“Dat zal stijf aankomen!”

Wie kent hem niet: Jan Adriaensz. Leeghwater uit De Rijp. Hij werkte mee aan de droogmaking van de Beemster, Purmer, Wijde Wormer en diverse andere grote meren. In 1634 was hij in het buitenland aan de slag.

Leeghwater was toen ingehuurd als ingenieur, landmeter en opzichter bij de inpoldering van het Bottschlottertief. Dit was groot waddengebied langs de Noordzeekust van Sleeswijk-Holstein. Leeghwater had zijn zoon Adriaan meegenomen. Samen maakten ze een reusachtige watersnoodramp mee. Het scheelde niet veel of vader en zoon Leeghwater waren verdronken.

Portret van Jan Adriaanszoon Leeghwater. Beeld: Noord-Hollands Archief

De eerste druppels

Jaren later verhaalde Leeghwater hoe het in de avond voor Allerheiligen (1 november) al begon te waaien. Hij was toen op bezoek bij een timmerman. Die nodigde hem uit te blijven slapen vanwege het slechte weer. Maar daar voelde Leeghwater niet voor. Hij wilde terug naar zijn logement. Dat stond hoog op de zeedijk. Nadat Leeghwater daar was aangekomen, begon het nog veel harder te waaien. Leeghwater en zijn zoon Adriaan vertrouwden het niet en gingen gekleed naar bed. Na een uur zei de jonge Adriaen: “Vader! Ik voel water op mijn gezicht druipen”. Dat kwam van tegen de dijk opspringende golven die op het dak neerkletterden.

Portret van Leeghwater

Portret van Leeghwater Bron: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Toevlucht in het herenhuis

Leeghwater en Adriaan stonden snel op. Ze wilden naar het grote herenhuis gaan, dat verderop op de dijk stond. Het was slechts een afstand van 60 meter, maar toch een levensgevaarlijke tocht. Er lagen stapels hout gereed voor de werkzaamheden. Daar had de wind vat op gekregen en de planken woeien in het rond. Bovendien stond de zee tot de kruin van de dijk. Met veel geluk slaagde Leeghwater en de andere vluchtelingen ongedeerd het herenhuis te bereiken. Daar verzamelden zich bij elkaar 38 personen.

Natte voeten

Op een gegeven moment draaide de wind wat en kreeg het herenhuis de volle laag te verduren. De storm rukte een deur los en de zee golfde naar binnen. Het water kwam zo hoog dat het over Leeghwaters laarzen heen liep. Een timmerman bracht redding. Hij hakte met een bijl vlug een gat achterin het huis. Daar kon het water door weglopen.

Leeghwater Butsloot 1634

Leeghwater Butsloot 1634 Bron: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Bij de poepen sterven?

De ellende en angst waren onbeschrijfelijk. Zoon Adriaan klaagde: “Och vader, zullen wij hier sterven?”. Waarop Leeghwater dacht: “Zal ik hier bij de Poepen (Duitsers) sterven? dat zal stijf aankomen!”. En hij vatte moed. Ondertussen spoelde de grond onder het huis weg. De vloer barstte open en de ijzeren geldkist zakte er door heen. Het herenhuis kon ieder moment van de dijk slaan.

Leeghwater Butsloot

Leeghwater Butsloot Bron: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Rijper Museum In’t Houten Huis

Leeghwaters logement werd inderdaad weggespoeld, maar het herenhuis bleef op het nippertje overeind. Hier bracht iedereen het er levend van af. Vele anderen waren minder fortuinlijk. De dijken begaven het op diverse plekken. De mensen waar Leeghwater de dag tevoren nog mee gesproken had, kwamen om in de golven. Leeghwater zag de volgende dag met eigen ogen aangespoelde lijken van mensen en vee, restanten van kapot geslagen huizen, kapotte wagens en bergen hooi en stro. In 1649 deed hij een aangrijpend verslag van dit hele avontuur in een zelf geschreven boekje. In het Rijper Museum In’t Houten Huis is meer over Leeghwater te vinden.

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema De Beemster.

Publicatiedatum: 01/03/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.