Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778)

Pieter Teyler werd op 25 maart 1702 in Haarlem geboren. Zijn ouders waren Isaac Teyler en Maria van der Hulst. In de traditie van zijn doopgezinde, Schotse familie trok Pieter Teyler zich het lot van armen en wezen aan. Hij gaf niet alleen geld maar zette zich ook op bestuurlijk terrein voor hen in. En dan niet alleen voor zijn geloofsgenoten maar ook voor andersdenkenden. Zo zorgde hij ervoor dat een niet meer functionerend hofje weer tot leven kwam. In zijn kerk aan de Peuselaarsteeg was Teyler een actief gemeentelid en hij droeg bij aan de nieuwe kerkingang aan de Grote Houtstraat.

Wapen van Pieter Teyler.

Handtekening en wapen van Pieter Teyler. Beeld: collectie Teylers Museum.

Wapen van Pieter Teyler.Wapen van Pieter Teyler.

Brede belangstelling

Pieter Teyler had een brede, historische belangstelling. Dat is te zien aan de inhoud van zijn bibliotheek, zijn tekeningen en prenten en zijn numismatische collectie. Maar Teyler sloot zich niet aan bij het rijke genootschapsleven van zijn stad, dat trouwens pas na zijn dood echt ging bloeien. Wel werd hij beïnvloed door het Natuurkundig College (vanaf circa 1730) en de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (1752). Van deze instellingen waren zijn stads- en geloofsgenoten met natuurkundige belangstelling lid. Samen met anderen nam hij het initiatief tot de oprichting van de Teekenacademie (1772). Door grote sommen geld uit te lenen maakte hij bovendien andere initiatieven mogelijk, zoals een nieuwe huisvesting voor de Hollandsche Maatschappij (1777) en de oprichting van een Muziekcollege (1773).

Omslag

Zeker na de dood van zijn vrouw Helena Verschaave, in 1754, leidde Teyler zelf een teruggetrokken leven in zijn grote huis aan de Damstraat, tot aan zijn dood in 1778. Hij zette in eerste instantie het bedrijf in zijdefabricage en -handel voort, waarmee zijn voorouders Taylor sinds hun komst naar de Nederlanden in 1583 altijd kapitalen hadden verdiend. Maar ongeveer in dezelfde tijd dat zijn vrouw overleed, zag hij in dat deze handel op sterven na dood was. In minder dan tien jaar bouwde hij zijn bedrijf af, sloot de fabriek en verkocht de voorraden. Vanaf die tijd zou de geldhandel zijn belangrijkste bron van inkomsten zijn.

Portret van Pieter Teyler van der Hulst, 1787, door Wybrand Hendriks.

Olieverf op doek naar een verloren gegaan schilderij door Frans Decker. Pieter Teyler is afgebeeld als financier (met zijn ‘Interest Boek’ waarin uitstaande leningen en rentepercentages werden bijgehouden) en verzamelaar (de kast met kunstalbums op de achtergrond). Het portret hangt in de Kleine Herenkamer in het Fundatiehuis.

Portret van Pieter Teyler van der Hulst, 1787, door Wybrand Hendriks.Portret van Pieter Teyler van der Hulst, 1787, door Wybrand Hendriks.

Tinnen inktstel van Pieter Teyler.

Dit inktstel is afgebeeld op Wybrand Hendriks’ portret van Pieter Teyler. Beeld: collectie Teylers Museum.

Tinnen inktstel van Pieter Teyler.Tinnen inktstel van Pieter Teyler.

Portretten

IJdelheid was de doopsgezinden vreemd. Des te opvallender is het dat er van Teyler twee portretten zijn, bewaard in het Teylers Museum. Teyler poseerde omstreeks 1750 als koopman en verzamelaar voor de Haarlemse schilder Frans Decker: met het interestboek (renteboek) in zijn handen en de tekeningencatalogus op tafel. Circa tien jaar later beeldde Deckers leerling, Taco Jelgersma, hem alleen nog maar af als verzamelaar. Beide keren heeft hij een stemmig, tijdloos, zwart lakens pak aan.

Portret van Pieter Teyler, pastel door Taco Jelgersma.

Beeld: collectie Teylers Museum.

Portret van Pieter Teyler, pastel door Taco Jelgersma.Portret van Pieter Teyler, pastel door Taco Jelgersma.

Publicatiedatum: 08/06/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.