Grote Braak (Haarlemmerliede en Spaarnwoude)

Zullen de dijken het houden? Het is een vraag die een oer-Hollandse angst onder woorden brengt. Een vraag die vooral gesteld werd als een zware herfststorm het woedende water weer eens tegen de dijken opstuwde. De Spaarndammerdijk bij Halfweg hield het niet in de nacht van 4 op 5 november 1675 toen een hevige noordwesterstorm opstak. De gevolgen van die dijkdoorbraak zijn tot op de dag van vandaag zichtbaar. In het noordoosten van Halfweg ligt een plas die zich aan de toeschouwer presenteert als een lieflijk binnenmeer. Je kunt er langs fietsen en de hond uitlaten. Toch is het een van de vele plaatsen in Nederland waar de strijd tegen het water een zichtbaar litteken naliet.

Door water omringd

In 1675 lag Halfweg op een smalle landengte tussen het Houtrak en het Spieringmeer. Het Houtrak stond in open verbinding met het IJ (toen nog een soort binnenzee van de Zuiderzee) dat doorliep tot onder Beverwijk. Het Spieringmeer was het noordelijk gedeelte van het toen almaar groter wordende Haarlemmermeer. De Spaarndammerdijk tussen Haarlem en Amsterdam beschermde een groot poldergebied ten zuiden daarvan tegen de aartsvijand: het zeewater. Een gat in een zo belangrijke dijk moest onmiddellijk hersteld worden, koste wat het kost.

Ets van de Spaarndammerdijk, gezien in westelijke richting naar enkele boerderijen bij Sloterdijk.

Ets van de Spaarndammerdijk, gezien in westelijke richting naar enkele boerderijen bij Sloterdijk.Ets van de Spaarndammerdijk, gezien in westelijke richting naar enkele boerderijen bij Sloterdijk.

Stormschade in 1675

De storm van 4 en 5 november was een zeer zware en veroorzaakte op meer plaatsen grote schade. Zo braken er dijken onder Den Helder, bij Hoorn en bij Muiderberg. In Amsterdam stroomden pakhuizen en kelders vol met water en er zou zelfs sprake zijn van een overstroming van de Dam en de Nieuwendijk. Bij Halfweg ontstond achter de doorgebroken dijk een gat met een diameter van ongeveer 140 meter en een diepte van bijna tien meter.

Kistdam

Voor het onderhoud van de Spaarndammerdijk was het Hoogheemraadschap van Rijnland verantwoordelijk. Dit had (en heeft) zijn hoofdzetel in Leiden. Op 12 november kwamen daar de hoge bestuurders van dit Hoogheemraadschap bijeen om maatregelen te nemen. De schade aan de dijk was zo groot dat het herstel niet betaald kon worden uit de gewone inkomsten. Men besloot een bijzondere belasting te heffen, op te brengen door grondeigenaars en -gebruikers in de bedreigde poldergebieden. Maar het herstelwerk kon niet wachten tot die belasting geïnd was en daarom leende het Hoogheemraadschap per direct honderdduizend gulden. Men ging voortvarend aan de slag. Er werd werkvolk gezocht en gevonden, bouwmaterialen aangeschaft en zand en aarde aangevoerd. De bedoeling was een houten kistdam in het gat te construeren en die vol te storten met aarde en zand. Vervolgens zou daaromheen het dijklichaam hersteld kunnen worden.

Tegenslag

Om het zacht uit te drukken: het zat de herstelwerkers niet mee. Op 18 en 19 december 1675 woedde namelijk opnieuw een zware noordwesterstorm. De kistdam in aanbouw werd volledig weggeslagen en alle gedane moeite bleek vergeefs. Er zat weinig anders op dan, tegen nog veel hogere kosten dan aanvankelijk begroot, opnieuw te beginnen. Nu werden er ter bescherming van de opnieuw te bouwen kistdam voor het gat in de dijk eerst enkele schepen tot zinken gebracht. Daarna verliepen de werkzaamheden opmerkelijk snel en voorspoedig. Al in maart 1676 was de dijk hersteld. Een prestatie van formaat, waaruit overigens ook blijkt hoe urgent het herstel van dijkdoorbraken was. Dat is het natuurlijk nog steeds. De eindrekening kwam boven de 500.000 ponden uit. Dit bedrag laat zich niet gemakkelijk in hedendaags geld uitdrukken, de tijden zijn teveel veranderd. Maar denkt u maar aan vele miljoenen. De bewoners van de nieuwe wijk De Grote Braak in Halfweg danken daar nu nog een mooi wandelgebied aan.

Bronnen

* M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland. Deel III. De periode 1600-1700 (Assen 1977), pp. 262-264.
 
* J.B.W. Hollestelle, ‘De stormvloeden van november en december 1675 en het ontstaan van de Grote Braak bij Halfweg’, Jaarboek Haerlem 1968 (Haarlem 1969), pp. 75-88.
 
* W.E. Meiboom, Geschiedenis van de groene buffer. Artikelen over Haarlemmerliede en Spaarnwoude en zijn bewoners (Haarlem 2000), pp. 53-54.
 
* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 05/01/2011