Gloeiend staal spettert en knettert bij Hoogovens

Staalfabrikant Tata Steel (Hoogovens) is niet zo maar te bezoeken. Te heet, te gevaarlijk. Maar wie iets over het maken van staal wil weten, kan zijn hart ophalen in het Hoogovensmuseum in IJmuiden.

Rondleiding

Met de pont steken we het Noordzeekanaal over. Meeuwen krijsen, schoorstenen blazen witte wolken van condens de lucht in. Als we naar de ingang van het Hoogovensmuseum wandelen, hebben we niet meteen in de gaten dat de tuin vol staat met werktuigen, die vroeger door het bedrijf zijn gebruikt. De roestkleurige ‘pannen’ hadden ook kunstwerken kunnen zijn. Maar het zijn dus gigantische gevaartes, die ooit werden gebruikt om ijzer, staal en slakken in te vervoeren. “De pannen die nu worden gebruikt, zijn wèl een stuk groter,” vertelt Rob Meijer, medeoprichter van het museum.

Rob Meijer, die 36 jaar als technicus bij Hoogovens werkte, denkt dat je in het museum een goede indruk kunt krijgen van het productieproces. Eigenlijk heet het bedrijf, dat in 1918 werd opgericht, al sinds 2007 Tata Steel, maar de oud-medewerkers hebben het nog steeds over Hoogovens. “We laten via filmbeelden zien hoe staal wordt gemaakt en hoe er dunne platen van worden gewalst, die opgerold en wel naar de klanten gaan. Verder kun je hier stukken erts en steenkool in je handen houden.”

Zicht op de hoogovens. Foto: Arnoud van Soest

Zuurstof

Staal wordt uit ijzererts gewonnen. Van het erts worden knikkers of brokken gemaakt, die de 80 à 90 meter hoge ovens in gaan, ovens die met cokes worden gestookt tot een temperatuur van maar liefst 2000 graden. Het ijzererts komt er als vloeibaar ijzer uit. Om er vervolgens staal van te maken, moet de koolstof er met behulp van zuurstof uit worden gehaald.

Staal wordt voor van alles en nog wat gebruikt: voor wasmachines en koelkasten en voor verpakkingsmateriaal, zoals trommels en blikken. Maar het wordt vooral gebruikt om auto’s stevig te maken. Zo staat er op de tentoonstelling een auto, waarin met verschillende kleuren is aangegeven welke soorten staal er in zijn verwerkt. Volgens Meijer is Nederlands staal van topkwaliteit. De uitdaging anno 2015 is nog steeds om dunner èn dus lichter staal te maken, zonder dat het afbreuk aan de kwaliteit doet.

De Blauwe Brug naar Tata Steel. Foto: Arnoud van Soest

Gloeiend staal

Staal walsen maken is mooi werk, legt hij desgevraagd uit: “De hitte van gloeiend staal dat met hoge snelheden wordt gewalst, dat is mooi om te zien. En dat gebeurt in een enorme fabriek, die bijna één kilometer lang is.” Penningmeester Dick Meijne, die 43 jaar als controller bij Hoogovens werkte en nu penningmeester van het museum is, knikt instemmend. “En wat dacht je van de staalfabriek waar van ijzer staal wordt gemaakt. Dat spettert en dat knettert; het is net vuurwerk.”
Bij Tata Steel werken 9000 mensen, wat in een dienstenland als Nederland nog best veel is, maar Meijer heeft de tijd nog meegemaakt (jaren zestig, zeventig) dat er 25.000 mensen bij de staalfabriek werkten. “De mensen die hier werkten en werken wonen in heel Noord-Holland, tot Den Helder aan toe. Je kunt gerust zeggen dat de fabriek ooit 250.000 keeltjes voedde, want de bakker en de fietsenmaker aten er ook van.”

Rob Meijer bij een 'gietgoot'

Rob Meijer bij een ‘gietgoot’. Foto: Arnoud van Soest

 

Meetapparatuur uit de jaren 1950. Foto: Arnoud van Soest

Kijkje achter de hekken

Als Rob Meijer de verslaggever door het museum heeft geleid, zegt hij: “Zo’n museum is leuk om mensen een indruk te geven van wat er achter die hekken gebeurt. Ik heb altijd plezier in mijn werk gehad, dus ik vind het belangrijk dat de bedrijfshistorie bewaard blijft. Bijna dagelijks krijgen we van nabestaanden dingen aangeboden: lesboeken, foto’s, bedrijfskleding of een mooie oude helm. Wij zijn blij dat ze aan ons denken, in plaats van dat het in een grijze kliko verdwijnt.”

Top van Hoogoven 7. Foto: Arnoud van Soest

Bezoek

Het Hoogovensmuseum is drie dagen in de week te bezoeken en de vrijwilligers geven, bij voldoende belangstelling, rondleidingen. Wie er naar toe wil, kan dat het beste met de auto doen, want er stopt geen bus meer voor de deur. In de omgeving trouwens ook niet. Wie met het openbaar vervoer komt, neemt de bus naar het Pontplein in Velsen-Noord (bus 82 vanaf Amsterdam-Sloterdijk, bus 74 vanaf station Beverwijk), steekt het kanaal over en loopt de Pontweg af, tot aan de Grote Hout- of Koningsweg. Sla daar linksaf tot aan de Wenckebachstraat en ga weer naar links tot aan de blauwe brug die toegang geeft tot het Hoogovens/Tata Steelterrein. Aan de linker kant van de brug bevindt zich een trappetje, dat naar het parkeerterrein en het museum voert. Op zondag 30 juli, maar ook op de laatste zondag van augustus, september en oktober, organiseert Hoogovens Stoom IJmuiden ritjes met een stoomtrein over het bedrijfsterrein. Op 14 augustus houdt Tata Steel een rondleiding door het bedrijf.

Kunstwerk met staal omlijst. Foto: Arnoud van Soest

Auteur: Arnoud van Soest

Kijk voor meer informatie op de website van het Hoogovensmuseum.

Publicatiedatum: 27/07/2015