Vervoer tussen Amsterdam en Haarlem

De hedendaagse reiziger kan op verschillende manieren tussen Amsterdam en Haarlem reizen. De auto, trein of bus brengt ons snel en gemakkelijk naar de gewenste bestemming. In de 15e eeuw bestonden deze keuzemogelijkheden nog niet. De weg naar Haarlem was toen een waterweg voor scheepvaart.

Via de trekvaart, de verharde weg en de spoorwegverbinding zijn de reismogelijkheden ontwikkeld tot wat ze nu zijn. Maar de weg die de vooruitgang aflegde was lang niet altijd comfortabel.

Van scheepvaart naar trekvaart

De waterweg tussen Amsterdam en Haarlem was een woeste weg. Vele schepen zijn er vergaan, vooral het IJ kon tijdens stormen veranderen in een kolkende massa die menig schipper de schrik om het lijf heeft doen slaan. Hoewel Amsterdam en Haarlem regelmatig met elkaar in strijd hebben gelegen om de scheepvaart tussen beide steden, zag men rond 1630 in dat de verbinding ‘veel gemackelijcker, seeckerder en corter’ kon worden als beide partijen samenwerkten. Bovendien zou deze verbinding dan ook in de winter, tijdens zwaar weer, toegankelijk zijn.

Op 26 mei 1631 werd een akkoord voor de aanleg van een trekvaart. Met deze trekvaart was er een vervoersmiddel in het leven geroepen dat reizigers op een rustige, betrouwbare manier kon vervoeren. De woeste golven waren verleden tijd en de trekschuit voer zelfs volgens een dienstregeling. De afstand Amsterdam – Haarlem kon in twee uur en een kwartier worden afgelegd. Tijdens deze reis moesten de passagiers overstappen bij Halfweg, een toepasselijker naam had niet gekozen kunnen worden. De reizigers legen hier te voet het stukje over de dijk tussen het Haarlemmermeer en het IJ af, om daarna hun reis per trekschuit weer te vervolgen.

Van straatweg naar spoorweg
De trekvaart verloor echter vanaf het midden van de negentiende eeuw belangstelling. Het vervoer per koets of rijtuig werd door welgestelde personen boven het tochtje met de trekschuit verkozen. In 1762 werd de zandweg naast de trekvaart bestraat, het begin van de Haarlemmerweg. Dit kwam het reizen per koets nog meer ten goede. Lang heeft deze strijd tussen de trekvaart en het vervoer over de weg niet geduurd, met de komst van de spoorverbinding tussen Amsterdam en Haarlem werden deze vormen van vervoer snel weggeconcurreerd. In 1839 werd de eerste spoorlijn van Nederland geopend, men kon nu in 25 minuten met de stoomtrein van Amsterdam naar Haarlem reizen.

De Trekschuit..

De Trekschuit..De Trekschuit..

De Arend

Een van de eerste stoomtreinen die de passagiers tussen Amsterdam en Haarlem vervoerde heette De Arend. Deze trein haalde een snelheid van 35 kilometer per uur, tegenwoordig halen we dat op een racefiets, maar in die tijd was dit razendsnel. Denk daarbij aan het lawaai en de stoom die de Arend produceerde en duidelijk wordt waarom veel mensen sceptisch tegenover dit nieuwe vervoersmiddel stonden. Toch sloeg deze terughoudendheid snel om in enthousiasme. Door de trein konden grote afstanden relatief snel worden afgelegd. Nederland werd veel kleiner en dit kwam niet alleen de reizigers, maar ook de economie ten goede.

Schuitepraatjes

Tegenwoordig zijn we gewend aan snel reizen, maar ten tijde van de trekvaart zat men vaak uren samen op de schuit. Tijdens deze tochten werden door reizigers vaak schuitepraatjes gelezen. In deze boekjes werden, deels fictieve, gesprekken neergetekend die een politieke lading hadden. De gesprekken werden altijd aan boord van de trekschuit gehouden en vonden meestal plaats tussen mensen uit verschillende klassen. Zo is er een schuitepraatje uit 1751 met de titel ‘Een zamenspraak tusschen een verstoorde wijnhandelaar, predikant en boer voorgevallen in de Haarlemmer Trekschuit’. Het lezen van deze schuitepraatjes was een geliefd tijdverdrijf in de trekschuit.

Auteur: Anna van der Molen

Passagiers in een trekschuit

Passagiers in een trekschuitPassagiers in een trekschuit

Publicatiedatum: 16/06/2011