Negentiende-eeuwse kunst in een notedop

Niet alle vijf de 'kunstbroeders' van de familie Kruseman zijn even bekend geworden, maar het werk dat momenteel van ze te zien is in het Stedelijk Museum Alkmaar biedt een mooi overzicht van de schilderkunst in de negentiende eeuw.

Jan Adam Kruseman, De wijze en de dwaze maagd, 1848.

Jan Adam Kruseman, De wijze en de dwaze maagd, 1848.Jan Adam Kruseman, De wijze en de dwaze maagd, 1848.

De tentoonstelling ‘Kruseman – Kunstbroeders uit de romantiek’ is samengesteld door conservator Marjan van Heteren. Het idee ervoor kreeg ze toen een kunstverzamelaar, die veel werk van Fredrik Marinus Kruseman in zijn bezit had, haar vroeg een monografie over hem te maken. Marjan: “Bij dat onderzoek merkte ik dat al die Krusemannen alsmaar met elkaar werden verward. In de bijlage heb ik ze daarom op een rijtje gezet, met afbeeldingen van hun werk er bij. Dat bracht me op het idee om een tentoonstelling te wijden aan de vijf belangrijkste schilders van de familie Kruseman.”

Waarom nu juist deze familie zoveel kunstenaars heeft opgeleverd is niet echt te verklaren, maar de expositie biedt in ieder geval een mooie verzameling romantische portretten, idyllische landschappen, Italiaanse volkstaferelen, historische scènes, woeste zeegezichten en etsen van landschappen. In totaal zijn er zestig werken van hoge kwaliteit te zien.

Jan Adam Kruseman, Portret van Jan Adam Kruseman, 1825-1849

© RKD

Jan Adam Kruseman, Portret van Jan Adam Kruseman, 1825-1849Jan Adam Kruseman, Portret van Jan Adam Kruseman, 1825-1849

Willem van Oranje

Cornelis (1797 – 1857) en Jan Adam (1804 – 1862) waren de bekendste schilders van de familie, legt Van Heteren uit. “Ze maakten historische stukken. En als je dàt kon, was je ècht begaafd , want wie bijvoorbeeld een portret maakte van Willem van Oranje, moest wel weten wat voor kleren hij droeg en hoe hij er uitzag. Daar moest je je echt in verdiepen.”

Cornelis maakte goede portretten, waar hij genoeg mee verdiende om zijn reizen naar Italië mee te financieren. Hij wilde namelijk graag de oude Italiaanse meesters zien, zoals Rafaël en Michelangelo. Zo’n reis had in de negentiende eeuw overigens nog heel wat voeten in de aarde. Om de besneeuwde toppen van de Alpen over te steken, werd Cornelis op een soort brancard gelegd, die door een ezel werd voortgetrokken. Om warm te blijven werd hij helemaal met dekens ingezwachteld.

‘Under the Bridge’

Hendrik Dirk Kruseman, Under the bridge, 1884.

'Under the Bridge'‘Under the Bridge’

Jan Modaal

Zijn achterneef Jan Adam, die bij Cornelis in de leer ging, maakte ook portretten, waaronder één van koning Willem II. Dat imposante staatsieportret hangt normaal in het gebouw van de Tweede Kamer en is nu in Alkmaar te zien. Jan Adam maakte vooral portretten van rijke Nederlanders. Voor een portret rekende hij 300 gulden, moesten ook je handen te zien zijn, dan betaalde je 500 gulden en wilde je tot en met de knieën worden afgebeeld, dan kwam er honderd gulden bij. Marjan: “Jan Modaal kon zich dat niet veroorloven, want die verdiende in die tijd gemiddeld 300 gulden per jaar.”

Frederik Marinus Kruseman, Winterlandschap met watermolen bij Vilvoorde, 1844

Frederik Marinus Kruseman, Winterlandschap met watermolen bij Vilvoorde, 1844Frederik Marinus Kruseman, Winterlandschap met watermolen bij Vilvoorde, 1844

Ruïnes

Fredrik Marinus (1816 – 1882), die dezelfde opa had als Jan Adam, maar desalniettemin nauwelijks contact met zijn neef en de rest van de familie had, specialiseerde zich in landschappen. “Waarschijnlijk heeft hij gedacht dat hij met twee portrettisten in de familie beter iets anders kon doen, maar misschien vond hij het gewoon leuker om landschappen te schilderen.” Fredrik Marinus mocht graag ruïnes schilderen, geheel in de romantische geest van die tijd. Ruïnes – ingestorte bouwsels die door de natuur zijn overwoekerd – stonden model voor het idee dat de mens nietig is. “Tijdgenoten van hem schilderden vaak stormen en schipbreuken, die ook laten zien dat de mens het niet kan winnen van de natuur.”

