Gouden Eeuw

Handel, kunsten en wetenschap kwamen tot bloei in de zeventiende eeuw. Vele sporen uit deze tijd zijn nog terug te zien: de koopmanswoningen, grachten, kerken, stadswallen en havens brengen de geschiedenis tot leven. Ook in musea is kunst uit deze periode te bewonderen van de Hollandse Meesters: Rembrandt, Hals en Vermeer. Sommige plekken, zoals de Amsterdamse Grachtengordel, zijn wereldberoemd en worden in één adem genoemd met de zeventiende eeuw. Maar ook de West-Friese havensteden Hoorn, Enkhuizen en Medemblik waren van onmisbaar belang: schepen voeren af en aan en de visvangst maakte een belangrijk onderdeel uit van de handel. Niet iedereen profiteerde van deze welvaart. Voor arme stadsbewoners, migranten, bedienden, wezen en plantagearbeiders was de zeventiende eeuw allesbehalve een bloeitijd. In dit thema belichten we ook de keerzijde van deze ‘gouden’ medaille.

Verhalen

Koning Lodewijk schenkt VOC-monument aan Hoorn

Hoorn laat zich graag zien als dé VOC-stad uit de Gouden Eeuw. Bekende en beruchte VOC-figuren kwamen hier vandaan. Daarnaast bezit de stad ook het mooiste pakhuis van de VOC: het pakhuis op Onder de Boompjes.

>

Dirck van Oss, stamvader VOC-mentaliteit

Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft een olieverfschilderij uit 1583 waarop Dirck van Oss staat afgebeeld. Hij is een stamvader van de geroemde en verguisde VOC-mentaliteit. Zijn grootste faam dankt hij aan de droogmaking van de Beemster in de jaren 1607-1612. Wie was Van Oss precies?

>

Geesje uit Westfalen

Deze achttiende-eeuwse kinderprent toont in 24 afbeeldingen de lotgevallen van het meisje Geesje uit Westfalen, dat naar Amsterdam trekt om daar voor negen daalders als dienstmeid te gaan werken: "Siet hier, o Jonge Jeugt, hoe ’t Westfaals Geesje haar in Amsterdam heeft gedragen."

>

Rembrandts Amsterdam was immigranten-stad

Amsterdam was in het midden van de zeventiende eeuw het toonbeeld van een multiculturele samenleving. De stad groeide vooral dankzij de massale immigratie. Dat kon voor moeilijkheden zorgen, bewijst het voorbeeld van Elsje Christiaens…

>

Vrije vrouwen in de Gouden Eeuw

Reizigers in de zeventiende eeuw stonden versteld van de vrijmoedigheid en zelfstandigheid van de Amsterdamse vrouwen. In herbergen zaten ze tussen de mannen te kletsen, te lachen en grappen te maken. Tegelijkertijd hadden ze grote zakelijke verantwoordelijkheden.

>

Vervoer tussen Amsterdam en Haarlem

De hedendaagse reiziger kan op verschillende manieren tussen Amsterdam en Haarlem reizen. De auto, trein of bus brengt ons snel en gemakkelijk naar de gewenste bestemming. In de 15e eeuw bestonden deze keuzemogelijkheden nog niet. De weg naar Haarlem was toen een waterweg voor scheepvaart.

>

Het merkwaardige bezoek van Cosimo de’ Medici

In de strenge winter van 1667 bracht de voorname Cosimo de' Medici een paar weken door in Amsterdam. De jonge Italiaanse edelman hoopte er incognito te kunnen verblijven, maar zijn bezoek bleef niet bepaald onopgemerkt.

>

Kooplieden stichten buitenplaatsen in Ouderkerk

Het Hoger Einde in Ouderkerk aan de Amstel is het laatste stukje van een droge, smalle landrug in wat heel vroeger een moerasgebied was. Op deze landrug is Ouderkerk gebouwd. Dit was een mooie plek voor rijke kooplieden uit Amsterdam om een buitenplaats te stichten.

>

Café De Vrije Handel: gehaktballen uit de nor

“Er werd dan weer een veroordeelde uit de kelder van wat nu de Vrije Handel is gesleurd om tot vermaak van het gepeupel te worden opgeknoopt aan de galg - daar waar nu vrolijk de vlag wappert voor het stadhuis."

>

Beth Haim: Internationaal beroemde begraafplaats

Pal naast de dorpskern van Ouderkerk ligt een unieke en internationaal beroemde begraafplaats. Nergens ter wereld vind je zo'n oude Portugees-Joodse begraafplaats en nergens zijn zoveel prachtig gebeeldhouwde en eeuwenoude grafstenen te bewonderen.

