Stoomgemaal Halfweg: van gemaal tot museum

Ze staan nog her en der verspreid door het Kennemerland: de stoomgemalen. Ooit speelden ze een vitale rol bij het droog houden van hun achterland, nu zijn het monumenten die de sfeer van de negentiende eeuw ademen.

Toch hebben verschillende stoomgemalen nog tot diep in de twintigste eeuw gefunctioneerd. Het Stoomgemaal Halfweg is pas in 1977 buiten gebruik gesteld, maar dankzij de inspanningen van de Stichting Vrienden Stoomgemaal Halfweg kon het behouden blijven. Tegenwoordig dient het vooral als museum.

Rijnlands uitwatering

Het stoomgemaal te Halfweg was één van de vier grote gemalen waarmee het Hoogheemraadschap Rijnland het overtollige water naar buiten pompte. De andere drie stonden in Gouda, Katwijk en Spaarndam. Dit hoogheemraadschap beslaat een zeer groot gebied. De noordgrens is de Spaarndammerdijk, de zuidgrens loopt van Gouda naar Den Haag. De bouw van de stoomgemalen in Spaarndam en Halfweg werd noodzakelijk door het besluit in 1837 het Haarlemmermeer leeg te pompen. In 1852 viel het droog. De boezem van het Hoogheemraadschap was hierdoor met 80% gekrompen. Deze boezem werd gevormd door een stelsel van vaarten, kanalen, oude rivierlopen en meren. De polders pompten hun wateroverschot op naar de boezem. Bij een gunstige stand van het buitenwater ging het water met spuisluizen naar buiten, naar een kanaal of rivier die op zee uitkwam.

Het Stoomgemaal te Spaarndam.

Het Stoomgemaal te Spaarndam.

Een nieuwe waterhuishouding

Door de enorme reductie van de oppervlakte van Rijnlands boezem kon er veel minder water dan voorheen opgeslagen worden voordat het geloosd werd. Voorafgaand aan de bouw van de stoomgemalen in Spaarndam en Halfweg loosde Rijnland zijn water met spuisluizen op het IJ, mits het water laag genoeg stond. Maar nu de boezem zo klein was, was het niet langer verantwoord te moeten wachten op laag water. Een nieuwe waterhuishouding was noodzakelijk. Het moest mogelijk zijn ook bij een hogere stand van het buitenwater te kunnen lozen, en dat betekende pompen. Aangezien de drooglegging van het Haarlemmermeer een staatsaangelegenheid was, hielp de Staat der Nederlanden het Hoogheemraadschap daarom bij het opvangen van de gevolgen. De noodzaak van een stoomgemaal in Spaarndam werd snel ingezien. Dit gemaal werd in 1845 in gebruik gesteld. Het kostte echter meer moeite de minister van Binnenlandse Zaken ervan te overtuigen dat er ook in Halfweg eenzelfde voorziening nodig was. Uiteindelijk ging deze overstag en stelde de middelen beschikbaar, het Stoomgemaal Halfweg werd tussen 1851 en 1853 gebouwd.

De bouw van het Stoomgemaal Halfweg

Het stoomgemaal te Halfweg werd gebouwd naar een ontwerp van de ingenieurs P. Kock en J.A. Beijerinck. Het werk werd uitbesteed aan de Amsterdamse firma Van Vlissingen & Dudok van Heel. Die zat zo dringend om werk verlegen dat ze een uiterst schappelijke prijs berekende. De bouw van de 100 pk sterke stoommachine, de schepraderen en gebouwen verliep zonder veel tegenslagen. In 1853 werd het geheel in werking gesteld. In het lange leven van het stoomgemaal vonden natuurlijk regelmatig grote reparaties plaats. De stoomketels moesten gemiddeld eens in de veertig jaar vervangen worden en in 1923 kwam er een nieuwe stoommachine van Stork in Hengelo.

Stoomgemaal Halfweg, Machinekamer, 2012.

Stoomgemaal Halfweg, Machinekamer, 2012.

Rijksmonument

Toen duidelijk werd dat het stoomgemaal in 1977 buiten gebruik gesteld zou worden, rees de vraag wat te doen met dit monumentale gebouw. Op 23 mei 1978 werd de Stichting Vrienden Stoomgemaal Halfweg opgericht, die zich met succes inzette voor het behoud van het gemaal. Op 10 juni 1987 werd het Stoomgemaal Halfweg in het bijzijn van Prins Claus officieel geopend. Restauratie was echter hard nodig, deze vond plaats in 1991 en 1992. Na de voltooiing kon de gereviseerde stoommachine van Stork weer in werking gesteld worden.

Auteur: Anna van der Molen.

Publicatiedatum: 16/06/2011