Museum eert de kat in sfeervolle stijlkamers

Als je een museum opricht ter nagedachtenis aan je kat, dan moet je wel veel van het beestje hebben gehouden. Maar dat was niet de enige reden dat Bob Meijer (zakenman, bankier, mecenas) in 1990 aan de Amsterdamse Herengracht het Kattenkabinet opende, alwaar de betreurde rode kater John Pierpont Morgan (1966-1983) een eigen kamertje heeft gekregen.

Balzaal Kattenkabinet

Beeld: Kattenkabinet

Balzaal KattenkabinetBalzaal Kattenkabinet

Het idee voor het Kattenkabinet ontstond toen Meijer een keer het Metropolitanmuseum in New York bezocht, waar op dat moment een expositie plaatsvond met kattenkunst uit de collectie van het museum. “Dat was een bijzonder leuke tentoonstelling, die me op het idee bracht om een permanent museum aan de kat te wijden. (…) Ach, je moet toch wat in je leven.”In 1985 was Meijer al begonnen met het aanleggen van een verzameling kattenkunst, zodat hij vijf jaar later genoeg materiaal had om mee van start te gaan. Gaandeweg breidde de collectie zich uit. “Ik reis veel, dus dan kom je ook veel dingen tegen.” Hij wordt daarbij onder andere bijgestaan door grafisch ontwerper Gielijn Escher, die over de hele wereld kattenaffiches voor hem verzamelt. Vandaar dat het Kattenkabinet met méér dan 450 affiches op de grootste collectie kattenaffiches ter wereld kan bogen.Het Kattenkabinet is bijna volgepakt met schilderijen, affiches, beelden en foto’s van katten, prominent afgebeeld of poserend in de armen van schrijvers als W.F. Hermans en Truman Capote. Verder komen we een porseleinen koffieservies van ‘Le Chat Noir’ tegen en een pop van de kat Grizabella uit de musical Cats. De grootste charme van het museum is dat het eigenlijk geen écht museum is, vindt Meijer. “Alles hangt een beetje schots en scheef. De meeste bezoekers vinden het ook leuk dat er katten door het museum lopen.”

De majestueuze, inktzwarte kater van Le Chat Noir, ontworpen door Théophile Steinlen, zou een icoon worden voor het bruisende nachtleven van het 19e eeuwse Parijs

Beeld: Kattenkabinet

De majestueuze, inktzwarte kater van Le Chat Noir, ontworpen door Théophile Steinlen, zou een icoon worden voor het bruisende nachtleven van het 19e eeuwse ParijsDe majestueuze, inktzwarte kater van Le Chat Noir, ontworpen door Théophile Steinlen, zou een icoon worden voor het bruisende nachtleven van het 19e eeuwse Parijs

De kat centraal

Bob Meijer heeft drie lievelingskunstenaars: Sal Meijer (geen familie), die onder andere een portret maakte waarop een kat je intens aanstaart, de Zwitserse kunstenaar Théophile Steinlen, die zelf drie katten had die veel in zijn werk voorkomen én de Russische schilder Nicolas Tarkhov, die in Parijs leefde en met Van Gogh bevriend was. Laatstgenoemde had van alle drie misschien wel de mooiste stijl, maar ook de andere twee kunstenaars maakten werk dat tot de hoogtepunten van het Kattenkabinet mag worden gerekend.Het zal geen verbazing wekken dat op de kunst die in het museum wordt getoond de kat centraal staat. “Het moet niet zo zijn dat de kat toevallig ook op een plaatje staat.” De enige uitzondering is misschien een ets van Rembrandt. “Daar is de kat eigenlijk maar een minuscuul prulletje dat ergens in de hoek ligt. Maar omdat het een Rembrandt is, heb ik hem wel in de collectie opgenomen. Bovendien werden katten in de Gouden Eeuw niet vaak op schilderijen afgebeeld; daar werd heel minzaam tegenaan gekeken.”Dat de kat vaak is afgebeeld, véél vaker in ieder geval dan de hond , is wel te verklaren. “Veel kunstenaars hadden een kat. Hun karakters komen vaak overeen. Een kunstenaar is niet aan regels gebonden, hij is tegendraads en hij gaat zijn eigen weg. De kat is precies zo. Een hond is meer een volgzaam type, die een baas nodig heeft. In het huisgezin van de kunstenaar kom je dus eerder een kat tegen dan een hond.”

Het Kattenkabinet heeft ook enkele fraaie stijlkamers

Beeld: Kattenkabinet

Het Kattenkabinet heeft ook enkele fraaie stijlkamersHet Kattenkabinet heeft ook enkele fraaie stijlkamers

Sfeervolle stijlkamers

Het Kattenkabinet is overigens om meerdere redenen een bezoekje waard, want het is een uiterst sfeervol grachtenpand met mooie stijlkamers. Terwijl Bob Meijer kat Lion op zijn schoot neemt en over zijn vacht aait, vertelt hij dat het pand waar het Kattenkabinet in is gevestigd één van de twee panden is die de gebroeders Willem en Adriaan van Loon in 1664 lieten bouwen in het meest prestigieuze deel van de Herengracht: de Gouden Bocht.Later zou één van de broers naar de Keizersgracht verhuizen, waar nu het Museum Van Loon is gevestigd. “Het bijzondere van dit pand is dat het altijd een woonhuis is gebleven, terwijl de andere huizen in de Gouden Bocht allemaal kantoren zijn geworden, en totaal vernield.”
Toen Meijer het huis aan de Herengracht 497 in 1984 betrok was het honderd jaar in het bezit van de familie Van Eeghen geweest. In die eeuw hadden ze bijna niets aan onderhoud gedaan en dat is maar goed ook, want volgens Meijer is het daardoor één van de meest originele huizen in dit deel van de HerengrachtElke familie die er de afgelopen vier eeuwen heeft gewoond had zijn eigen stijl en als gevolg daarvan zijn er verscheidene stijlkamers. Eén van de meest sfeervolle dateert uit 1886, die de familie Van Eeghen heeft laten inrichten. De kamer is ingericht door een Belgische meubelmaker, die veel Cubaans mahoniehout heeft gebruikt. “De kamer is nog hélemaal orgineel: verlichting, tafels en stoelen.”

Kattenkabinet, Herengracht 497, www.kattenkabinet.nl

De kat in de reclame, hier voor Philips tv’s (ontwerp Jan Wijga, 1951)

Beeld: Kattenkabinet

De kat in de reclame, hier voor Philips tv's (ontwerp Jan Wijga, 1951)De kat in de reclame, hier voor Philips tv’s (ontwerp Jan Wijga, 1951)

Midas Dekkers

Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan is een fraai geïllustreerd boek over het Kattenkabinet verschenen. De titel – ‘Het Opperwezen – 25 jaar Kattenkabinet Amsterdam’ – verwijst naar een vermakelijke beschouwing van Midas Dekkers, waarin hij uitlegt waarom poezen zulke kleine oortjes hebben, zeker in vergelijking tot honden. ‘Ze luisteren toch nooit.’ Het boek besteedt ook uitvoerig aandacht aan de kat zoals die is afgebeeld op affiches en in reclames. Zo ontwierp Théophile Steinlen voor cabaret ‘Le Chat Noir’, dat in 1881 in Parijs werd geopend, een affiche met ‘een majestueuze, inktzwarte kater, hoog op zijn voetstuk van rode dakpannen’, die een icoon zou worden voor het bruisende nachtleven van het 19e eeuwse Parijs. Het boek is in het museum te koop en via de website te bestellen voor € 9,50.

Auteur: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 01/02/2016

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.