Gouden Eeuw

Handel, kunsten en wetenschap kwamen tot bloei in de zeventiende eeuw. Vele sporen uit deze tijd zijn nog terug te zien: de koopmanswoningen, grachten, kerken, stadswallen en havens brengen de geschiedenis tot leven. Ook in musea is kunst uit deze periode te bewonderen van de Hollandse Meesters: Rembrandt, Hals en Vermeer. Sommige plekken, zoals de Amsterdamse Grachtengordel, zijn wereldberoemd en worden in één adem genoemd met de zeventiende eeuw. Maar ook de West-Friese havensteden Hoorn, Enkhuizen en Medemblik waren van onmisbaar belang: schepen voeren af en aan en de visvangst maakte een belangrijk onderdeel uit van de handel. Niet iedereen profiteerde van deze welvaart. Voor arme stadsbewoners, migranten, bedienden, wezen en plantagearbeiders was de zeventiende eeuw allesbehalve een bloeitijd. In dit thema belichten we ook de keerzijde van deze ‘gouden’ medaille.

Verhalen

Pieter Florisz: Monnickendamse zeeheld

Sinds 2010 is de Monnickendamse admiraal Pieter Florisz (ca 1600 – 1658) terug in de stad waar hij vandaan kwam. Door beeldhouwer Herman van Elteren is hij vereeuwigd in een gevelsteen aan het huis waar ooit het zijne stond: op de hoek van het Zuideinde met de Gooische Kaai.

>

Eten en drinken in de Gouden Eeuw

"Ze geven weinig uit en leven hoofdzakelijk van roggebrood en bier, dat daar echter goedkoop te krijgen is, en voorts alleen van wat hun eigen bedrijf opbrengt", merkte een reizende Italiaan op over de levensstijl van een West-Friese boerin in 1622.

>

Grote Braak bij Halfweg: doorbraak van de Spaarndammerdijk

Zullen de dijken het houden? Het is een vraag die een oer-Hollandse angst onder woorden brengt. Een vraag die vooral gesteld werd als een zware herfststorm het woedende water weer eens tegen de dijken opstuwde. De Spaarndammerdijk bij Halfweg hield het niet in de nacht van 4 op 5 november 1675 toen een hevige noordwesterstorm opstak. De gevolgen van die dijkdoorbraak zijn tot op de dag van vandaag zichtbaar. In het noordoosten van Halfweg ligt een plas die zich aan de toeschouwer presenteert als een lieflijk binnenmeer. Je kunt er langs fietsen en de hond uitlaten. Toch is het een van de vele plaatsen in Nederland waar de strijd tegen het water een zichtbaar litteken naliet.

>

De nieuwe koers van de West-Friezen

Uit mijn tas haal ik een boek te voorschijn. Het gaat over de West-Friese handel en scheepvaart in vroeger eeuwen. Op de kaft van het boek zijn grote houten driemasters afgebeeld. De witte zeilen zijn door de wind lichtjes bol geblazen en de rood-wit-blauwe vlag wappert triomfantelijk in de lucht.

>

De Leidse trekvaart

Trekvaarten en trekschuiten: al in overgrootmoeders tijd waren het symbolen van stilstand en achteruitgang. Dat was de schuld van de toen nog ultramoderne spoorwegen. Vergeleken daarmee leken trekschuiten immers bijna letterlijk stil te staan, of beter: te liggen. Historisch gezien is dit een onrechtvaardig oordeel. In hun eigen tijd, de zeventiende en achttiende eeuw, waren trekschuiten efficiënte, comfortabele en betrouwbare vervoermiddelen. Hun bijdrage aan de Nederlandse welvaart valt moeilijk te onderschatten. Die bijdrage had overigens nog groter kunnen zijn, als de trekschuiten behalve personen, post en kleine pakjes ook goederen hadden mogen vervoeren. Maar dat mocht niet. Jaloers bewaakte stedelijke privileges stonden dat in de weg. Haarlem speelde daarbij een hoofdrol. Dat bleek ook toen in het midden van de zeventiende eeuw de trekvaart tussen Leiden en de Spaarnestad werd aangelegd.

>

‘Een land druipende van walvisch traan’

Van tientallen meters afstand moet het de bezoeker al zijn opgevallen. Dat grote ivoorkleurige gevaarte, lichtjes gekromd en enkele meters lang. Als een sierlijke trofee hing het daar, aan de gevel van het in 1630 gebouwde raadhuis. Niet voor niets hing het op de meest prominente plek van het dorp. Dit walvisbot, want dat was het, stond symbool voor de bedrijvigheid die het nietige dorpje De Rijp in korte tijd op de kaart had gezet en rijkdom had gebracht: de walvisvaart.

>

Westfriese handel en scheepvaart

In september 2010 werd in het Westfries Archief het oudste aandeel van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) gevonden. Het was in 1606 uitgegeven door de VOC-kamer in Enkhuizen. De West-Friese havensteden speelden een grote rol in de (inter)nationale handelsvaart van die tijd.

>

Noordkop: de Rede van Texel

Vanaf eind 2011 is het panorama van de Rede van Texel permanent te bewonderen in het nieuwe entreegebouw van Kaap Skil, museum van jutters & zeelui in Oudeschild op Texel. De beschutte ankerplaats aan de zuidoostkant van het eiland vormde voor de Nederlandse vloot in vroegere eeuwen de poort naar de wereld.

>
NL | EN