>

D’Corendrager: pakhuis bij haventje aan Amstel

Aan de Kerkstraat 46, hartje Ouderkerk aan de Amstel, staat een opvallend pand met gepleisterde gekoppelde topgevels. In het midden prijkt een gevelsteen: D’ Corendrager. Het gebouw doet denken aan een pakhuis. D’Corendrager is inderdaad een van de zeventiende-eeuwse pakhuizen in het dorp.

>

‘Dat zal stijf aankomen!’

Wie kent hem niet: Jan Adriaensz. Leeghwater uit De Rijp. Hij werkte mee aan de droogmaking van de Beemster, Purmer, Wijde Wormer en diverse andere grote meren. In 1634 was hij in het buitenland aan de slag.

>

Zeerovers uit Hoorn bliezen hun partijtje mee

Vierhonderd jaar geleden waren Nederlandse zeerovers de schrik van de zee. Alleen al de naam van Simon de Danser, Claes Compaen of Cornelis Jol, alias kapitein Houtebeen deed de koopvaardijkapiteins sidderen. Ook zeerovers uit Hoorn bliezen hun partijtje mee.

>

Zeelieden uit slavernij bevrijd

Zeeroof, gevangenschap en slavernij. Dat lot overkwam menige zeeman die in de zeventiende of achttiende eeuw naar de Middellandse Zee voer. Vanuit Marokkaanse en Algerijnse havens opereerden namelijk de vele Barbarijse zeerovers die het op koopvaardijschepen gemunt hadden. De gekaapte koopvaarders brachten veel geld op en hetzelfde gold voor hun bemanningsleden, die als slaven verkocht werden op de markten van Algiers, Tanger of Saleh.

>

Pieter Florisz: Monnickendamse zeeheld

Sinds 2010 is de Monnickendamse admiraal Pieter Florisz (ca 1600 – 1658) terug in de stad waar hij vandaan kwam. Door beeldhouwer Herman van Elteren is hij vereeuwigd in een gevelsteen aan het huis waar ooit het zijne stond: op de hoek van het Zuideinde met de Gooische Kaai.

>

Eten en drinken in de Gouden Eeuw

"Ze geven weinig uit en leven hoofdzakelijk van roggebrood en bier, dat daar echter goedkoop te krijgen is, en voorts alleen van wat hun eigen bedrijf opbrengt", merkte een reizende Italiaan op over de levensstijl van een West-Friese boerin in 1622.

>

Grote Braak bij Halfweg: doorbraak van de Spaarndammerdijk

Zullen de dijken het houden? Het is een vraag die een oer-Hollandse angst onder woorden brengt. Een vraag die vooral gesteld werd als een zware herfststorm het woedende water weer eens tegen de dijken opstuwde. De Spaarndammerdijk bij Halfweg hield het niet in de nacht van 4 op 5 november 1675 toen een hevige noordwesterstorm opstak. De gevolgen van die dijkdoorbraak zijn tot op de dag van vandaag zichtbaar. In het noordoosten van Halfweg ligt een plas die zich aan de toeschouwer presenteert als een lieflijk binnenmeer. Je kunt er langs fietsen en de hond uitlaten. Toch is het een van de vele plaatsen in Nederland waar de strijd tegen het water een zichtbaar litteken naliet.

>

De nieuwe koers van de West-Friezen

Uit mijn tas haal ik een boek te voorschijn. Het gaat over de West-Friese handel en scheepvaart in vroeger eeuwen. Op de kaft van het boek zijn grote houten driemasters afgebeeld. De witte zeilen zijn door de wind lichtjes bol geblazen en de rood-wit-blauwe vlag wappert triomfantelijk in de lucht.

>

De Leidse trekvaart

Trekvaarten en trekschuiten: al in overgrootmoeders tijd waren het symbolen van stilstand en achteruitgang. Dat was de schuld van de toen nog ultramoderne spoorwegen. Vergeleken daarmee leken trekschuiten immers bijna letterlijk stil te staan, of beter: te liggen. Historisch gezien is dit een onrechtvaardig oordeel. In hun eigen tijd, de zeventiende en achttiende eeuw, waren trekschuiten efficiënte, comfortabele en betrouwbare vervoermiddelen. Hun bijdrage aan de Nederlandse welvaart valt moeilijk te onderschatten. Die bijdrage had overigens nog groter kunnen zijn, als de trekschuiten behalve personen, post en kleine pakjes ook goederen hadden mogen vervoeren. Maar dat mocht niet. Jaloers bewaakte stedelijke privileges stonden dat in de weg. Haarlem speelde daarbij een hoofdrol. Dat bleek ook toen in het midden van de zeventiende eeuw de trekvaart tussen Leiden en de Spaarnestad werd aangelegd.

>
NL | EN