Vincent van Gogh en de Amsterdamse musea

Vincent van Gogh (1853-1890) bracht in totaal ongeveer 400 dagen door in Amsterdam. Het merendeel van die periode besteedde hij aan zijn studie: van mei 1877 tot juli 1878 woonde de toen 24-jarige Vincent in Amsterdam om zich voor te bereiden op het toelatingsexamen voor de opleiding theologie, hij wilde namelijk dominee worden. Maar Vincent van Gogh hield van kunst en naast zijn drukke studieschema vond hij genoeg tijd om de Amsterdamse musea te bezoeken. Ook al eerder, in de tijd dat hij bij kunsthandel Goupil werkte (1869-1876) en na 1880, toen hij zich volledig had toegelegd op het kunstenaarschap bezocht hij nog af en toe de beroemde collecties in de hoofdstad.

Het Rijksmuseum. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Het Rijksmuseum. Beeld: Stadsarchief AmsterdamHet Rijksmuseum. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Trippenhuis

In 1873 beginnen Vincent en zijn jongere broer Theo elkaar regelmatig brieven te schrijven. Dit houden zij hun hele leven vol en deze correspondentie vormt nu de belangrijkste bron over het leven van de beroemde kunstenaar. Al in één van de eerste brieven schrijft Vincent over een bezoek aan Amsterdam. Hij heeft de Rijkscollectie Oude Meesters gezien in het Trippenhuis, een monumentaal, zeventiende-eeuws grachtenpand aan de Kloveniersburgwal, gebouwd voor de gebroeders Trip, twee rijke wapenhandelaren. ‘Weet je dat men te Amsterdam een groot nieuw gebouw zal maken in plaats van het Trippenhuis’, schrijft hij, ‘dat vind ik best, het Trippenhuis is te klein & vele schilderijen hangen zóó dat men ze niet goed zien kan.’ Dit nieuwe gebouw zou uiteindelijk het huidige Rijksmuseum worden, ontworpen door Pierre Cuypers. Tot 1885 moest men naar het Trippenhuis waar de muren inderdaad volledig bedekt werden door schilderijen.

Het interieur van Het Trippenhuis in Amsterdam. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Het interieur van Het Trippenhuis in Amsterdam. Beeld: Stadsarchief AmsterdamHet interieur van Het Trippenhuis in Amsterdam. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Ondanks de slechte huisvesting en de onoverzichtelijke opstelling genoot Vincent van de collectie. ‘Die verzameling op het Trippenhuis is prachtig’ schrijft hij aan Theo en wat later: ‘Je moet maar dikwijls naar ’t museum gaan, het is goed dat je ook de oude schilders kent.’ Rembrandt was Van Goghs absolute favoriet. De Staalmeesters en De Nachtwacht waren in het Trippenhuis te vinden, evenals een grote collectie etsen. Van Gogh was zo geïnteresseerd in Rembrandt dat hij op een dag een wandeling maakte om diens oude woonhuis te zien: ‘Het huis in de Breestraat waar Rembrandt gewoond heeft heb ik nog gevonden.’ Pas in 1911 zou hier het museum Het Rembrandthuis geopend worden; in Vincents tijd was het nog in gebruik als woonhuis waarin meerdere families woonden.

Interieur van Het Trippenhuis in Amsterdam. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Interieur van Het Trippenhuis in Amsterdam. Beeld: Stadsarchief AmsterdamInterieur van Het Trippenhuis in Amsterdam. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Museum van der Hoop

Werken van Rembrandt vond Van Gogh ook in een ander Amsterdams museum: Museum Van der Hoop. De kunstverzameling van de bankier Adriaan van der Hoop was na zijn overlijden in 1854 overgedragen aan de Gemeente Amsterdam en werd tentoongesteld in het Oudemanhuispoortcomplex tussen de Oudezijds Achterburgwal en de Kloveniersburgwal. Hier was onder andere Het Joodse Bruidje te bewonderen, een werk waarover Van Gogh later schreef: ‘wat een intiem, wat een oneindig sympathiek schilderij’. Toch bezocht hij deze collectie minder vaak omdat hier entree betaald moest worden, dit in tegenstelling tot het Trippenhuis dat gratis was. Maar een buitenlandse vriend adviseerde hij met klem: ‘mij dunkt hij moet Holland niet uitgaan zonder het Trippenhuis en van der Hoop te hebben gezien’.

Interieur van het Rijksmuseum. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Interieur van het Rijksmuseum. Beeld: Stadsarchief AmsterdamInterieur van het Rijksmuseum. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Rijksmuseum

Ook het laatste bezoek van Vincent van Gogh aan Amsterdam in oktober 1885 stond in het teken van kunst. Hij woonde inmiddels weer in zijn geboortestreek Brabant en had een aantal maanden eerder De Aardappeleters geschilderd. Samen met een vriend uit Eindhoven wilde hij het net geopende Rijksmuseum aan de Stadhouderskade bezoeken waar zowel de collectie uit het Trippenhuis als de collectie Van der Hoop waren ondergebracht. Uren zat hij mijmerend voor het Joodse Bruidje en sprak tegen zijn vriend: ‘wil je wel geloven dat ik 10 jaar van mijn leven wilde geven als ik hier voor dit schilderij veertien dagen kon blijven zitten met een korst droog brood als voedsel.’ Dit zou de laatste keer zijn dat hij zijn geliefde Rembrandts zag. In november verliet hij Nederland voorgoed en vertrok via Antwerpen naar Parijs.

Lezersactie: bezoek Van Gogh in het Stadsarchief

Wil je meer te weten komen over de 400 dagen die Vincent van Gogh in Amsterdam doorbracht? Samen met het Stadsarchief Amsterdam biedt Oneindig Noord-Holland twee unieke gratis rondleidingen door de tentoonstelling Vincent van Gogh, 400 dagen in Amsterdam (exclusief entree: €6,- of gratis toegang met Museumkaart, stadspas of Rembrandtkaart).

De rondleidingen zullen plaatsvinden op dinsdag 1 en donderdag 3 maart om 14:00 uur.

Aanmelden hiervoor kan tot en met donderdag 25 februari via redactie@onh.nl onder vermelding van ‘Rondleiding Van Gogh’.

Auteur: Alinde Bierhuizen, Stadsarchief Amsterdam.

Publicatiedatum: 11/02/2016

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.