‘Spaanse Brabanders’ maakten Haarlemse Gouden Eeuw

Frans Hals geldt als een van de grootste schilders van de Nederlandse zeventiende eeuw. Bijna zijn hele leven woonde en werkte hij in Haarlem waar hij zijn beroemde schuttersstukken en portretten schilderde.

Stad groeide en bloeide dankzij immigranten

Toch noemde hij zich, wanneer hij voor een zakelijke kwestie voor de Haarlemse rechtbank moest verschijnen, steevast ‘Frans Hals van Antwerpen’, bijna als eretitel. Niet zo vreemd, want Antwerpen was de stad waar hij werd geboren en de eerste paar jaar van zijn leven woonde. Zijn ouders hoorden bij de meer dan 100.000 Vlaamse, Brabantse en Waalse vluchtelingen die eind zestiende eeuw in Haarlem en andere Hollandse steden neerstreken.

Frans Hals, Maaltijd van de officieren van de Cluveniersschutterij, 1624-1627.

Frans Hals, Maaltijd van de officieren van de Cluveniersschutterij, 1624-1627. Beeld: Collectie Frans Hals Museum

Nieuwe Haarlemmers

Haarlem was in de Gouden Eeuw een echte immigrantenstad. Tussen 1573 en 1620 groeide het inwonertal van circa 18.000 tot bijna 40.000; meer dan een verdubbeling in nog geen halve eeuw. Ruim de helft van de inwoners bleek bij een volkstelling in 1621 van niet-Haarlemse afkomst. Het overgrote deel van de nieuwe Haarlemmers kwam net als de familie Hals uit de Zuidelijke Nederlanden. Zij waren om economische redenen of vanwege hun protestantse geloof gevlucht toen Brabantse en Vlaamse steden, waaronder Antwerpen, één voor één in handen kwamen van het Spaanse leger dat destijds tegenover de Nederlandse opstandelingen stond.

Culturele bloei

Naast Frans Hals waren nog een reeks andere Haarlemse schilders, tekenaars en graveurs eerste- of tweede-generatie-immigranten. Onder hen Hals’ leermeester Carel van Mander, Esaias van de Velde, Adriaen Brouwer, Pieter de Molijn en de bekende zeeschilder Hendrick Cornelisz. Vroom. De immigranten uit het Zuiden brachten een nieuwe zin voor kunst en verfijning mee. Hooggeschoolde ambachtslieden als zilversmeden en boekdrukkers vonden in de stad al snel een markt voor hun producten. Tekenend voor het nieuwe culturele klimaat was de rijzende ster van de in Gent geboren bouwmeester Lieven de Key. Hij ontwierp tussen 1597 en 1603 niet alleen de nieuwe gevel van het Haarlemse stadhuis, maar ook de Waag en de indrukwekkende Vleeshal. Zijn bouwwerken worden nu gezien als hoogtepunten van ‘Hollandse Renaissance’-bouwkunst.

De Vleeshal aan de Grote Markt in Haarlem. Ontwerp Lieven de Key, 1602-1604.

De Vleeshal aan de Grote Markt in Haarlem. Ontwerp Lieven de Key, 1602-1604. Beeld: Welleschik, 2008.

Economische oppepper

Ook bierbrouwerijen en vooral de Haarlemse textielindustrie leefden op door de grote toevloed van Zuid-Nederlanders. Vluchtelingen uit West-Vlaanderen brachten nieuwe bleek- en weeftechnieken mee. Zoals het weven van damast, een fijn, glanzend linnen met ingeweven patronen. Het met loog, karnemelk en zuiver duinwater hagelwit gebleekte Haarlemse damast werd in de zeventiende en achttiende eeuw beroemd tot ver over de grenzen en vond zijn weg naar bijna alle Europese vorstenhoven.

‘Knuf-look Vreeters’

De inburgering van de bijna 20.000 Zuid-Nederlandse immigranten in de stad verliep niet slag of stoot. Door hun manier van spreken en kleding onderscheidden zij zich van de geboren Haarlemmers. De eerste tijd trouwden ze vaak nog onder elkaar. Ook door hun soms fanatieke calvinisme vielen ze op. Pas de tweede en derde generatie wisten door te dringen tot het stadsbestuur. Lang niet alle Hollanders konden zich blijkbaar vinden in het gezegde ‘Liever vrome uitlanders dan inlandse ondeugden’. Zoals Duitsers in de populaire ‘moffenkluchten’ als ongewassen lomperiken werden neergezet, zo deden ook spotdichten de ronde op het rare taaltje en de geaffecteerde manieren van de ‘knuf-look vreeters’ of ‘Spaanse Brabanders’.

In het spoor van de migranten

De Zuid-Nederlandse vluchtelingen waren de voorhoede van de lange stoet immigranten die in de loop der tijd hun stempel op de geschiedenis van Haarlem hebben gedrukt: Duitse lutheranen, joden uit alle delen van Europa, Franse Hugenoten – na hun verdrijving uit Frankrijk in 1685 vestigden zich ongeveer 2000 in de stad – en in recentere tijd Italiaanse, Spaanse, Turkse en Marokkaanse gastarbeiders.

Frans Hals Museum

Topstukken van Frans Hals en zijn schilderende tijdgenoten zijn te zien in het Frans Hals Museum.

Bronnen

J. Briels, De Zuidnederlandse immigratie in Amsterdam en Haarlem (Utrecht 1976).
G.F. van der Ree-Scholtens e.a., Deugd boven geweld. Een geschiedenis van Haarlem, 1245-1995 (Hilversum 1995).

Publicatiedatum: 01/08/2011