De zee

Jan Theodoor (1835 – 1895), zoon van Jan Adam, wilde aanvankelijk gaan varen, want hij had een grote fascinatie voor de zee. Het werken aan boord van een schip beviel hem echter niet zo, maar de fascinatie bleef, zodat hij besloot de zee te gaan schilderen. Hij maakte verschillende bootreizen om de zee goed in beeld te kunnen brengen. Van Jan Theodoor zijn overigens maar een paar schilderijen te zien. Zijn vader was in ieder geval productiever; die heeft zo’n 500 schilderijen nagelaten.

En dan zijn we aanbeland bij Hendrik Dirk Kruseman van Elten (1829 – 1904), die in Alkmaar is geboren. Zijn vader was notaris en zag het liefst dat zijn zoon hem zou opvolgen. Toen deze daar niet zo geschikt voor bleek, mocht hij kunstenaar worden. Op de tentoonstelling is ondermeer het schilderij van een hunnenbed te zien, waar hij min of meer bekend mee is geworden. Hendrik Dirk schilderde ook landschappen, maar op een realistischer manier dan de romanticus Fredrik Marinus. Romantici schilderden rustig een mooie waterval naast een mooie eik uit een heel ander gebied. In de romantiek werd dat ‘de bevallige leugen’ genoemd.

Jan Theodoor Kruseman, Kustgezicht met vissers, 1850-1895

© RKD

Jan Theodoor Kruseman, Kustgezicht met vissers, 1850-1895Jan Theodoor Kruseman, Kustgezicht met vissers, 1850-1895

Telegraafpalen

Hendrik Dirk daarentegen, die een generatie later kwam, schilderde realistischer, dus dàt wat je ook ècht zag. Al negeerde hij overigens wel de telegraafpalen, die langzaam in het landschap verschenen. Zó realistisch was hij dus ook weer niet.

Uiteindelijk vertrok Hendrik Dirk naar Amerika, waar hij Amerikaanse landschappen ging schilderen en etsen. Toen hij hoorde dat het Stedelijk Museum Alkmaar een werk van hem had aangekocht schonk hij het museum van zijn geboortestad maar liefst zeventig van zijn etsen. Het zijn etsen van uitzonderlijk groot formaat, die na jarenlang in het depot te hebben doorgebracht, eindelijk weer voor het publiek te zien zijn.

Cornelis Kruseman, De Legende, 1827

Cornelis Kruseman, De Legende, 1827Cornelis Kruseman, De Legende, 1827

Een lange verhuizing

Aan de tentoonstelling is drie jaar gewerkt. Het bijeenbrengen van de schilderijen leverde weinig problemen op. Marjan van Heteren: “We laten een heel mooi schilderij van Cornelis Kruseman zien, dat kort voor de opening van de tentoonstelling is geveild. Niemand wist waar het voor die tijd had gehangen. Gelukkig wilde de nieuwe eigenaar het aan ons uitlenen. Daarnaast hebben ook achterkleinkinderen van de kunstbroeders werk voor de tentoonstelling afgestaan.”
Wat meer voeten in de aarde had, was het transport van een groot staatsieportret dat in de Tweede Kamer hing. “Het schilderij kon niet meer door de deur, waarmee je de kortste route naar buiten kon nemen. Het moest dus binnendoor, en over een balustrade worden getakeld. Dat was nog een heel gedoe. De verhuizing begon om acht uur ’s morgens en pas elf uur ’s avonds hing het aan de muur in Museum Jan Cunen in Oss, waar de tentoonstelling al te zien is geweest.”

De tentoonstelling over de familie Kruseman was tot 2 augustus 2015 te zien in Stedelijk Museum Alkmaar.

Auteur: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 04/06/2015

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.