Posthoornkerk: opmars van de katholieke kerkenbouw in Nederland

Na de Franse tijd kregen de Nederlandse katholieken steeds meer ruimte om hun geloof uit te oefenen. De Posthoornkerk getuigt hier nog van.

Pas in 1798 werd de vrijheid van godsdienst voor het eerst in een Nederlandse grondwet vastgelegd, ten tijde van de Bataafse Republiek (1795-1801). Weliswaar was deze Republiek niet meer dan een vazalstaat van Frankrijk, maar de emancipatie van de katholieken in ons land was daarmee gelegd. Zij herkregen het recht om hun eigen kerken te bouwen, hoewel dit feitelijk pas met het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 een feit werd. Tot die tijd stonden de katholieken onder direct toezicht van de ingenieurs van Waterstaat. Vanaf het midden van de 19e eeuw ontstond er een ware bouwhausse aan katholieken kerken. De voornaamste architect die hiermee verbonden was, is zonder meer P.J.H. (Pierre) Cuypers. Zijn eerste kerk in Amsterdam verrees in 1860 aan de Haarlemmerstraat, De Posthoornkerk.

P.J.H. Cuypers op zijn 90e verjaardag, portret van Michel de Klerk, 1917. Beeld: Wikimedia Commons

Cuypers en kerkbouw

Werden de van oorsprong katholieke kerken na 1815 vaak teruggeven in het zuiden van het land, boven de rivieren bleven de protestanten meestal gebruik maken van deze kerkgebouwen. Er waren dus heel veel nieuwe kerkgebouwen nodig in de loop van de 19de eeuw. Naar schatting zijn er tussen 1850 en 1920 zo’n 800 nieuwe katholieke kerken in Nederland gebouwd. Het atelier van Cuypers bouwde zo’n 80 kerken door heel het land. De restauratie van de Munsterkerk in Roermond, bezorgde de nog jonge Cuypers enige faam op dit gebied. Spoedig volgden andere nieuwe katholieke kerken in het zuiden van het land, waaronder de Sint Catharinakerk uit 1858 in Eindhoven. Met deze kerk vestigde Cuypers definitief zijn naam als kerkenbouwer voor katholiek Nederland. Een jaar later ging Cuypers voor het eerst te werk in West-Nederland, voor de nieuwe Sint Laurentiuskerk in Alkmaar. In 1865 zou Cuypers door zijn huwelijk met Antoinette Alberdingk Thijm naar Amsterdam verhuizen. Zij was de zus van Cuypers’ vriend en voorvechter van de katholieke emancipatie,  de literator Joseph Alberdingk Thijm (1820-1889). In Amsterdam zou Cuypers zes nieuwe katholieke kerken bouwen.

 

De Posthoorkerk aan de Haarlemmerstraat, gezien vanaf de Eenhoornsluis

De Posthoorkerk aan de Haarlemmerstraat, gezien vanaf de Eenhoornsluis. Foto: J. Dullaart (Redactie ONH)

Van schuilkerk tot voorbeeldkerk

De kerk van Onze Lieve Vrouwe Onbevlekt Ontvangen (De Posthoorn) was de eerste van zes kerken die P.J.H. Cuypers in Amsterdam zou bouwen. De kerk verving een vervallen schuilkerk, die in een oud postkoetsgebouw van een herberg aan de overzijde aan de Prinsengracht was ondergebracht. Hier dankt de kerk zijn bijnaam aan.
De geschiedenis van de Posthoorn is exemplarisch voor veel katholieke kerken in de Noordelijke Nederlanden. Na de reformatie was het katholieken verboden om hun eigen kerkgebouwen te hebben. Zij kwamen bijeen in zogenaamde schuilkerken, verborgen achter een woonhuis. Met de bouw van de nieuwe Posthoornkerk manifesteerden de katholieken zich voor het eerst sinds de Alteratie (1578) met een ambitieus kerkgebouw in de hoofdstad. De nieuwe Posthoornkerk kreeg maar liefst drie torens waarmee de kerk het silhouet van de noordwestelijke binnenstad een stevig katholiek accent gaf. Overigens verschenen deze torens pas tijdens de tweede bouwfase, die in 1889 voltooid werd. De boodschap was duidelijk: het kon niemand meer ontgaan dat de katholieken zich definitief hadden bevrijd van het eeuwenlange protestantse juk.

 

De Posthoornkerk gezien vanuit huizen aan de Brouwersgracht

De Posthoornkerk gezien vanuit huizen aan de Brouwersgracht. Beeld: Stadsarchief Amsterdam.

Neogotische bouwstijl

De geschriften van Alberdingk Thijm hadden een wezenlijke invloed op de bouwkunst van Cuypers. Beide heren hadden een grote voorliefde voor de gotische kunst uit de late Middeleeuwen, de tijd dat Nederland nog katholiek was. Daarmee paste de neogotische stijl van Cuypers uitstekend bij de nieuwe katholieke kerkbouw. De heren Cuypers en Thijm verzetten zich vooral tegen de (neo)classicistische kerken, die in de eerste helft van de 19de eeuw onder toezicht van Waterstaat uit de grond werden gestampt. Volgens hen hadden die weinig met de christelijke volksgeest van Nederland te maken. Een voorbeeld van dit type ‘Waterstaatkerk’ is de Mozes en Aäronkerk aan het Waterlooplein in Amsterdam.

 

Interieur van de Posthoornkerk (1964)

Interieur van de Posthoornkerk (1964). Beeld: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed via Wikimedia Commons

Gemetselde gewelven

De nieuwe Posthoornkerk moest passen binnen de beperkte ruimte van de gevelwand van de Haarlemmerstraat. Om dit probleem op te lossen, ging Cuypers de hoogte in. Boven de zijbeuken kwamen extra galerijen. De robuuste, bakstenen gevel is in de vormentaal van de gotiek opgetrokken, met spitsbogen, luchtbogen, steunberen en gemetselde gewelven. Door zijn renovatiewerkzaamheden had Cuypers een enorme kennis opgedaan van de gotische en romaanse architectuur. Hij was de eerste architect die weer gotische constructies ging gebruiken. Zijn gemetselde gewelven hadden een dragende functie en waren niet slechts ter decoratie. Opvallend is dat het interieur van de Posthoorn gebaseerd is op de laat-romaanse Munsterkerk in Roermond, het eerste grote project van de architect waarmee hij naam maakte.

Klik hier om terug te keren naar het route-overzicht.

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om naar het thema Amsterdamse grachtengordel te gaan.

 

De galerijen boven de zijbeuken zorgen voor extra ruimte

De galerijen boven de zijbeuken zorgen voor extra ruimte. Beeld: Stadsarchief Amsterdam