Drijvende kelder en sitsen stoffen in Edams Museum

Een schilderij van een Edams meisje uit de zeventiende eeuw dat 2,5 meter lang was, een drijvende kelder en een winkeltje in sitsen stoffen, er zijn saaiere musea dan het dit voorjaar heropende Edams Museum.

We spreken af bij het oude stadhuis aan het Damplein, in het sfeervolle, historische centrum van Edam. Hier is niet het Edams Museum ondergebracht, zoals de verslaggever aanvankelijk denkt, maar een dependance. Peter Sluisman, conservator van museum, wijst naar de overkant van het Damplein, naar een pand met opengeklapte luiken. Om daar te komen moet je wel eerst de bult van de voormalige sluis ‘beklimmen’, maar mooi dat je dan wel even voor het oudste stenen huis van Edam staat.

Vrijwilligers

Peter Sluisman dreef 25 jaar in Gouda een antiekzaak om na zijn pensioen terug te keren naar Edam, waar hij is opgegroeid en waar zijn familie nog steeds woont. Enthousiast vertelt hij over het museum, waar hij nu als vrijwilliger/conservator werkt, zoals het hele museum op vrijwilligers draait.

Verbouwing

Het Edams Museum is een jaar dicht geweest, omdat het werd verbouwd. Dat was broodnodig. “De achtergevel dreigde er uit vallen.” De verbouwing was echter een mooie aanleiding om de boel opnieuw in te richten. En het gaf de conservator de gelegenheid om te achterhalen wie er vanaf 1550 hebben gewoond in het pand, dat al vanaf 1895 een museum is. Hij kwam kapiteins van de vloot, chirurgijns, maar ook twee lakenhandelaren tegen.

De entree van het museum is tevens stoffenwinkel.

Beeld: Robert Lammers.

De entree van het museum is tevens stoffenwinkel.De entree van het museum is tevens stoffenwinkel.

Stoffenwinkel

Dat bracht hem op het idee om van de entree een ‘stoffenwinkel’  te maken. En dan geen lakense stoffen (wol), want die worden niet meer gemaakt, maar een winkel met sitsen stoffen. Sluisman was namelijk in contact gekomen met de heren Den Haan en Wagenmakers, die de rijkelijk bedrukte katoen weer maken. “Sitsen stoffen kwamen uit Voor-Indië (nu India) en de VOC bracht het naar Nederland. Het waren dure stoffen, zodat alleen de heel rijken het zich konden permitteren.  Het werd onder meer in klederdracht verwerkt. De dames van Marken droegen een befje van sits.” Wie wil kan voor 7 euro bij de balie een klein rolletje kopen. “Vooral dames die quilts maken, zijn er wild van.”

Drijvende kelder

Vervolgens lopen we een trappetje af naar de enige drijvende kelder in Nederland die nog toegankelijk is. Kinderen vinden het fantastisch. Waarom wordt al snel duidelijk als de conservator met zijn volle gewicht gaat staan op de trap, die aan de drijvende vloer vastzit. En ja hoor, we horen het water klotsen. “Tot de bouw van de Afsluitdijk in 1932 hadden we hier eb en vloed, waardoor ook het grondwater wat fluctueerde. De kelder liep dus vaak onder. Om van dat gedonder af te zijn, kwam men op het idee om er een soort bak van te maken, die met het grondwater op en neer gaat.
Op school leerde hij dat het huis door een zeekapitein is gebouwd, die – als hij heimwee kreeg naar zee – in de kelder ging zitten. “Flauwekul natuurlijk, maar het is een mooi verhaal.”

Peter Sluisman bij een steen, waarvan litho’s worden gemaakt.

Beeld: Robert Lammers.

Peter Sluisman bij een steen, waarvan litho's worden gemaakt.Peter Sluisman bij een steen, waarvan litho’s worden gemaakt.

Plastic kazen

We gaan weer naar boven om een oude slaapkamer te bekijken, compleet met beddenpan en beddenstok.  Met een beddenpan werd het bed warm gehouden, met de beddenstok schudde de meid de matrassen van stro op, zodat je niet een kuil kwam te liggen.
Als we de trap opgaan, belanden we bij een uitstalling van kazen. Van het museumbestuur hadden die plastic kazen niet gehoeven, legt Sluisman uit. “Maar als je er echte kazen neerlegt, stink je de tent uit. En laten we wel wezen: een toerist die een museum over Edam bezoekt en niks over kaas ziet, dat is toch wat vreemd.”

Walvisvangst

Het model van een 17e-eeuws fregat verwijst naar de scheepsbouw waarmee Edam rijk is geworden. En een bestek van walvisbot herinnert aan de walvisvangst. Om de bezoeker in maritieme sferen te brengen, klinkt  uit de luidspreker het geluid van zeemeeuwen en scheepsklokken. “We hebben ook nog een potje teer neergezet, maar dat vervliegt heel snel.”

