddels tot "Koninklijk Museum" omgedoopte instituut naar Amsterdam. De collectie werd in twee kamers van het Koninklijk Paleis op de Dam aan het publiek getoond. Na de machtswisseling bracht Koning Willem I dit museum onder in het statige Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal, tezamen met de Koninklijke Academie. Aan de krappe en rommelige behuizing van het museum kwam pas een einde bij de opening van het nieuwe Rijksmuseumgebouw in 1885, destijds aan de rand van de stad. 

>

Frans Hals Museum in voormalig Oudemannenhuis

Het gebouw waarin het Frans Hals Museum is gevestigd heeft al een lange geschiedenis. Het werd gebouwd als Oudemannenhuis, een tehuis waar mannen van boven de 60 hun laatste dagen konden slijten.

>

Museum de Speeltoren: geschiedenis van Waterland en Monnickendam

De geschiedenis van de Speeltoren is met raadselen omgeven. Het stadje Monnickendam werd rond 1500 twee keer door een fikse stadsbrand getroffen waardoor archieven en documenten uit die tijd zijn verdwenen. De toren werd begin 16e eeuw naar alle waarschijnlijkheid gebouwd op de restanten van een door brand verwoeste kerk. Het carillon van de Speeltoren heeft een opmerkelijke reputatie: het is het valste klokkenspel van Nederland! De vijftien klokken dateren uit 1595 en zijn nooit vervangen of aangepast om zuiverder te klinken. Werd er vroeger nog gelachen om de valse Speeltoren, nu heeft Monnickendam een uniek geluid waar men trots op is.

>

Kerst in museum Singer Laren

De foyer van Singer Laren is elk jaar in de tweede helft van december helemaal in kerstsferen gehuld. Met boom en lichtjes en veel kleur, rond de majestueuze schouw. Honderd jaar geleden was de foyer de woonkamer van Anna en William Singer. Maar hoe zag hun kerst er eigenlijk uit? Met een diner, een kerstboom en Santa Claus, misschien?

>

De mammoet van Langedijk

Oudkarspel, Noord-Scharwoude, Zuid-Scharwoude, Broek op Langedijk en Sint Pancras vormen samen de gemeente Langedijk. Verscholen tussen de huizen en de bebouwing van Langedijk liggen een aantal kleine musea en bezienswaardigheden te wachten om ontdekt te worden.

>

Proef! Eten en drinken in het Teylers Museum

Ieder jaar wordt op 25 maart, de geboortedag van Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778), een bijzondere avond georganiseerd in Teylers Museum. Net als in de tijd van Pieter Teyler mag dan een select gezelschap genodigden genieten van een speciaal voor hen samengestelde kunstbeschouwing. Aan de hand van een specifiek thema worden de mooiste tekeningen uit de collectie van Teylers Museum getoond. In 2011 was het thema ‘eten en drinken’.

>

Villa Kranenburgh te Bergen

Kranenburgh is een typische notabelenvilla uit de late negentiende eeuw. Het herenhuis, dat iets buiten de dorpskern van Bergen ligt, is in 1882 gebouwd voor Jacob van Reenen en zijn ondernemende echtgenote Marie van Reenen-Völter (stichtster van de badplaats Bergen aan Zee). Jacobs vader, stammend uit een oud-Amsterdams patriciërsgeslacht, had het voor zijn oudste zoon laten bouwen op een deel van zijn uitgestrekte landgoed. De architect, wiens naam niet bekend is, ontwierp een klassiek ogend, rechthoekig bouwvolume van baksteen met gepleisterde pilasters en hoekblokken. Het huis ligt met de achterkant naar de straatzijde gekeerd.

>

Czaar Peterhuisje in Zaandam

‘Waar is nou dat oude scheefgezakte houten huisje? Ik zie niks.’ Menig kind op schoolreisje naar Zaandam (eerst per boot en later met de bus) zal ter plekke deze vraag aan meester of juf hebben gesteld. En inderdaad, op het eerste gezicht is het zeventiende-eeuwse Czaar Peterhuisje niet te zien. Het kleine werkmanshuisje - het oudste in zijn soort in Nederland – is in 1895 stevig verpakt in een stenen omhulsel, naar een ontwerp van het Amsterdamse architectenbureau Salm. Hun schepping is inmiddels ook tot monument verklaard, net zoals het naar tsaar Peter de Grote vernoemde huisje dat zich in haar binnenste bevindt.

>

Industrie uit vervlogen tijden bij ’t Kromhout

Waar in de negentiende eeuw hard gewerkt werd aan grote schepen, is sinds een aantal jaren een bijzondere locatie in Amsterdam gerealiseerd. De Museumwerf ’t Kromhout vertelt het verhaal van de geschiedenis van de werf en de invloed van de scheepsbouw op de stad.

>

Van zeemagazijn tot Scheepvaartmuseum

In de Gouden Eeuw was de handelsvloot van de Republiek der Nederlanden groter dan die van Engeland en Frankrijk bij elkaar. De voorlopers van de Koninklijke Marine moesten deze vloot beschermen tegen buitenlandse oorlogsschepen en kapers. De grootste en machtigste was die van Amsterdam.

>

Bakkerijmuseum ‘In de Gecroonde Duyvekater’

Het bakkerijmuseum aan het Zeilenmakerspad is gevestigd in een 17e-eeuws pand. Het stamt uit 1658, was aanvankelijk een woonhuis maar werd in 1758 verbouwd tot bakkerij. Bijna twee eeuwen, tot 1956, zijn de ovens in gebruik geweest.

>

Het museumwinkeltje van grootgrutter Albert Heijn

Hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, ook Albert Heijn, de grootste kruidenier van Nederland, is ooit heel klein begonnen. In 1887 werd in  het dorp Oostzaan, onder de rook van Amsterdam, de basis gelegd voor het latere kruideniersimperium.

>

Het Museum van het Nederlandse Uurwerk

Het pand waarin het Museum van het Nederlandse Uurwerk is gevestigd, is het laatste huis dat naar de Zaanse Schans werd overgebracht. Het voormalige wevershuis - een bedrijfspand met woning - werd gebouwd in de tweede helft van de 17e eeuw.

>