Het Singer Museum te Laren

In Parijs had het echtpaar voor het eerst van Laren gehoord en toen 'moesten ze er wel heen'. Zoals zovele artistiekelingen begin twintigste eeuw was het echtpaar Singer na aankomst getroffen door de natuur en de sfeer in het onbedorven Laren en vestigden zij zich hier voor lange tijd. De steenrijke miljonairs bouwden hier een uitgebreide kunstcollectie op die Anna na de dood van haar man William in 1943 onderbracht in een stichting. In de jaren 50 groeide dit uit in het uitgebreide kunst- en cultuur centrum dat het Singer Laren dezer dagen is.

Aankomst in Laren

Het landschap en de kunst, dat zijn de redenen voor vele mensen geweest om naar Laren te trekken. Het dorpje op de Utrechtse grens werd eind negentiende eeuw ‘ontdekt’ door Josef Israels (1824-1911) die erg van dit ‘onbedorven stukje Nederland’ onder de indruk was. Albert Neuhuys (1844-1914), was de eerste schilder die zich voor lange tijd in het dorpje vestigde. Hotel Hamdorff was destijds het centrale punt in Laren. Jan Hamdorff, eigenaar van het café, zag de voordelen van de kunstenaars in Laren wel in. Naast het feit dat ze veel bier dronken in zijn café, betaalden ze ook de plaatselijke boeren die voor hun wilden poseren. Vandaar dat hij naar hun wensen zijn kleine kroegje in 1901 uitbreidde met een groot en luxueus hotel. Het was hier dat Anna en William Singer Laren voor het eerst aandeden.

Voorjaarsdag in mijn tuin, H.W. Singer, 1912, Laren.

Het wilde moderne leven

Na de eerste gasten werd Hotel Hamdorff een groot succes. De eigenaar was een slimme zakenman en wist ook de eerste tentoonstelling met Larense schilderijen te organiseren. In de zomertuin vonden inmiddels grote en wilde feesten plaats. Het leven van de Bohemien in Laren was een feit. Ook Piet Mondriaan woonde rond deze tijd in het kunstenaarsdorp.

Hotel Hamdorff.

Hulp in een onbekend land

Toen het Amerikaanse echtpaar in 1901 in Laren aankwam hadden ze al heel wat door Europa gereisd. Toch moesten ze natuurlijk steeds weer aan hun nieuwe omgeving aanpassen. Iemand die hen daar mee hielp was de Amsterdams-Larense schilder Jacob Dooijewaard (1876-1969). Hij raakte goed met het echtpaar bevriend en maakte de Amerikanen, die de Nederlandse taal nog niet spraken, wegwijs in het oude Nederland. Later, toen het Singer Museum werd opgericht, is er naar Dooijewaard een zaal vernoemd.

Kunst en muziek

Toen de Singers goed in Laren gesetteld waren maakten ze plannen voor de bouw van een grote villa. Deze zou de Wilde Zwanen gaan heten. William kon hier naar hartenlust schilderen, en Anna, die een begaafd pianiste was, liet aansluitend aan de villa een concertzaal bouwen. Beide gebouwen zijn nu onderdeel van het Singer Museum. Het echtpaar trachtte de beeldende kunst en muziek met elkaar te verbinden. Volgens het stel waren beide kunstvormen namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vandaar dat zij vandaag de dag nog samen in een stichting verenigd zijn. Deze ideeën, en de passie van het echtpaar voor de kunsten in brede zin, hebben Laren een blijvend cultureel centrum gemaakt.

Auteur: Maaike Hommes.

Publicatiedatum: 01/09/2014