Rembrandts Amsterdam was immigranten-stad

Amsterdam was in het midden van de zeventiende eeuw het toonbeeld van een multiculturele samenleving. De stad groeide vooral dankzij de massale immigratie. Dat kon voor moeilijkheden zorgen, bewijst het voorbeeld van Elsje Christiaens…

Mensen stonden wantrouwig tegenover de vreemde gewoonten van immigranten en de immigranten op hun beurt vonden de Hollanders maar vreemde snuiters; ‘botteriken’ was het meest gehoorde verwijt. Toch slaagden oude en nieuwe Amsterdammers erin naast en met elkaar te leven.

Met Elsje Christiaens zou het slecht aflopen. Op haar achttiende vertrok ze uit haar geboorteplaats in Jutland, Denemarken en op 16 april 1664 stapte ze in Amsterdam aan wal in de hoop zo snel mogelijk een baantje te vinden. Ze nam haar intrek bij een slaapvrouw in de buurt van de haven. Na twee weken wilde die wel eens geld zien. Maar Elsje had nog geen werk gevonden. De volgende ochtend vroeg zij het meisje opnieuw om de huur. Nog steeds kon Elsje niet betalen. Er ontstond een woordenwisseling, waarbij de slaapvrouw Elsje met een bezem te lijf ging. Elsje verloor haar zelfbeheersing en nam de bijl die op een stoel voor het grijpen lag …

Galgenveld

Voor de dood van haar slaapvrouw moest Elsje Christiaens met haar eigen leven boeten. Op 1 mei bracht de scherprechter haar ter dood. Samen met een bijl werd haar stoffelijk overschot vervolgens tentoongesteld op de Volewijck, het galgenveld op de noordoever van het IJ, om daar “door de locht ende ’t gevogelte verteert te worden”. Zo tekende Rembrandt haar.

 

Elsje Christiaens aan de galg op de Volewijck, 1664.

Elsje Christiaens aan de galg op de Volewijck, 1664. Beeld: Wikimedia Commons.

Akten van ondertrouw

Via de akten van ondertrouw kennen we de herkomst van de mensen die in Amsterdam huwden. Alleen al uit Denemarken, Elsjes geboorteland, gingen tussen 1626 en 1650 489 mannen en 338 vrouwen in Amsterdam in ondertrouw. In totaal gingen in het tweede kwart van de zeventiende eeuw 3835 Scandinaviërs een eerste huwelijk aan in Amsterdam. Samen vormden zij 15% van de buitenlanders die in deze periode in Amsterdam trouwden. Alle buitenlanders samen vormden toen op hun beurt weer ruim een derde van alle huwenden in Amsterdam.

Isaac Israel Suasso, alias Antonio Lopes Suasso (1614-1685), Baron van Avernas Le Gras, bankier, koopman.

Isaac Israel Suasso, alias Antonio Lopes Suasso (1614-1685), Baron van Avernas Le Gras, bankier, koopman.

Buitenlanders

Tussen 1575 en 1675 bleven de huwenden van buiten Amsterdam in de meerderheid. En in de eerste helft van de zeventiende eeuw waren die niet-Amsterdammers vooral buitenlanders. Daarbij moeten we dan nog bedenken dat een groot deel van de ‘geboren Amsterdammers’ in feite tweede- en derde-generatie-immigranten waren. Het is dus niet overdreven om te beweren dat Amsterdam in de zeventiende eeuw een stad van immigranten was, een stad waarin de geboren Amsterdammers een minderheid vormden.

Auteurs: Erika Kuijpers en Maarten Prak

Bron

Dit is een bewerking van een artikel op www.onsamsterdam.nl

Publicatiedatum: 21/07/2011