Een bezoek aan Teylers Museum

In de achttiende eeuw was Teylers Museum niet op alle werkdagen geopend. Het museum was alleen op dinsdag open, van 10 tot 13 uur. Dat wil zeggen: voor inwoners van Haarlem. Vreemdelingen, waarmee iedereen bedoeld werd die niet in Haarlem woonde, konden zich iedere dag, behalve op zondag, tussen 12 en 13 uur melden bij de kastelein (de beheerder van de kunstverzamelingen en de gastheer van het museum).   In het begin werden bezoekers alleen toegelaten als ze schriftelijke toestemming hadden van de bestuurders van Teylers Stichting of museumdirecteur Martinus van Marum. In 1805 besloten directeuren de handgeschreven toestemming te vervangen door een gedrukt toegangsbiljet. Deze biljetten zijn de oudst bekende museumkaartjes van Nederland.

Het oudste museumkaartje van Nederland, 1805.

Beeld: collectie Teylers Museum.

Het oudste museumkaartje van Nederland, 1805.Het oudste museumkaartje van Nederland, 1805.

“Last, moeilijkheid en onvrijheid”

Teylers Museum had lange tijd geen eigen ingang. Bezoekers kwamen binnen via het Fundatiehuis aan de Damstraat. Dat was het voormalige woonhuis van Pieter Teyler en de zetel van Teylers Stichting, maar ook het woonhuis van de kastelein. De eerste kastelein, Vincent Jansz. van der Vinne (1736-1811), klaagde geregeld bij directeuren over de “last, moeilijkheid en onvrijheid” die de bezoekers hem bezorgden.

Later ving een daarvoor aangestelde knecht de bezoekers op. Aan de hand van een kopie van het toegangsbewijs controleerde die eerst of de bezoeker recht had op toegang. Als dat zo was, begeleidde hij hem door een lange marmeren gang naar de Ovale Zaal. Pas met de opening van de Spaarnevleugel in 1885 kreeg het museum een eigen ingang.

Christus aan het kruis. Meester van Terwaan, 1455-1456.

Miniatuur uit het Pontificaal van Terwaan, 1455-56. Dekverf goudgehoogd, 302 x 199 mm. Eén van de “manuscripten (…) getekend door monniken” die Nina d’Aubigny bij haar bezoek aan het museum in 1790 te zien kreeg. Beeld: collectie Teylers Museum.

Christus aan het kruis. Meester van Terwaan, 1455-1456.Christus aan het kruis. Meester van Terwaan, 1455-1456.

Door achtttiende-eeuwse ogen

Op 17 augustus 1790 logeerde de twintigjarige Nina d’Aubigny uit Kassel bij haar oom en tante in Haarlem. Op het programma stond een bezoek aan het pas geopende Teylers Museum. Een aantekening in haar dagboek biedt de unieke kans over haar achttiende-eeuwse schouder mee te kijken:

“De elektrische machines  zijn superieur aan alle andere in Europa. We klommen naar de top van de toren om het uitzicht te zien, maar het weer was niet helder. De manuscripten zijn prachtig geschreven en getekend door monniken die geloofden dat ze hun zonden daarmee konden afkopen. Het instituut als geheel is niet minder dan compleet te noemen, maar het gebouw, dat van buiten heel weinig belooft, is van binnen schitterend. De grote elektrische machine heeft zoveel kracht, dat een paling met één enkele schok wordt gedood.”

De opwekking van Lazarus. Jean Poyer, 1485-90.

Miniatuur uit het Getijdenboek Horae Romanae, 1485-90. Dekverf goudgehoogd, 209 x 142 mm. Teylers Museum kocht deze middeleeuwse manuscripten op de veiling van de beroemde collectie van Pietro Antonio Crevenna, tabakshandelaar in Amsterdam en een vermoed bibliofiel. Beeld: collectie Teylers Museum.

De opwekking van Lazarus. Jean Poyer, 1485-90.De opwekking van Lazarus. Jean Poyer, 1485-90.

Belangrijke gasten

Vele voorname en befaamde bezoekers zouden volgen, onder wie koning Lodewijk Napoleon (1807), keizer Napoleon (1811), tsaar Alexander I (1814), de ontdekkingsreizigers George Foster en Alexander von Humboldt (gezamenlijk bezoek in 1789) en de beroemde Franse wetenschapper Georges Cuvier (1811).

In onze ogen werd de deur van Teylers Museum absoluut niet platgelopen. Toch was het museum duidelijk een bezienswaardigheid. Vanaf 1789 werd bezoekers gevraagd hun handtekening in het bezoekersboek te zetten. De bezoekersboeken bevatten een schat aan informatie over de bezoekers van Teylers Museum.

Het eerste bezoekersboek van Teylers Museum, 1789.

De bezoekersboeken van Teylers Museum werden gebonden in rood marokijnleren banden en met goud bestempeld. Beeld: collectie Teylers Museum.

Het eerste bezoekersboek van Teylers Museum, 1789.Het eerste bezoekersboek van Teylers Museum, 1789.

Bezoekersaantallen

In 1790 tekenden 204 mensen het bezoekersboek. In de twee volgende decennia schommelde het aantal handtekeningen tussen de 200 en 300 per jaar. Het aantal handtekeningen in het bezoekersboek nam langzaam toe tot 486 in 1816.

Ter vergelijking: het Naturaliënkabinet van de Hollandsche Maatschappij, sinds 1777 ook onder bewind van museumdirecteur Martinus van Marum, trok in de periode 1789-1797 tussen de 60 en 90 bezoekers per jaar. Vanaf de laatste jaren van de achttiende eeuw groeiden de bezoekerscijfers van beide Haarlemse instellingen meer naar elkaar toe.

Publicatiedatum: 20/06/2011