Michiel de Ruyter

De conservator glimt bijna als we stilstaan voor een ingelijste uitnodiging om de begrafenis van admiraal Michiel de Ruyter bij te wonen, een rouwkaart die hij enkele maanden geleden bij toeval in een doos vond. “Zijn kist is gedragen door 16 kapiteins, waarvan er vijf uit Edam kwamen. Het is een uniek document, waarvan er misschien nog maar een paar in Nederland zijn. Geweldig toch!”

Kazuivels

Via een steeds smaller wordend trappetje eindigen we op zolder, die nu is ingericht met religieuze voorwerpen, zoals een bijbel met zilverbeslag en 17e-eeuwse kazuivels. “Daar doen de kerken niks mee. Ze liggen maar in dozen. Ik heb dus gezegd: jongens, dat is niet goed; laat dat nou zien.”

Trijntje Keever, het 2,5 meter lange meisje uit de 17e eeuw

Bron: Robert Lammers

Trijntje Keever, het 2,5 meter lange meisje uit de 17e eeuwTrijntje Keever, het 2,5 meter lange meisje uit de 17e eeuw

Trijntje Keever

We steken het Damplein weer over om in het oude stadhuis een zaal aan te doen, waar een aantal pronkstukken van het museum hangen. Wat dachten we van het schilderij van Trijntje Keever die maar liefst 2 ½ meter lang was. Trijntje was een bezienswaardigheid. Haar vader, een arme beurtschipper, ging met haar de kermis op. Zo ging dat in die tijd.
Haar reuzenschoenen staan op de grond, voor als ze nog eens zin krijgt uit om ’s nachts – als de bezoekers weg zijn en het maanlicht door de ramen schijnt – uit haar schilderij te stappen. Trijntje werd overigens maar 17 jaar. Ze overleed in 1638 aan een longontsteking, die ze op de kermis van Vlissingen had opgelopen.Naast haar schilderij hangt een eveneens levensgroot schilderij van een scheepsbouwer, die regent van een weeshuis was. De man had een baard van een paar meter. Om zijn weeskinderen wat extra’s  te kunnen geven, ging hij zelf ook op de kermis staan.Aan de andere kant van de zaal hangen twee bijzondere ruiterportretten, waarop de prinsen Frederik Hendrik en Maurits met hun paard zijn afgebeeld. “We hebben een man op bezoek gehad die met een scriptie over ruiterportretten bezig was. Zijn mond viel open. ‘Hoe komt zo’n lullig stadje nou aan zulke ruiterportretten,’ vroeg hij zich af. Wisten we ook niet, maar ze zouden ècht niet misstaan in het Loo.”

Huis te Manpad Heemstede, ets van Reinder Homan.

Beeld: Robert Lammers.

Huis te Manpad Heemstede, ets van Reinder Homan.Huis te Manpad Heemstede, ets van Reinder Homan.

Schaduwpartijen

We eindigen bij de wisseltentoonstelling, die zowel oud als nieuw werk omvat. Het nieuwe werk komt van de beroemde etser Reinder Homan, die zijn beelden vastlegt op koperen platen, waar vervolgens een afdruk van wordt gemaakt. “We kenden Homan van de ets die hij heeft gemaakt van een tachtigjarige boom, die ziek was en omgehakt moest worden. Die boom stond in de 18e-eeuwse Diaconietuin, hier vlakbij, die door een vereniging van bewoners (Oud Edam) wordt beheerd.”
Homan, waarvan dertig etsen zijn te zien, maakt verstild werk, vol prachtige schaduwpartijen. Dat is bijvoorbeeld goed te zien op zijn schitterende ets van het in Heemstede gelegen ‘Huis te Manpad.’ Sluisman: “Het lijkt net alsof het met Oostindisch inkt is getekend, maar dat is het niet; het is een afdruk.”

Zomer, ets van Reinder Homan.

Beeld: Robert Lammers.

Zomer, ets van Reinder Homan.Zomer, ets van Reinder Homan.

Via Reinder Homan kwam Sluisman, die overigens door een tentoonstellingscommissie wordt bijgestaan, in contact met kunsthandelaar Frans Laurentius, die litho’s (steendruk) uit de 19e eeuw laat zien. “Bekende schilders uit die tijd, zoals Andreas Schelfhout, maakten niet alleen olieverfschilderijen, maar wilden ook laten zien dat ze met nieuwe technieken overweg konden. Een aantal van die litho’s laten we nu zien.”

Het Edams Museum, Damplein 8, is van Pasen tot eind oktober geopend.
Bekijk hier de website voor meer informatie.

Auteur: Arnoud van Soest