Thorbeckeplein: over de grondlegger van het moderne landsbestuur

Het Thorbeckeplein is vernoemd naar de grondlegger van de moderne parlementaire democratie in Nederland, Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872).

De politicus was de stuwende kracht achter de grondwetswijziging in 1848 waarmee het bestuurlijke stelsel zoals wij dat kennen, vorm kreeg. In dit ‘Huis van Thorbecke’ kwam een duidelijke scheiding van de bevoegdheden van de wetgevende en uitvoerende macht. In 1876, een paar jaar na zijn overlijden werd op het Reguliersplein een standbeeld van Thorbecke onthuld. Vanaf dat moment werd dit het Thorbeckeplein. Het beeld van Rembrandt moest voor de populaire staatsman plaatsmaken. Het standbeeld verhuisde naar het aangrenzende plein, de Botermarkt, dat vervolgens naar ’s lands beroemdste schilder werd vernoemd.

Het Thorbeckeplein omstreeks 1876

Het Thorbeckeplein omstreeks 1876. Foto: Stadsarchief Amsterdam

Eerste Grondwet

De voorloper van de Nederlandse grondwet kwam tot stand ten tijde van de Bataafse Republiek, toen de Fransen en patriotten in Holland de dienst uitmaakten. De in 1798 uitgeroepen grondwet was geschreven naar Frans voorbeeld. Voor het eerst werd hiermee de scheiding van kerk en staat, de fundamentele vrijheden van godsdienst, vergadering en meningsuiting wettelijk gewaarborgd. Na de Franse Tijd waren nieuwe staatrechtelijke fundamenten nodig, want Nederland ging verder als een constitutionele monarchie. Op 29 maart 1814 werd in de Nieuwe Kerk te Amsterdam de nieuwe grondwet goedgekeurd door enkele honderden ‘notabelen’ die het Nederlandse volk vertegenwoordigden. Een dag later legde koning Willem I zijn eed op de grondwet af.

Portret van Koning Willem II door Jan Adam Kruseman (1839)

Portret van Koning Willem II door Jan Adam Kruseman (1839). Foto: Rijksmuseum Amsterdam

Revolutiejaar 1848

In de jaren 1848-1849 braken overal in Europa revoluties uit. Parijs, Berlijn, Wenen, Boedapest, Rome en Brussel waren het toneel van massale volksopstanden. De bevolking verzetten zich tegen hun autoritaire heersers en eisten liberale hervormingen. Ook in Den Haag en Amsterdam braken er rellen uit. Koning Willem II, die tot dan toe weinig geneigd was om zijn eigen regeermacht te laten inperken, ging dat jaar eveneens overstag. Bang om zelf slachtoffer te worden van een revolutie, koos hij eieren voor zijn geld, en stemde hij met de ingrijpende grondwetswijzigingen van Thorbecke in. Naar eigen zeggen was hij in één nacht veranderd van een conservatief naar liberaal staatshoofd.

Portret van Koning Willem III door Nicolaas Pieneman (1856)

Portret van Koning Willem III door Nicolaas Pieneman (1856). Foto: Rijksmuseum Amsterdam

“Staatsgevaarlijke nieuwlichterij”

Cruciaal verschil met de voorgaande grondwet, is dat niet langer de koning, maar de ministers uit het kabinet verantwoordelijk zijn voor het beleid. Het kabinet is  verantwoording schuldig aan het parlement, niet aan de koning. Op hun beurt keuren de Eerste en Tweede Kamer de wetten van de regering goed. Dit systeem geldt nog steeds. Eveneens nieuw in de grondwet van 1848 was de rechtstreekse verkiezing van de Tweede Kamer. Dit gebeurde via het censuskiesrecht dat betekende dat alleen mannen van boven de 23 jaar die een aanzienlijk bedrag aan belasting betaalden, mochten stemmen. Net als zijn opa had koning Willem III weinig op met de nieuwe grondwet. Als kroonprins weigerde hij zelfs zijn vader op te volgen onder de nieuwe grondwet. Uit protest verbleef hij een jaar lang in Engeland wonen, maar aanvaarde een jaar later, in 1849 bij het overlijden van zijn vader, alsnog de troon. Het zou echter nooit goedkomen tussen de halsstarrige Willem III en het nieuwe politieke bestel. In de ogen van het conservatieve staatshoofd bleef Thorbecke’s grondwetwijziging een “staatsgevaarlijke en revolutionaire nieuwlichterij”.

Klik hier om terug te keren naar het route-overzicht.

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om naar het thema Amsterdamse grachtengordel te gaan.

Publicatiedatum: 30/09/2013