Zaans Museum wil verhalen aan de samenleving teruggeven

Buitenlandse toeristen iets vertellen over de geschiedenis van de Zaanstreek, arrangementen ontwikkelen voor binnenlandse bezoekers en een 'verhalenbank' voor de Zaankanters. Jan Hovers, de kersverse directeur van het Zaans Museum, heeft voorlopig genoeg om zijn tanden in te zetten.

Jan Hovers

Jan Hovers is sinds 1 januari 2015 directeur van ’t Zaans Museum© Arnoud van Soest

Van Oosterbeek naar Zaandam

Voordat Hovers op 1 januari de nieuwe directeur van het Zaans Museum werd, gaf hij vier jaar leiding aan het Airborne Museum in Oosterbeek (Arnhem). Oorspronkelijk komt hij uit Amsterdam, dus het Zaanse landschap was hem wel vertrouwd: de groene huizen van hout met hun mooie krullen, de molens, het water en het weidse landschap. En dat Zaankanters zeggen waar het op staat, sprak hem ook wel aan.

Op één punt moest hij zich echter wèl een beetje aanpassen. “In Oosterbeek is iedereen voor Vitesse, dus toen ik naar de Zaanstreek verhuisde, dacht ik: mooi, dan ben ik bijna thuis.” En thuis is Amsterdam-Oost en Ajax. Tot hij een bijeenkomst had met ondernemers uit de streek, die hem al snel duidelijk maakten dat thuis van nu af aan… AZ is.

Zaankanters van toen

Zaankanters van toen. © Zaans Museum.

Groeien

Het Zaans Museum, dat ruim vijf jaar geleden werd vernieuwd met een prachtig Verkade Paviljoen, trok aanvankelijk 15.000 bezoekers, wat inmiddels tot 70.000 mensen is opgeklommen. Daar zijn de 10.000 bezoekers van het Czaar Peterhuisje in Zaandam, dat bij het museum hoort, bij inbegrepen. Hovers ziet het als één van zijn taken om de groei voort te zetten. Ideeën genoeg.

Beginnen we met de buitenlandse toeristen, die massaal (1,6 miljoen bezoekers per jaar) naar het naastgelegen Zaanse Schans trekken. Begrijpelijk, want hier kunnen buitenlandse bezoekers in één klap het Hollandse landschap zien (molens, water, vergezichten) dat in de 17e eeuw al op schilderijen werd afgebeeld. De meeste toeristen zullen voornamelijk voor de molens komen, maar wie op zoek is naar een beetje geschiedenis of verdieping, moet straks door het museum worden bediend. “Als je naar het landschap kijkt, zie je de molens die het land hebben drooggemalen, dezelfde molens die vervolgens zijn gebruikt om hout, lijnzaad en papier te maken. Hier wonen de Zaankanters, die de natuur hebben getemd en er het oudste industriegebied van Europa hebben gemaakt. De producten die hier gemaakt worden kun je in elke keukenkastje vinden: Verkade, Duyvis, Honig, Lassie en A.H. Als museum kunnen we dat verhaal verrijken met een geweldige collectie.”

Zaankanters van nu

Zaankanters van nu. © Zaans Museum.

Van buiten naar binnen

Om toeristen op zijn museum te attenderen, wil hij het museum zichtbaarder maken en het landschap ‘naar binnen halen.’ “Als je het museum binnenkomt, moet je langs een wand van molen- en vergezichten lopen, waarna we uitleggen wat je buiten hebt gezien.” Ook op de Zaanse Schans wil het museum duidelijker aanwezig zijn, door levende geschiedenis aan te bieden, zoals dat nu ook in het Openlucht- en Zuiderzeemuseum gebeurt. En als je maar weinig tijd hebt, kun je met een ‘quick tour’ en in je eigen taal door het museum worden geloodst.

Voor de binnenlandse toerist denkt Hovers aan arrangementen van een halve of een hele dag. “We zijn geen stadsmuseum, dus dan zijn arrangementen veel geschikter, waarbij je een bezoek aan het museum kunt combineren met de Zaanse Schans of het Czaar Peterhuisje.” Of wat dachten we van een Monetwandeling, waarbij de directeur refereert aan het onlangs aangeschafte schilderij van Claude Monet, waarmee het museum landelijke nieuws werd. “Monet kwam hier in 1871 naar toe, met vrouw en zoontje. Hij heeft hier in vier maanden tijd 25 werken geschilderd. Net als de hedendaagse Chinese toerist nu werd hij toen door het Zaanse landschap aangetrokken. Aan een bevriende schilder schreef hij dat er hier genoeg te schilderen was voor een héél leven.” Het recent aangekochte schilderij, De Voorzaan en de Westerhem, wordt dit najaar gepresenteerd. “Nee, het werk hoeft niet gerestaureerd te worden, maar we willen het vooral goed presenteren, met informatie over Monets verblijf in de Zaanstreek en de overige werken die hij hier gemaakt heeft.”

Het in juni 2015 aangekochte schilderij van Monet

Het in juni 2015 aangekochte schilderij van Monet. ‘De Voorzaan en de Westerhem’ van Claude Monet.

Verhalenbank

Voor de bewoners van de Zaanstreek wil Hovers een verhalenbank opzetten. Gewone mensen hun verhaal laten doen, dat is het idee. Van prominente en markante streekbewoners kennen we de verhalen wel, maar het zijn juist de mensen die hun leven lang hard hebben gewerkt, en zich afvragen ‘wie op hun verhalen zit te wachten’, die vaak de mooiste verhalen hebben, aldus Hovers. De verhalen wil hij door vrijwilligers laten afnemen. Verhalen over de buurt, de kerk, de fabriek of de sportclub. Het resultaat wordt op een website gezet, waar anderen weer op kunnen reageren.

De nieuwe directeur zegt er eerlijk bij dat hij deze vorm van geschiedschrijving niet zelf heeft bedacht, maar dat hij zich onder meer heeft laten inspireren door een project van het Amsterdam Museum, ‘Het Geheugen van Oost’, dat inmiddels zo’n dertien jaar bestaat. “Iemand vertelt zijn verhaal en andere mensen, die bijvoorbeeld in dezelfde buurt hebben gewoond, of dezelfde groenteboer hebben gehad, reageren daar weer op. Het is ècht een fenomeen, waar zelfs boekjes en themabijeenkomsten uit zijn voortgekomen.” En het past goed in zijn streven om van het museum méér te maken dan een plek waar spulletjes op een verantwoorde manier worden bewaard. “Ik vind het een mooie manier om verhalen terug te geven aan de samenleving.”

Verkade Paviljoen

Verkade Paviljoen. © Zaans Museum.

Zaanstreek oudste industriegebied van Europa

Zaanstreek oudste industriegebied van Europa. © Zaans Museum.

Publicatiedatum: 17/06/2015